Plavšic heeft de leiding, maar over wie?;; Is zij een dissidente of een nieuwe machthebber?

De Bosnisch-Servische president Plavšic heeft haar eigen partij opgericht: de vroegere pleitbezorgster van etnische zuiveringen wil wat vriendelijker klinken.

BANJA LUKA, 29 AUG. Als een echte president schreed Biljana Plavšic tussen de rijen enthousiaste aanhangers naar het toneel. Gekleed in een stemmig paars mantelpakje en met een gouden kruis om haar hals nam de president van de Bosnisch-Servische republiek met een glimlach de staande ovaties in ontvangst. Ruim vijfhonderd Serviërs waren gisteren onder de kroonluchters van het presidentieel paleis in Banja Luka bijeengekomen voor de officiële oprichting van de Servische Volksalliantie (SNS), de nieuwe partij waarmee Plavšic de macht van haar voorganger Radovan Karadzic wil breken.

De enscenering klopte, de zaal was vol, maar de betekenis bleef verscholen in het duister van de Bosnisch-Servische machtsstrijd tussen Pale, de zetel van Karadzic en de Servisch Democratische Partij (SDS), en Banja Luka. Plavˆsic mag in naam de leiding hebben, maar over wie precies is onduidelijk. Ze heeft steun onder de bevolking in Banja Luka, die genoeg heeft van de corruptie in Pale onder een deel van de politie, het leger en de media - maar over de omvang van die steun lopen de meningen tussen voor- en tegenstanders van Plavšic zeer uiteen. Plavšic kan een kansloze dissident zijn of de nieuwe machthebber van de Bosnisch-Servische republiek. Daar hangt niet alleen de toekomst van haar republiek van af, maar de toekomst van heel Bosnië.

Terwijl Plavšic de steun onder de bevolking in partijvorm goot, veroorzaakten haar tegenstanders elders in de Bosnisch-Servische republiek onlusten in Brcko, Bijeljina en Doboj. In Brcko, het omstreden gebied dat de verbinding vormt tussen het westelijk en oostelijk deel van de republiek, kwam het tot ernstige botsingen tussen aanhangers van Karadzic en de troepen van de internationale vredesmacht SFOR. Voor het eerst sinds haar aanwezigheid in Bosnië moest SFOR optreden tegen burgers en traangas inzetten tegen een woedende menigte. Deze kwam in actie nadat aanhangers van Plavˆsic hadden geprobeerd het plaatselijke politiestation over te nemen.

Plavšic´' enige overlevingskans in de machtsstrijd met haar voormalige companen in Pale is de steun van de internationale gemeenschap. Die ziet in haar de garantie voor de uitvoering van het Dayton-akkoord en de terugkeer van de honderdduizenden vluchtelingen. Tegelijk moet haar politieke boodschap niet te veel afwijken van het Servisch nationalisme, dat ze als medeleider van de SDS jarenlang heeft gepreekt. Voor de Servische sentimenten was er dan ook genoeg plaats tijdens de oprichtingsvergadering van haar partij. Een koor zong het Bosnisch-Servische volkslied en er was een minuut stilte voor de gesneuvelde oorlogshelden.

De spirituele inspiratie voor haar nieuwe partij zocht Plavˆsic in haar eerste toespraak tot de partij bij de Servische koning Petar Karadjordjevic, die in het begin van deze eeuw de natie regeerde. Kenners van het Servische nationalisme noemden het meteen een veelzeggende keus: Petar I heeft een aanmerkelijk liberaler imago dan Tsaar Lazar, de grote held van de ultra-nationalisten. Tsaar Lazar koos volgens de Servische historische mythevorming ervoor zich dood te vechten in de epische slag tegen het Ottomaanse Rijk in Kosovo in 1389.

In de meer praktische politiek van alledag hekelde Plavšic het corrupte tweede machtscentrum in Pale. Haar Bosnisch-Servische republiek zal een democratische markteconomie zijn, waar “niemand bang hoeft te zijn voor wraak”. Tegenover het “communistische nationalisme” van Pale stelde Plavsic haar “nationalistische partij voor Serviërs”.

Voor de buitenlandse Bühne betuigde ze haar volle steun aan het Dayton-akkoord en probeerde de voormalige pleitbezorgster van etnische zuiveringen wat vriendelijker multi-etnisch te klinken. “Ons doel is niet een honderd procent etnisch pure Servische republiek. Iedereen die bereid is de waarden van dit land, zijn wetten en instituties te respecteren en die het land wil verdedigen wanneer dat noodzakelijk is, is welkom”. Voor de honderdduizenden moslims en Kroaten die tijdens de oorlog door de Serviërs uit hun huizen zijn verdreven, zal het niet hebben geklonken als een aanmoediging om terug te keren.

Over de relatie met de tweede 'entiteit' van Bosnië, de moslim-Kroatische federatie, sprak Plavšic zich niet uit. De meeste Bosnische Serviërs moeten niets hebben van samenwerking met de vijanden uit de oorlog. Toen een vertegenwoordiger van een vluchtelingenorganisatie van Bosnische Serviërs hereniging van Bosnië bepleitte, volgde hevig gefluit uit de zaal. Dit thema blijft ook voor de SNS onbespreekbaar.

Vanuit twee strijdende republiekjes, beiden economisch niet levensvatbaar, lijken de Bosnische Serviërs na de destructie van Bosnië nu hun zelfdestructie begonnen. Plavšic wil de controverse door nieuwe parlementaire verkiezingen oplossen, met SFOR noodgewongen steeds openlijker aan haar zijde. De eerste botsingen tussen aanhangers van Karadzic en Plavšic in de afgelopen dagen bewijzen dat de Servische twisten niet gemakkelijk langs democratische weg kunnen worden opgelost. De internationale vredesmacht SFOR wordt langzaam maar zeker verder het conflict in gezogen. Met het uit elkaar vallen van de Bosnische Serviërs, in plaats van 'alleen' de Serviërs, moslims en Kroaten heeft de SFOR-missie er een gevaarlijke nieuwe dimensie bijgeschapen.

Nu de spanning oploopt, rijst tevens de vraag of de gemeenteraadsverkiezinmgen in Bosnië op 13 en 14 september kunnen doorgaan. De opperbevelhebber van de NAVO, generaal Wesley Clark, reist vandaag naar Bosnië voor besprekingen over de organisatie van de verkiezingen. De Amerikaanse Bosnië-gezant Robert Gelbard is in Belgrado voor overleg met de Joegoslavische president Slobodan Miloševic, die onder toenemende Westerse druk staat om de zijde van Plavšic te kiezen. De kans dat Miloševic zelf tussenbeide zal komen in de machtsstrijd, waarvan eerder deze week sprake was, is volgens waarnemers onwaarschijnlijk.

    • Peter ter Horst