Piloten spelen geen harp; De film achter de musical 'Joe'

De musical 'Joe', die zondag in première gaat, is gebaseerd op de bijna vergeten film 'A Guy Named Joe' van Victor Fleming. Spencer Tracy speelt daar een geallieerde piloot die na een dodelijk ongeluk door God in een beschermengel wordt veranderd. Die grote thema's van leven, liefde en dood maakte het verhaal 'heel geschikt' voor een musical.

De musical Joe, geregisseerd door Jos Thie, met o.a. Stanley Burleson als Joe, Vera Mann, Mathilde Santing en Simone Kleinsma, gaat zondag in première in theater Carré in Amsterdam. Aldaar t/m 23/11; daarna nog circa zes maanden in het Nederlands Congresgebouw in Den Haag. Inl. 0900-3005000.

In de film A Guy Named Joe komt niemand voor die Joe heet. Niet de roekeloze piloot die ondanks de smeekbedes van zijn vriendin met kist en al neerstort en in het voorportaal van het hiernamaals belandt, niet zijn vriend, en ook niet de jonge recruut die tenslotte het hart van de treurende vriendin verovert - allemaal heten ze anders. Waarom de titel toch naar een zekere Joe verwijst, wordt pas duidelijk door een scène waarin een groepje kinderen uit de buurt door het kippengaas naar al die spannende verrichtingen van de vliegers staat te kijken. Engelse kinderen zijn het, want de film speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en we bevinden ons op een Amerikaanse vliegbasis in Engeland. Ze hebben in Amerika een staande uitdrukking, legt een meisje aan haar leeftijdgenootjes uit: 'Anybody who's a right chap, is a guy named Joe.'

En een right chap is vast en zeker die aardige Pete Sandidge, die even buiten het hek komt om hen in vertrouwen te nemen. Als ze beloven er verder met niemand over te praten, zal hij vertellen hoe het is om als vlieger helemaal alleen tussen de wolken te zweven. Ze gaan in een kring om hem heen staan, en hij begint. Het is een gevoel, zegt hij, alsof je halverwege op weg bent naar de hemel. Om je heen zingt de lucht, want de lucht is je makker. Hij raakt er bijna extatisch van. 'Boy, oh boy,' verzucht hij, 'this is the only time a man is ever really alive, this is the only time you're really free...' Ze vinden het een prachtig verhaal, en Pete vertelt het ook zo eerlijk - al was het maar omdat hij wordt gespeeld door Spencer Tracy, de acteur die als geen ander eerlijke mannen kon spelen. Als dus iemand de eretitel a guy named Joe verdient, is het Pete Sandidge.

De hoofdpersoon in de musical Joe, die zondagavond in theater Carré in Amsterdam in première gaat, heet Joe Sandidge. De makers, tekstschrijver Koen van Dijk en componist Ad van Dijk, konden met die Amerikaanse uitdrukking geen kant uit en hebben blijkbaar besloten er verder niet ingewikkeld over te doen. Alle andere namen uit het filmverhaal hebben ze onveranderd gelaten, maar Pete werd Joe. Dat kon ook makkelijk, want in de film komt niemand er na die ene scène meer op terug. De uitdrukking blijft eigenlijk een beetje in de lucht hangen, en daarmee de titel ook.

Na hun musical-bewerking Cyrano waren Ad en Koen van Dijk, naar ze hebben verklaard, op zoek naar een verhaal met 'de grote thema's liefde, leven en dood', want voor minder doet de hedendaagse mega-musical het niet meer. Bovendien moest het zich bij voorkeur afspelen in deze eeuw, zodat er ruimte zou zijn voor meer recente muziekstijlen. Ze dachten aan films als Heaven can wait van en met Warren Beatty (1978), Always van Steven Spielberg (1989) en Ghost van Jerry Zucker (1990) - sprookjesachtige fantasieën over de vraag wat er op ons wacht na de dood en welke invloed de doden nog kunnen hebben op de levenden. En van die drie bleek Always een gemoderniseerde versie te zijn van een grotendeels vergeten film uit 1943, getiteld A Guy Named Joe.

Inhaalmanoeuvre

In het oeuvre van regisseur Victor Fleming en dat van hoofdrolspeler Spencer Tracy is deze film van ondergeschikt belang gebleken; veel van hun andere werk was veel beter. In ons land is hij nooit vertoond. Bij de inhaalmanoeuvre die hier na de bevrijding begon, werd hij over het hoofd gezien. Veel andere Hollywood-producties uit de voorgaande vijf jaar gingen toen vóór. Op video is de film zelfs in heel Europa niet verkrijgbaar. Wie hem wil zien, dient zich te vervoegen bij de betere Amerikaanse videotheek - bijvoorbeeld in New York, waar de heren Van Dijk verbleven toen Cyrano werd geproduceerd op Broadway.

De film begint tamelijk onbezorgd. Spencer Tracy speelt een jongen uit één stuk, naar hedendaagse maatstaven aan de corpulente kant, die extreem laag durft te vliegen ('laag genoeg om de verf van de daken te schrapen', zegt hij zelf) en daarna onverstoorbaar sigaretten bietst en stoere praatjes ten beste geeft. 'What a way to win a war,' moppert hij als hem wordt opgedragen een vluchtje te maken boven mistig Schotland. Zijn vriendin, die aanvankelijk als vliegenierster net zo geëmancipeerd oogt als de mannen, behandelt hij als een maatje. Dat hij van haar houdt, moet ze maar afleiden uit wat hij doet - hij is er niet de man naar om haar dat met zo veel woorden te zeggen. Hij koopt een witte baljurk voor haar, omdat hij haar nooit eerder in een jurk heeft gezien. Dat zegt genoeg.

De oorlog is in A Guy Named Joe verbazingwekkend weinig aanwezig. Er is een vijand en vanzelfsprekend moet die worden neergeschoten, meer woorden worden er niet aan vuilgemaakt. Maar als Pete eindelijk aan zijn vriendin Dorinda heeft beloofd dat hij een veilige baan aan de grond zal accepteren, wordt driehonderd mijl uit de kust een Duits schip gesignaleerd. Pete moet er op af, het wordt zijn laatste vlucht. Tijdens een vuurgevecht met de Luftwaffe wordt hij door een voltreffer geraakt. In de volgende scène zien we hem in een leeg landschap staan. Een onduidelijk type spreekt hem aan en deelt hem mee dat hij dood is. Nog even sputtert hij tegen: 'Ik heb van m'n leven nog nooit op een harp gespeeld.' Maar de vreemde man neemt hem mee naar het kale kantoortje van een beminnelijke, met lintjes bezaaide generaal, gespeeld door de monumentale Lionel Barrymore. Dit is God, begrijpen wij, en God zegt hem dat hij is ingedeeld bij de task force die de lui daar beneden op aarde moed en inspiratie moet geven.

Pete krijgt een jonge recruut onder zijn hoede. Hij spreekt op hem in en pept hem op tot heldendaden. De jongeman, gespeeld door de toen veelbelovende Van Johnson, ziet hem niet; hij denkt zijn eigen innerlijke stem te horen. En om de rest van het nogal lange verhaal kort te maken: die recruut raakt verliefd op de nu wegkwijnende Dorinda, en het is tenslotte Pete die hen beiden - na zijn aanvankelijke schrik en ondanks haar trouw aan hem - naar een happy end weet toe te praten. 'Het leven is schitterend en het is waard geleefd te worden,' heeft Pete nu begrepen. Hij gunt zijn rivaal het geluk dat hij, door zijn eigen schuld, nooit heeft gekend. Glimlachend ziet hij hun omhelzing aan. 'That's my girl,' zegt hij tegen haar. Dan keert hij zich naar de jongen: '...And that's my boy.'

Biseksueel

Dat zijn pikante woorden, sinds onthuld is dat Spencer Tracy biseksueel was en tijdens de opnamen voor A Guy Named Joe een verhouding begon met de blonde hartedief Van Johnson. Maar in 1943, toen Tracy nog de naam had dat hij de trouwste echtgenoot van Amerika was, klonken ze welgemeend en recht uit het hart van een man die zijn les had geleerd. Dit is de moraal van de jongens die nu aan verre fronten voor onze vrijheid op de bres staan, moet scenarist Dalton Trumbo ermee hebben bedoeld - dezelfde Trumbo, overigens, die na de oorlog wegens verdenking van communistische sympathieën op de zwarte lijst van Hollywood belandde en in 1953 het script voor Roman Holiday onder pseudoniem moest schrijven. 'That's what I'm fighting for - the freedom of men to breathe in fresh air,' liet hij de oorlogsvlieger Pete Sandidge tien jaar eerder zeggen.

Maar die film werd snel vergeten, en is ook nooit meer als verloren geraakt meesterwerk herontdenkt. Geen wonder, want de bijna nonchalante charme van de eerste scènes wordt al gauw ingeruild voor een tamelijk omslachtige intrige met melodramatische boventonen. Alleen in 1989 werd er nog even naar verwezen, toen Steven Spielberg de remake maakte onder de titel Always. De oorlogsvliegers veranderde hij in vliegende bosbrandbestrijders met een modern milieubewustzijn, en de rol van Tracy werd gespeeld door Richard Dreyfuss. God kwam er trouwens ook niet meer in voor; in Zijn plaats verscheen Audrey Hepburn in haar laatste filmrol - als een zo goed als transparante engel in een witte trui en broek, die de verongelukte vlieger inwijdt in de taak die hem als dode ten deel is gevallen. In de musical-bewerking hebben Ad en Koen van Dijk die laatste ingreep overgenomen; hun engel, die de rang van verbindingsofficier heeft gekregen, is de tot dusver alleen als zangeres bekende Mathilde Santing.

Always was net zo min als A Guy Named Joe een uitgesproken kassucces. Niettemin biedt het filmverhaal volgens producent Joop van den Ende meer dan genoeg armslag om er in het theater 'een technisch hoogstandje met een romantisch hart' van te maken. Een combinatie van hoog oplaaiende emoties en ronkende vliegtuigmotoren.

    • Henk van Gelder