Op zout water

De hippies die ooit om het hardst 'Love, Peace & Understanding' riepen kunnen het niet eens meer opbrengen even te gaan kijken als een plaatsgenoot al een tijdlang niet meer op straat is gesignaleerd. Zeshonderd kilometer verder jagen nu de surfers op een witte walvis.

Door de kracht van de klap waarmee de houten spies eerst de surfplank had doorboord en zich vervolgens via het kruis van de surfer recht door diens lichaam omhoog had gewerkt, was het hoofd losgekomen van de romp. De spies was het enige dat het hoofd - de tong obsceen ver uit de mond gestoken, doodsschrik goed leesbaar in de ogen - met de rest van het in een wetsuit gehulde lichaam verbond. Vanaf het punt waar de spies met staaldraad aan het tuinhek bevestigd was, voer er een breed donkerrood spoor naar beneden, tot vlakbij de plek op de weg waar ik stond.

Het was zonder twijfel een van de naarste beelden die ik ooit had gezien, en hoe langer ik bleef kijken, hoe beroerder ik werd - juist omdat ik kón blijven kijken. Het feit dat deze surf-kebab niet 'echt' van vlees en bloed was maar van hout, een koel en geduldig vormgegeven idee, puur symbool, puur aan de mensheid gerichte message, maakte de zaak er wel abstracter maar niet veel beter op. Als Haat een vast adres had, dan hier.

Huis en beeld staan in Bolinas, een fraaigelegen plaatsje aan de Californische kust, een uur ten noorden van San Francisco. In reisgidsen wordt het vertederd beschreven als de plek waar de geest van de jaren zestig naartoe verhuisde, toen de Haight-Ashbury ter ziele was gegaan, en ook wel, in de woorden van rock-criticus Dave Marsh, als de plek 'where the masterrace of the hippies is being created'. Dit wellicht naar analogie van de film Village Of The Damned, over een Amerikaans dorp waar de vrouwen opeens allemaal witblonde superariërtjes baren.

Om de boze buitenwereld ook inderdaad buiten te houden hebben de bewoners door de jaren heen stelselmatig alle door de staat aangebrachte bewegwijzering die naar Bolinas verwees verwijderd, en de borden als trofeeën in hun huizen opgehangen. Maar het beeld van de Gespietste Surfer wijst - met een pijl opzichtiger dan alle neon-lichten van Las Vegas bij elkaar - op het feit dat het kwaad sowieso liever binnendoor komt, via de sluipwegen van het hart.

Dingen, alle dingen, dead or alive, hebben de natuurlijke neiging uit elkaar te vallen, al was het maar om nieuwe verbanden te zoeken, en als je krampachtig probeert de zaak bij elkaar te houden door je af te zonderen en ongewenste invloeden, inclusief de tijd zelf, buiten de deur te houden, zet er een innerlijk bederf in waarbij alles wat je wilde beschermen langzaam van binnenuit wordt weggevreten en er ook van de mooiste dingen op een gegeven moment alleen nog maar een grimas over is.

Niet uitgekomen dromen worden, wanneer je ze niet of maar half loslaat, leugens of erger. En zo kan het gebeuren dat mensen die ooit om het hardst 'Love, Peace & Understanding' riepen - eerst bij wijze van credo, als appèl, vervolgens als eis en toen als verwijt - tenslotte niet eens meer de gewone menselijke interesse op kunnen brengen om eens te gaan informeren bij een plaatsgenoot die al een tijdlang niet meer op straat, in de People's Store of café Smiley's is gesignaleerd. Nadat de Amerikaanse schrijver Richard Brautigan zich in 1984 in zijn huis in Bolinas van het leven had beroofd, zou het zes weken duren voordat een buurman eens ging kijken waarom die hond maar niet ophield met blaffen en waar die lucht toch vandaan kwam. Ja, hij herinnerde zich wel dat hij destijds een schot gehoord, maar hey, hij zat net naar een belangrijke footballwedstrijd te kijken en bovendien, guns waren niet zijn ding, weetjewel. Peace, man!

Highway 1

Zo'n zeshonderd kilometer zuidelijker dan Bolinas ligt, aan dezelfde highway 1, vlakbij Santa Barbara, Rincon Beach, een van de befaamdste surfplekken van Californië. Hoewel een groot liefhebber van de ploppende en knetterende surfgitaar-instrumentals uit de jaren zestig, heb ik met surfen als zodanig nooit veel opgehad: te veel Körper-Kultur, te gebronsd en te blond, en vooral ook te veel thuishorend in het rijtje hockey-tennis-roeien, te ballerig dus en te dom, dacht ik - alle eventuele indicaties voor het tegendeel negerend. Maar nu ik toch in de buurt was, voelde ik mij, met het beeld van de Gespietste Surfer van Bolinas nog vers in het geheugen, verplicht op nader onderzoek uit te gaan. In parallelle banen boven elkaar: tweebaansweg, parkeerplaats, strand, zee, luchtbanen waarvan de kleuren steeds meer door elkaar gingen lopen, naarmate de zon dieper daalde. Het witblauw aan de hemel maakte geleidelijk aan plaats voor het geel van het langzaam vergrijzende zand en voor het rood en paars en oranje van de busjes en pick-ups die de parkeerplaats vulden, maar maakte uiteindelijk een triomfantelijke comeback op het wegoppervlak dat in de schemering oplichtte als een rivier bij volle maan.

Zoals de surfers daar op hun planken in het water lagen in het stille gebied vlak achter de branding, hadden ze van een afstand iets van een zwerm grote zeevogels die zich met ingetrokken kop en gestreken snavel door het deinen van de golven in slaap lieten wiegen. Maar toen ik dichterbij kwam, werd ik een merkwaardige spanning gewaar, zowel bij elke individuele surfer als binnen de groep als geheel. Een gespannenheid die zich uitte in het steeds met korte driftige peddelbewegingen bijsturen van de plank, met af en toe een iets langere tussensprint wanneer iemand te dicht in de buurt kwam van een andere surfer, maar vooral in de manier waarop iedereen elke verandering in de krommingen en bollingen van het water in de gaten hield - intens alsof elk moment de verzonken wereld van Atlantis in al haar glorie uit zee zou kunnen verrijzen.

Witte Walvis

En plotseling wist ik ook precies waaraan het mij deed denken, deze menselijke flotilla en vooral dat bijna religieus aandachtige turen naar het wateroppervlak. Aan een tekening uit de stripversie van Herman Melville's Moby Dick in de serie Illustrated Classics die ik in mijn jeugd had verslonden. Daarop was te zien hoe een deel van de bemanning van de Perguod - het schip waarmee Kapitein Ahab jacht maakte op de Grote Witte Walvis die zijn been had afgebeten - staand en zittend in een aantal sloepen met gespannen blik het zee-oppervlak aftuurt waaruit ieder moment Moby Dick op kan duiken, maar waar? Waar? Niet vlakbij hen, zal op het volgende plaatje blijken, niet waar zij hem met hun harpoenen en lansen kunnen raken maar bij het moederschip verderop - dat even later met een paar flinke zwiepen van de Grote Witte Staart tot zinken zal worden gebracht.

Dat dobberende dorpje van kleine bootjes, midden op die immense en lange tijd verdacht gladde oceaan met al die strak naar het water starende mannen erin - daaraan deden ze mij denken, de surfers die op hun planken lagen te wachten op het moment dat de zee zich zou gaan roeren. En om weer te geven hoe het is wanneer dat gebeurt, wérkelijk gebeurt - want even zovele keren is het loos alarm en blijkt de zee zich alleen maar even om te keren in haar slaap - playback ik nu even de zoutwaterstem van Herman Melville zelf:

'Plotseling begonnen de wateren om hen heen langzaam en in brede cirkels op te zwellen; verhieven zich toen razendsnel, alsof ze zijlings afgleden van een verzonken ijsberg die naar het oppervlak rees. Vanuit de diepte weerklonk gerommel, een onderaards gebrom; en een ieder hield de adem in terwijl een enorme gedaante, met stukken touw en harpoenen en lansen toegetakeld, recht vooruit en schuins omhoog vanuit de zee tevoorschijn schoot.

Gehuld in een dunne druipende mist-sluier bleef het even in de met regenbogen doorschoten lucht hangen, en viel toen met een verpletterende klap terug op het diep. Dertig voet de hoogte in geperst, schitterden de wateren een ogenblik als een reeks fonteinen in de lucht en zakten toen gebroken in een regen van plensen ineen, zodat het kolvend oppervlak zich tenslotte romig als vers gekarnde melk rond de gemarmerde romp van de walvis voegde.'

Zoiets. Nee, precies zoiets. Maar dan zonder Moby Dick. Of liever gezegd: met een onzichtbare, louter imaginaire Moby Dick - zoals die tevoorschijn werd getoverd door de halsbrekende toeren van de surfers. De wijze waarop zij eerst tegen de helling van het water opzwommen, vervolgens de toppen van de golven beklommen, zich op oprichtten op hun plank en zich dan met duizelingwekkende vaart naar beneden stortten, de blauwgroene ravijnen in; maar vooral de manier waarop zij zich wisten staande te houden langs de steile wanden van de kathedraal van water die voortdurend boven hun hoofden aan het instorten was - het vormde alles bij elkaar één lange, op een vloeibare dansvloer gedanste dans waarin zich telkens weer de omtrekken aftekenden van de Grote Witte Walvis. De wérkelijke Moby Dick, die van de verbeelding - als symbool der symbolen misschien wel de verbeelding zelf.

En dat is - bedacht ik terwijl ik diezelfde avond nog begonnen was met het zagen van mijn eigen plank - waarom een of andere griezel in een kelder in Bolinas dat enge beeld moest maken. Uit ziekmakende afgunst op wie nog wel op de golven van zijn verbeelding durft te surfen en daarvan geniet. Die zou hij wel even voor eens en voor altijd vastpinnen.