Nijmegen en provincie ruziën om vuile grond

NIJMEGEN, 29 AUG. De gemeente Nijmegen heeft zeer geïrriteerd gereageerd op een brief van de provincie Gelderland, waarin de gemeente wordt verweten ten onrechte vervuilde grond te hebben vervoerd. In een boze reactie laat de gemeente per brief weten onschuldig te zijn, mede omdat de provincie zelf een vergunning voor het vervoer heeft afgegeven.

Het thema verontreinigde grond is in Nijmegen een precaire kwestie sinds bij het bekend worden van de zogeheten vuile-grondaffaire, waarbij jarenlang met medeweten van het gemeentebestuur verontreinigde grond werd vervoerd en verwerkt. Ondanks kritiek van de provincie en een onderzoek door het openbaar ministerie heeft de gemeente zich nooit schuldig geacht. In dat licht bezien is de briefwisseling tussen de provincie en de gemeente opvallend. Het gaat, zo blijkt uit de provinciale brief van 10 juni, om de afvoer van vervuilde grond eerder dit jaar, afkomstig van het Kelfkensbos, waar een parkeergarage wordt gebouwd.

De grond werd deels afgevoerd naar Heerenveen en deels naar Den Helder, zo bleek de provincie uit eigen onderzoek. 'Hierbij hebben wij vastgesteld dat de (...) grond, op basis van het uitlooggedrag aan zink, niet toegepast had kunnen worden als een secundaire bouwstof, maar gereinigd of gestort had moeten worden.' In één adem vervolgt de brief evenwel dat 'voor de afvoer van de verontreinigde grond (...) ontheffingen door ons zijn verleend en tevens positieve adviezen van de colleges van gedeputeerde staten van de provincies Friesland en Noord-Holland' werden afgegeven. Toch, schrijft het college van gedeputeerde staten, 'verzoeken wij u in de voorkomende gevallen zorgvuldiger hiermee om te gaan'.

Nijmegen heeft een deel van grond laten gebruiken in een geluidswal in Arnhem. Ook dat was volgens GS niet volgens de regels, omdat de grondmonsters op onjuiste wijze onderzocht zijn. Ook hierbij neemt de provincie evenwel direct gas terug: 'Wij zijn van mening dat (...) het niet waarschijnlijk is dat (...) de normen zouden worden overschreden.'

Het schrijven van GS heeft Nijmegen 'hogelijk verbaasd', zo reageert het college van burgemeester en wethouders, ook per brief. De gegevens van de grondmonsters zijn indertijd aan de provincie voorgelegd, en dat 'heeft niet geleid tot een reactie uwerzijds'. Nijmegen vindt het ook merkwaardig dat de provincie de gemeente aanspreekt op onjuist gedrag terwijl er eerder voor dat gedrag een vergunning is verleend, en terwijl ook de collega-provincies akkoord zijn gegaan met de handelwijze.

Uit de brief blijkt verder dat de provincie de gemeenten Den Helder en Heerenveen, als ontvanger van de 'vervuilde grond', niet heeft aangeschreven. Ook daar staat Nijmegen van te kijken. 'Zij zouden in uw visie immers ten onrechte grond hebben geaccepteerd'. Datzelfde geldt ook voor de geluidswal in Arnhem, waarbij de grond werd afgenomen door de Grondbank.

B en W 'betreuren de toonzetting van de brief ten zeerste'. Het 'broze proces van verbetering van het imago van de gemeente Nijmegen inzake bodemverontreiniging, waar wij zeer aan hechten', aldus het college, wordt hiermee 'onevenredig geschaad'.