Mensen en mestkevers

Viktor Pelevin: Het leven der insecten. Vertaling Aai Prins. Wereldbibliotheek, 190 blz. ƒ 34,50

Aan Viktor Pelevins debuut Omon of de race naar de maan, dat twee jaar geleden in Nederlandse vertaling verscheen, lag één idee ten grondslag dat met ijzeren consequentie werd uitgewerkt, namelijk dat de Russische ruimtevaart van ijzerdraadjes aan elkaar hangt. Hetzelfde procédé volgt Pelevin in Het leven der insecten. Het idee is hier aan Kafka ontleend, namelijk de metamorfose van mens tot insect, met dit verschil dat Pelevin niet één maar talrijke mensen in insecten laat veranderen en hen ook weer naar mensengedaante terug laat keren. Mensen veranderen voor onze ogen in mestkevers of vliegen, die een tijd later ineens weer mensen worden en vervolgens weer tot hun zespotige staat terugkeren. Ook binnen de insectenwereld zijn er metamorfoses: een mier wordt een vlieg. De grens tussen mens en insect is in dit verhaal dus opgeheven. Dit idee dient om de gruwelijkheid van het leven in Rusland te symboliseren, hét thema van de recente Russische letterkunde. Pelevin wil een beeld van een maatschappij geven waarin de menselijke verhoudingen bij de insecten af zijn. Dat is mooi bedacht, maar hoe nu verder? Het is net of Pelevin met het bedenken van dit gegeven al zijn kruit verschoten heeft. Het leven der insecten mist helaas volkomen de verrassende plot die zijn eersteling tot zo'n aardig boek maakte, en van zijn stijl of van diepzinnige gedachten en ideeën moet Pelevin het ook niet hebben, zodat er dan toch wel erg weinig overblijft. Hoogstens een enkel mooi beeld, zoals van de tot mot getransformeerde Mitja die langs een bergwand omhoogvliegend door een vleermuis wordt belaagd.

Het leven der insecten maakt zeer sterk de indruk van een verzonnen boek, een boek dat is geschreven zonder innerlijke noodzaak. Ondanks het zeer serieuze thema van de menselijke verhoudingen in een onmenselijke samenleving is het een zielloos boek dat maar niet op gang lijkt te willen komen en dat bovendien geschreven lijkt voor een kleine in-crowd van Russische literatuurkenners.

Een scène als de volgende is daarvan een goed voorbeeld: Natasja en Sam - eerder in het boek al vliegen, maar nu weer mens - lopen door de regen op zoek naar een plaats voor een intiem samenzijn. Ze besluiten naar Natasja's huis te gaan, dat een hol onder de grond blijkt te zijn. Daar bevindt zich ook Natasja's moeder die in een diepe slaap is verzonken, waarin ze voortdurend hardop lange citaten voordraagt uit een zeer wetenschappelijke verhandeling over de orthodoxe Sovjet-kinderboekenschrijver Gajdar. Begeleid door moeders voorlezen bedrijven Natasja en Sam de liefde tijdens welke bezigheid ze weer tot insecten worden. Natasja houdt een betoog over de rechten van het insect. Einde hoofdstuk. Afgezien van het feit dat het allemaal niet zo heel erg leuk of aangrijpend is, is zo'n lang uitgesponnen passage over Gajdar - een begrip voor elke oudere Rus - voor de gemiddelde Nederlandse lezer praktisch onbegrijpelijk.

Het leven der insecten illustreert treffend de worsteling van bijna alle hedendaagse Russische schrijvers om literair vorm te geven aan de krankzinnige werkelijkheid waarin ze leven. Pelevin heeft in dit boek bij deze worsteling het onderspit gedolven.