Kenia straft Luoland voor stemgedrag

In Kenia draait alles om stammen. Die van president Moi trekt aan het langste eind en daarom kiezen andere volkeren voor de oppositie. Zoals de Luo en Luya, wier suikeroogsten worden doorgedraaid.

KISUMU, 29 AUG. Metershoog slaan de vlammen uit het veld met suikerriet. Gelaten kijkt de eigenaar van de akker naar de vlammenzee. Hij heeft de oogst van 22 maanden arbeid zelf in brand gestoken. “Misschien komt de suikerfabriek het riet nu snel ophalen. Als ik het niet in brand steek, kan ik nog maanden wachten.”

David Carter is directeur van de suikerfabriek Mumias in West-Kenia, het grootste suikerproductiebedrijf van Oost-Afrika. “De suikerindustrie van Kenia verkeert in een grote crisis, in onze pakhuizen ligt het onverkochte suikerriet soms metershoog”, vertelt hij. “Dan laten we de boeren maandenlang wachten voor we het riet op hun akkers komen kappen en ophalen, hoewel we daartoe volgens contracten verplicht zijn. De boeren steken daarom hun oogst in brand, dan móeten we het wel snel komen kappen, want verbrand riet moet binnen vier dagen tot suiker worden verwerkt. Vorig jaar kwam vrijwel onze gehele productie van verbrand suikerriet.”

Suiker en politiek, in Kenia hebben ze alles met elkaar te maken. De regeringspartij KANU (Keniase Afrikaanse Nationale Unie) heeft fondsen nodig voor haar verkiezingscampagne, later dit jaar. Bij de vorige verkiezingen, in 1992, liet de regering voor dit doel de geldpersen draaien, wat leidde tot een gierende inflatie en boze Westerse donoren. Ditmaal moeten de middelen van elders komen. Het antwoord is suiker. “Ik weet uit goede bron hoe KANU met illegale suikerimport geld verzamelt voor haar campagne”, zegt een lid van de Nationale Suikerraad, een organisatie van suikerproducenten. Door corruptie hoeft geen invoerbelasting te worden betaald op de suiker, met als gevolg miljoenen dollars winst. Daar kan de Keniase suikerindustrie niet tegen concurreren. “Tenminste 800 miljoen shilling (26,7 miljoen gulden) vloeide op deze wijze in de KANU-kas”, aldus een bron bij de Suikerraad. “Het voortbestaan van de suikerindustrie in Kenia staat op het spel door de illegale import”, stelt David Carter. “Het heeft Mumias al zeker een half miljard shilling (16,7 miljoen gulden) aan verliezen opgeleverd. Wij spelen net quitte, maar andere suikerbedrijven staan er slechter voor.”

De heuvels en valleien van West-Kenia staan vol met suikerriet. Het is het belangrijkste commerciële gewas van de regio, naar schatting drie miljoen mensen zijn afhankelijk van de industrie. In West-Kenia, rond het Victoriameer, leven de Luo en Luya volkeren. Ze stemmen in meerderheid op oppositiepartijen. Als regeringspartij KANU door de illegale importen de werkgelegenheid in de suikerindustrie bedreigt, waarom komen de Luo en Luya daar dan niet tegen in opstand? Een Luo-minister klaagde vorig jaar over de illegale importen en werd ontslagen. “Ik zou willen dat politici het schandaal zouden aankaarten en onze belangen verdedigen”, zegt een voorman in de fabriek Mumias. “Alleen de beter opgeleiden onder ons weten welk spel er wordt gespeeld. Zij lezen in de kranten uit de stad over schandalen. Boeren en arbeiders krijgen al hun informatie van de Keniase radio en daar hoor je de waarheid niet. Zij geven de fabriek de schuld.”

Bureaucratie en wanbeleid in de suikerindustrie hebben de afgelopen jaren geleid tot een lage productie. Vijf van de zeven grote suikerfabrieken in West-Kenia behoren aan de overheid en zullen volgens plannen overgaan in privé-handen. “Buitenlandse investeerders stellen zich echter heel afwachtend op”, aldus Carter, “je investeert niet in een industrie die systematisch wordt ondermijnd door illegale invoer.”

Menig Luo en Luya ziet een samenzwering. “Er bestaat een bewuste overheidspolitiek om dit gedeelte van het land te negeren”, verkondigt de kritische Anglicaanse bisschop van Kisumu, Henry Okullu. “De Luo worden gestraft voor hun hardnekkige oppositie tegen de regering in Nairobi. Er bestaat geen eerlijke verdeling van hulpbronnen in Kenia. Kijk naar het wegennet, nergens in dit land is dit zo slecht als in Luoland. Er is sprake van een negativistische regeringspolitiek jegens ons. En, toegegeven, wij Luo staan negatief tegenover de regering.”

Luo zijn ruim vertegenwoordigd in leidinggevende functies bij instellingen voor hoger onderwijs en onderzoek, maar sinds de onafhankelijkheid is een evenredig aandeel in de nationale macht aan hen voorbijgegaan. Kikuyu en Luo vormen 's lands grootste stammen en zij vochten samen tegen de Britse kolonisten. Oginga Odinga van de Luo en Jomo Kenyatta van de Kikuyu kwamen als nationale leiders naar voren. In 1967 brak er een conflict uit tussen vice-president Odinga en president Jomo Kenyatta, toen deze bij een bezoek aan Kisumu werd weggefloten en er rellen uitbraken. Kenyatta was woedend. Odinga ging de politieke wildernis in en de Luo verloren hun sleutelposities in de regering. Ook onder Kenyatta's opvolger, Daniël arap Moi van de kleine Kalenjinstam, keerden de Luo niet terug in het machtscentrum. Bij de eerste meer-partijenverkiezingen in 1992 weigerden de twee Kikuyu-partijen de stokoude Odinga te steunen als gemeenschappelijke presidentskandidaat van de oppositie. Teleurgesteld wendde Odinga zich na Mois overwinning tot de coalitie van minderheidsstammen rond de president. Odinga overleed in januari 1994 en op zijn begrafenis werd Moi door Luo uitgefloten. Ditmaal was Moi woedend en het verbond met de Luo was van de baan. “Meer dan ooit, en vooral als gevolg van de invoering van het meer-partijenstelsel, raakten de Luo gemarginaliseerd”, aldus Okullu.

Alle parlementszetels in Luoland gingen in 1992 naar de oppositiepartijen en het overgrote deel van de bevolking stemde tegen Moi. Bij de verkiezingen later dit jaar zal dit patroon zich vermoedelijk herhalen. “Luo's zullen weer massaal op de oppositie stemmen”, voorspelt een waarnemer in Kisumu. “Odinga's zoon Raila trekt nu alle stemmen. De Luo geloven nog immer in het traditionele leiderschap van de familie Odinga, het ontbreekt ons aan een andere visie.” Raila, een gewezen politieke gevangene met een lange staat van dienst in Keniase cellen, behoort tot de onverzoenlijkste tegenstanders van Moi.

“Wij Luo hebben altijd zo'n grote mond”, lacht bisschop Okullu. “Na de verkiezingen zullen wij opnieuw buiten de macht blijven met alle negatieve gevolgen vandien voor onze regio. Intussen zullen Mois Kalenjin gaan samenwerken met de Kikuyu.” De Kalenjin en vooral de Kikuyu blinken uit door hun zakeninstinct. De Luo onderscheiden zich door een relatief groot aantal intellectuelen. “Net als in Amerika kun je in Kenia alleen aan de macht komen en blijven als je rijk bent”, concludeert Okullu. “Onder de Luo bevinden zich te weinig invloedrijke miljonairs. Daarom komen wij nooit aan de macht in Kenia.”

    • Koert Lindijer