'Investeren in asfalt is passé'; GroenLinks: Minder inkomen, maar een leukere samenleving

GroenLinks presenteerde vandaag zijn nieuwe verkiezingsprogramma. Fractieleider Paul Rosenmöller ziet nog wel wat lacunes in het poldermodel.

DEN HAAG, 29 AUG. Als de aandacht voor een politieke partij evenredig zou zijn met het aantal Kamerzetels, hadden we de afgelopen jaren heel wat minder over GroenLinks gehoord. Maar fractievoorzitter Paul Rosenmöller heeft zich met vileine interventies ontwikkeld tot een van de smaakmakers van het politieke debat. Inmiddels voorspellen opiniepeilingen een verdubbeling van de huidige vijf Kamerzetels. Daarbij moet wel worden aangetekend dat eenzelfde voorspelling vier jaar eerder niet uitkwam.

Vandaag presenteerde Rosenmöller het programma waarmee GroenLinks de verkiezingsstrijd aangaat met - vooral - PvdA, D66 en SP. In het programma zegt de partij afstand te nemen van 'oude maakbaarheidsmodellen'. “De overheid van GroenLinks kent haar beperkingen. Ze weet dat ze niet alles kan weten, laat staan regelen.” Dat moet echter niet automatisch tot meer marktwerking leiden.

Het poldermodel wordt internationaal geprezen, in de komende 'paarse' begroting gaat iedereen erop vooruit - wat kunt u hier nog tegenover stellen?

Veel. Er is een toenemend maatschappelijk draagvlak voor keuzes die paars níet maakt. Laat ik er twee noemen. U zegt dat iedereen erop vooruit gaat; het zou ook absurd zijn als dat bij zo'n economische groei niet zo was. Wij vinden dat het sociale minimum, dat jarenlang is gedaald en enorm is achtergebleven bij het loon van de werkenden, flink omhoog moet. Dat pleidooi vindt absoluut geen gehoor bij het paarse kabinet. (Dat wil de koopkracht van de sociale minima volgend jaar met ruim 1 procent laten stijgen, red.) Terwijl de kerken, de vakbeweging, de gemeenten en de sociale diensten - de mensen die er met hun neus bovenop zitten - de laatste driekwart jaar allemaal pleiten voor een kentering.

Tweede punt: wat is er nou mooier dan in deze periode van economische bloei een echte stap te maken naar een echt duurzame ontwikkeling? Laten we afstappen van traditionele concepten als Nederland distributieland, dat toch een investering is in grijs, in asfalt en beton. Daarvan zien steeds meer mensen dat het ouderwets is en dat de prijs die voor het milieu moet worden betaald, naar de toekomst wordt verschoven. Wij pleiten voor Nederland innovatieland. Als je miljarden vrij wilt maken voor investeringen, investeer ze dan in energiebesparing, in openbaar vervoer, duurzame woningbouw, onderwijs.

Uw verkiezingsprogramma betoogt dat de paarse slogan 'werk, werk, werk' beter kan worden vervangen door 'opzij, opzij, opzij'. Waarom?

Met de slogan 'werk werk werk' wordt een te eenzijdige nadruk gelegd op betaalde arbeid. Al die honderdduizenden mensen die geen betaalde arbeid hebben worden weggedefinieerd. Wij zijn natuurlijk voor het scheppen van werk, maar met 'opzij, opzij, opzij' laten we zien dat het werk ook beter moet worden verdeeld.

Centraal in uw programma staat de kritiek dat 'de burger in het politieke debat te veel uit beeld is geraakt'. Deze week nog wist een illegale Turkse familie met behulp van enkele vasthoudende actievoerders zichzelf tot onderwerp te maken van kabinetsberaad. Overdrijft u niet een beetje?

Nee, ik denk dat de uitzondering de regel bevestigt. De afgelopen jaren hebben veel mensen het lot ondergaan dat de familie Gümüs dreigde te ondergaan. Uit het feit dat mensen in De Pijp en ook daarbuiten, in politiek Amsterdam, zich hebben verenigd achter de familie kun je opmaken dat er, hoop ik, een omslag gaande is. Natuurlijk is het in Nederland voor iedereen mogelijk een parlementariër aan de telefoon te krijgen, maar daar gaat het niet om. Belangrijker is dat het parlement zich niet alleen bekommert om de precieze formulering van een voorgestelde regel van een minister, maar ook daarna controleert of ervan terecht is gekomen wat we voor ogen hadden.

Wat vreemdelingen betreft staat GroenLinks een ruimhartig beleid voor. Wie kan aantonen vijf jaar in Nederland te verblijven krijgt een verblijfsvergunning. Heeft dit geen aanzuigende werking?

Met deze passages in het programma willen wij een tegenwicht bieden aan de onderlinge wedijver tussen Europese landen wie het meest de toestroom - om dat vervelende woord maar eens te gebruiken - kan beperken. Want waarom heeft Nederland begrippen als 'veilige landen' en 'derde landen' geïntroduceerd? Omdat andere Europese landen dat deden. Wij ervaren dat als een neerwaartse spiraal. In 1995 waren er 50.000 asielaanvragen in Nederland, het land was te klein, het beleid werd aangescherpt. Nu roept iedereen opgelucht dat het er nog maar 20.000 zijn. Zónder zich af te vragen of er in de wereld ook iets is veranderd dat reden kan zijn voor die afname. Ik zie niet minder brandhaarden dan twee jaar geleden. Wij komen dan toch op voor die mensen die om politieke reden de ingrijpende stap maken hun land te verlaten.

In het programma staan ook punten waarvan niet helemaal duidelijk is hoe ze moeten worden uitgevoerd. 'Er komt een maximum aan het percentage van het inkomen dat huishoudens aan woonlasten mogen uitgeven.'

Dat is meer een soort norm, die nog om een nadere uitwerking vraagt. Achterliggende idee is deze: mensen met een sociaal minimum geven tot veertig procent van hun inkomen uit aan woonlasten. Een manier om het armoedevraagstuk aan te pakken is een norm stellen, bijvoorbeeld 20 procent van het inkomen, dat iemand rederlijkerwijs kan besteden aan woonlasten. Daar stem je dan de huursubsidie op af. Dit punt gaat dus niet over mensen met een inkomen zoals u of ik.

In de Kamer oogt u als de snelle, moderne, goed geklede parlementariër. Verhult uw imago niet een partij die op punten ouderwets links is?

O nee. Ik vind dat dit programma modern en toekomstgericht is. Het past goed bij mij en ik pas goed bij dit progressief linkse programma. Wij vragen inderdaad de rijkere Nederlanders inkomen in te leveren, maar daar stellen wij beter onderwijs voor hun kinderen tegenover. Minder inkomen, maar een leukere samenleving: groener, schoner en meer vrije tijd.