Ik ben een kip zei de wurm

Ida van Berkum: Over beestjes. Gottmer/Jenny de Jonge, 32 blz, ƒ 27,50

Patsy Backx: Fientje en Flappie en Fientje een wintersprookje. Gottmer/Jenny de Jonge, 32 en 36 blz. ƒ 16,90 per stuk.

Een beteuterd kijkende cavia, gepropt in een bruin kommetje. Onderschrift: 'Waterbakken zijn erg onpraktisch. De cavia gaat erin zitten.' Een al even sip hondje, kleine propelleroortjes aan weerszijden van zijn bolle hoofd. Onderschrift: 'Ik ben Bennie. Ik heb stomme oren.' En een tekkel met zijn vier voetjes in de lucht: 'Ik kan heel mooi dood doen.'

De informatie die Ida van Berkum in haar prentenboek Over beestjes verstrekt, is summier. Ze geeft hoogstens een paar eigenaardigheden weer over de afgebeelde dieren, waarvan de tekkel duidelijk haar allergrootste favoriet is. Over beestjes zwengelt de fantasie aan van wie erin bladert, zodat je er zelf verhaaltjes bij verzint. Want hoe vergaat het die cavia met zijn natte kont verder en krijgt het hondje Bennie uiteindelijk vrede met zijn oren?

Van Berkums illustraties zijn eenvoudig; knullig aandoende poppetjes, snel getekend met pen en inkt, ingekleurd met waterverf. Met hun geestige ronde of juist langwerpige lijfjes staan ze wat verloren op een witte achtergrond. Ze kijken aarzelend of een beetje nurks uit hun kraalogen. En ze zien er zonder uitzondering erg lief en aaibaar uit.

Als er in dit prentenboek al iets verteld wordt, wordt zo'n pas verworven zekerheid de lezer snel weer ontnomen. Lukke bijvoorbeeld is 'een blij tekkeltje', meldt de tekst op de linkerpagina. Op de rechterpagina staat echter prompt dat Lukke eigenlijk een beetje kwaad is. Iemand zei 'dikke worst' tegen hem.

De ultrakorte 'stripjes' in Over beestjes, dat bestaat uit plaatjes met onderschriften (of tekstballonnen), laten je wat verbluft achter. Fantasiedieren stellen zich doodleuk voor als bestaande dieren, een paarse wurm beweert 'Frans de kip' te zijn. En na 'de poedel en de tekkel zijn verliefd' volgen niet alleen tekeningen van hun zoon en dochter, twee rare mengvormen van rassen, maar ook van 'de achterneef' en 'de buurman' - misschien geen buitengewoon mooie, maar toch doodnormale honden.

Als prentenboek voor peuters komt Over beestjes waarschijnlijk alleen tot zijn recht bij een begnadigd voorlezer, die de plaatjes al improviserend aan elkaar praat. Iedereen die ouder is zou zich eventueel kunnen ergeren aan de verregaande vrijblijvendheid van het boek. Beter is echter je over te geven aan de verregaande en verrassende kolder.

Naast de nonsensicale on-verhaaltjes van Van Berkum zijn de twee al even mooie, in harde kaft uitgegeven prentenboekjes van Patsy Backx traditioneel. Op de linkerpagina staat in duidelijke zwarte letters de tekst, rechts is met stevige lijnen getekend wat het meisje Fientje in het verhaal zoal beleeft. Backx kleurde haar koddige, innemende figuurtjes ditmaal in, netjes als op een kleurplaat. Het resultaat doet enigzins denken aan het beroemde Engelse prentenboek Madeline van Ludwig Bemelmans, al is de suggestie van beweging bij Backx minder groot.

In Fientje een wintersprookje, dat eerder met slappe kaft en zwart-wit illustraties verscheen, zwiept een harde windstoot Fientje bovenop een vuilnisboot, waarna ze naar een eiland zwemt en bij een konijn op bezoek gaat. Uiteindelijk komt ze veilig op school aan. In het nieuwe verhaal, Fientje en Flappie, is ze juist onderweg van school naar huis. Opnieuw voert ze levendig conversatie met een meeuw, over het dasje dat ze op school gepunnikt heeft voor haar speelgoedbeest Flappie. Wie ooit als kind zijn beer is verloren, kent de omvang van het drama dat volgt. Als Flappie weg blijkt te zijn, en Fientje tot overmaat van ramp in de grijper van een hijskraan belandt.