Grigori Raspoetin (1871-1916) ; Via de zonde naar de hemel

Brian Moynahan: Rasputin. The Saint Who Sinned. Random House, 383 blz. ƒ 63,95

Vladimir N. Brovkin: The Bolsheviks in Russian Society. The Revolution and the Civil Wars. Yale University Press, 333 blz. ƒ 82,50

Terwijl de kanonnen bulderden, bereikte de vrouwelijke elite van Sint-Petersburg orgastische hoogten. Aan het front probeerden de zonen van hun bedienden en boeren zich met aftandse wapens en navenante strategieën de As-mogendheden van het lijf te houden. In de stad lieten de dames zich afranselen door een onwelriekende monnik uit Siberië. Het tsaristische Rusland was op weg naar zijn climax.

Een hoofdrol in dit drama was weggelegd voor Grigori Raspoetin, een boerenzoon uit Siberië die zich als magische 'wijze' een weg had weten te banen naar het tsaristische hof. Het was Raspoetin die op het dieptepunt van de Eerste Wereldoorlog de carrières van ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders kon maken en breken. Het was Raspoetin die uiteindelijk tegen wil en dank de val van tsaar Nicolaas II zou inluiden.

Twee gegevens die op zichzelf al genoeg zouden kunnen zijn voor mythevorming. Maar er was in 1916 meer. Grigori Raspoetin was namelijk geen ascetische monnik die louter voorging in gebed. Nee, hij was een man van de wereld die vaak trek had in goed eten, stevig kon drinken, veel in de sauna zat, graag danste en bovenal van vrouwen hield. Zelfs de tsarina Aleksandra bezweek er voor. Het was deze combinatie van geestelijke én wereldlijke macht die zijn aureool tot op de dag van vandaag in stand heeft weten te houden. Niet minder dan zestig jaar na zijn dood had Boney M nog succes met de regels 'Ra Ra Rasputin, Russia's famous love-machine'.

Verwarring

Het zegt allemaal net zoveel over de betrokken monnik zelf als over het Rusland waarin hij kon gloriëren. In zijn biografie Rasputin, the Saint Who Sinned schetst de Britse journalist/historicus Brian Moynahan, bekend door zijn prachtige tekst bij het schitterende fotoboek De eeuw van Rusland (Anthos, 1994), een beeld waaruit een land opdoemt dat zo in verwarring was dat het Raspoetin wel in de armen moest sluiten. Hij doet dat zo krachtig dat je de atmosfeer in de laatste dagen van het tsaristische gekkenhuis bijna kunt ruiken.

Grigori Jefimovitsj Raspoetin werd vermoedelijk in januari 1871 geboren in Pokrovskojo, een dorp in het olierijke district Tjoemen achter de Oeral en deel van het gouvernement Tobolsk. Zijn achternaam had hij al meteen mee. Die was, zo zei men in Siberië - een land van dieven, ballingen, mislukkelingen en cipiers, kortom, van pioniers - afgeleid van raspoetstvo: losbandigheid. Grigori leefde er ook naar. Hij rotzooide maar raak. En niemand die het merkte. Want in Siberië kwam bijna geen beschaafd mens langs. De Transsiberische spoorlijn was nog niet aangelegd. De reis van Tjoemen naar Sint-Petersburg, een afstand van ongeveer vijfentwintighonderd kilometer, duurde nog gewoon zes weken.

Er was echter één aspect van het leven dat Raspoetin wel serieus nam: de natuur als verschijning Gods. Bij gebrek aan kerken om de hoek moest de Heer daar gezocht worden in de bossen, de moerassen en de taiga. Door dit isolement was Siberië een pleisterplaats voor allerhande godsdienstige groepjes, scheurmakers en andere sekten. De 'dorpsgek' kon er voor de diepzinnigste man op aarde doorgaan. Kastijding en andere ranselende rituelen speelden daarbij niet zelden een rol. Chlystisme, het ranselen met een karwats van takken, heette het. 'Ik gesel, ik gesel, op zoek naar Christus', was een wijdverbreide lekenpsalm.

In de orthodoxe kerk werd de populariteit van het chlystisme met zorg bekeken. Deze vorm van fysieke extase paste niet in de liturgie en al helemaal niet in de hiërarchie van de staatskerk. Maar daaraan hadden ze in Siberië geen boodschap. De autoriteiten kwamen immers toch zelden langs.

De bekering van Raspoetin tot God de Natuur was in die context dus niet bijzonder. De conclusie die hij er uit trok, was echter al een stuk uitzonderlijker. Nadat Raspoetin in totale ontreddering en eenzaamheid God in het bos had gezien, wist hij het. Alleen langs de weg van het zondige leven kon de mens zijn eigen lust uitdrijven. Alleen via de fysieke liefde kon men Gods geestelijke liefde bereiken. Kortom, hoe meer zonde, des te meer kansen op boetedoening.

Inmiddels monnik ging hij dit besef als rondtrekkende 'wijze' uitdragen. Eerst alleen in Siberië en de Oeral, maar alras ook in het Europese deel van het Russische Rijk. Het werd een doorslaand succes. Vooral vrouwen hingen aan zijn, achter een vlassige en smerige baard verborgen, lippen. Hij op zijn beurt kuste ze met zijn zwarte tanden, een methode om hen immuun te maken voor hun eigen passies.

Raspoetin kreeg er lol in. Begin twintigste eeuw werd de tijd zelfs rijp voor een grote sprong voorwaarts. De razendsnelle industrialisatie en de daaraan gepaard gaande sociale spanningen tussen puissant rijk en smerig arm, had de politieke stabiliteit in Rusland onder druk gezet. Het vanzelfsprekende zelfvertrouwen van de tsaristische elite, die zich nooit had hoeven bekommeren om haar reden van bestaan, kreeg behoefte aan een nieuwe impuls. Raspoetin rook de kans en vertrok, op advies van een bewonderaarster, eind 1903 naar Sint-Petersburg. De hoofdstad was er klaar voor. Deze groezelige monnik - deze varnak (een afkorting van de woorden 'dief', 'rover' en 'met de knoet bestraften') uit Siberië - kon bieden wat de dames aan de Nevski-prospekt en de nabijgelegen grachten, ondanks hun Fabergé-juwelen en plezierjachten in de Neva, ontbeerden: zingeving in een zinledige wereld.

De zegetocht van Raspoetin was onstuitbaar. Er waren meer vrouwen die wèl iets met hem wilden dan niet. Het legde hem geen windeieren. Raspoetin ging gaandeweg in welstand leven, zonder dat hij, de starets uit Siberië, ook maar enigszins mondain werd. De ene vrouw betaalde zijn appartement, de ander zijn kleren en de volgende het eten en, vooral, de drank. Hij kwam zelfs in contact met een hofdame en via haar met de tsarina. Bingo. Aleksandra Fjodorovna (haar gerussificeerde naam) had medio 1904, na vier dochters, eindelijk een zoon gebaard. De erfopvolging leek geregeld, ware het niet dat de kleine Aleksis aan de bloederziekte bleek te lijden. De artsen wisten er amper raad mee. Raspoetin was minder terughoudend. Hij leerde de vrouw van Nikolaas II vertrouwen te hebben. Als Aleksis ijlend in zijn bed lag, na weer een bloeduitstorting, wist Raspoetin hem zo te hypnotiseren dat de jongen de volgende dag al weer aan de beterende hand was. Soms kon de monnik zelfs per briefje voorzien dat het weer goed zou komen. En het kwam ook steeds weer goed met Aleksis. Aan de goddelijke macht van Grisja werd aan het hof met de dag minder getwijfeld. De tsaar sprak over 'onze vriend'. De tsarina ging haar briefjes aan de monnik ondertekenen met 'M'. Van mama.

Raspoetin verwierf zich aldus een positie die hem in staat stelde zich indirect met politiek te gaan bemoeien. Niet op de manier zoals in de Petersburgse cultuur gebruikelijk was, maar op geheel eigen wijze.

Een paar jaar eerder zou dat wellicht geen effect hebben gehad. Maar nu, na de vernedering die de Russen hadden moeten slikken in de oorlog tegen de Japanners (1904/05), was de verwarring zo groot dat het establishment niets meer te dol was.

In dit klimaat kon Raspoetin de cult-held worden die hij tot het eind van zijn leven zou blijven. Wat jonge voetballers zich tegenwoordig kunnen veroorloven, kon Grisja zich toen al permitteren. De vrouwen stonden voor hem in de rij. Hij zelf mocht 'dronken', 'stomdronken' of 'absoluut dronken' zijn (de drie gradaties die men in Siberië kent), zoveel hij wilde. En om hem heen verzamelde zich een groepje vrienden met hun eigen agenda die, afgezien van de kleinere onderlinge verschillen, altijd op hetzelfde neerkwam: protectie voor hun corrupte praktijken. Het respect voor Raspoetin leek onbegrensd. Kanseliers, staatssecretarissen en ministers kwamen en gingen op zijn voorspraak. Zelfs Pjotr Stolypin, de autoritaire hervormer die tussen 1906 en 1911 mocht proberen om Rusland op nieuwe leest te schoeien, zou pas zijn vermoord toen de monnik tegen hem begon te orakelen. Alle pogingen om hem uit te rangeren, onder meer via een moordaanslag, mislukten. Als het hem in Petersburg een beetje te heet onder de voeten werd, hoefde Raspoetin alleen maar even naar Pokrovskojo te reizen (er reed inmiddels een trein naar Tjoemen) om een beetje op adem te komen.

Vreselijke storm

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, bleek het tienjarige verblijf in het wereldlijke Petersburg niet voor niets te zijn geweest. Raspoetin mocht dan de rol spelen van de 'duistere' Siberiër, hij was niet gek. In een brief aan de tsaar voorzag hij het resultaat van de oorlog waarin het als altijd messianistische Rusland zich wilde storten. 'Ik zag opnieuw een vreselijke storm die Rusland bedreigt. (...) Het is nacht zonder ook maar één ster. Een zee van tranen. En zoveel bloed. (...) Wat zal er van Rusland komen als we Duitsland verslaan? Wanneer ik daaraan denk, zie ik vreselijk martelaarschap. Rusland verzwolgen in zijn eigen bloed. Grigori'. Hij was daarmee in het goede gezelschap van graaf Sergej Witte, de architect van de industrialisatie en oud-premier die, hoewel zeker geen vriend van de monnik, het enthousiasme over de oorlog ook 'waanzin' vond.

Niet dat deze profetie Raspoetin tot enige bescheidenheid verleidde - elke avond en nacht werd nu een feest van vrouwen, drank en zigeunermuziek - maar het klopte wel. De prestaties van het Russische leger waren een blamage. De infanterie bleek niet meer dan een menselijke 'stoommachine' die op het eerste gehoor wel een hoop lawaai maakte maar daarna simpel overstemd kon worden door de Duitse infanterie. De beslissing van Nikolaas om zelf het opperbevel ter hand te nemen en naar het commandocentrum in Mogiljov te verhuizen, veranderde daar niets aan. Integendeel. Veilig achter de frontlinie veranderde Petersburg, en in mindere mate Moskou, in een wingewest voor speculanten, kasteleins, deserteurs, pooiers en hoeren. De stad begon, in de woorden van Boris Pasternak, te stralen als 'de etalage van een bloemist in de winter'. 'Party-time', aldus Moynahan. Raspoetin vierde het feest als permanente gast mee. De pauzes gebruikte hij om de tsarina, die in Petersburg was achtergebleven, te bestoken met memo's welke functionarissen ze moest ontslaan of juist benoemen. Maar van rationaliteit was, zo het er al geweest was, geen sprake meer. De enige variabele in het curriculum van Raspoetins kandidaten was 'dom' of 'slecht', de enige constante 'corrupt'.

Het zou hem de kop gaan kosten. De tsarevitsj bleef dan wel in leven en de dames mochten vrees noch blaam koesteren, sommige mannen uit de elite begonnen zich nu toch zorgen te maken. In de Staatsdoema, de tandeloze volksvertegenwoordiging met doldrieste parlementariërs, die soms zelfs met een rode anjer in hun gulp rondliepen om met hun revolutionaire romantiek te koketteren, gonsde het meer en meer: Rusland was in de greep van een monnik, joden en Duitse spionnen (Aleksandra was een in Hessen geboren prinses van Britse afkomst, die beter Engels dan Duits sprak). Dat verklaarde al die militaire nederlagen op rij. Want aan het achttiende-eeuwse Russische leger zelf kon het uiteraard niet liggen.

Om zich in te dekken tegen alle eventualiteiten voerde de Ochrana, de geheime dienst, haar oude en vertrouwde dubbelspel tot grote hoogte op. De ene ploeg bewaakte 'vader Grigori', de ander complotteerde tegen hem. Maar uiteindelijk besloot een van de allerrijkste jonge edelmannen het probleem op eigen houtje uit de wereld te helpen. Onder het mom dat zijn vrouw Irina - een van de weinigen in Petersburg die hij nog niet had bedwelmd - hem wilde ontmoeten, arrangeerde Feliks Joesoepov (zelf ook een fuifnummer met een naam als travestiet) op een decemberavond in 1916 een afspraak met Raspoetin. Samen met een paar handlangers wilde hij de starets via zijn geliefde madeira vergiftigen. Tevergeefs. Grigori's maag begon een beetje raar te doen en zijn hoofd werd wat zwaar. Maar geen nood. 'Geef me nog een glas, dat zal me goed doen'. En trouwens, waar bleef die Irina? Joesoepov, doodsbang dat zijn slachtoffer inderdaad over die bovenaardse kwaliteiten beschikte die hem werden toegedicht, ontgrendelde een Browning en schoot hem daarop een kogel door de borst. Raspoetin gaf wederom geen krimp. Met ogen zo groen als gif, probeerde hij Feliks te overmeesteren. Een andere samenzweerder moest er aan te pas komen om het karwei af te maken. Met drie kogels in zijn lijf dumpte de mannen Raspoetin, nog half levend, in de bevroren Neva-rivier. In het ijskoude water zou de monnik volgens overlevering nog urenlang tegen de dood hebben gevochten.

Raspoetin had dit einde volgens zijn dochter zien aankomen. Een van zijn zaakwaarnemers had hem tijdig gewaarschuwd. 'Vraag papa en mama een miljoen pond, dan gaan we naar Palestina'. Raspoetin had het idee verworpen en dat, na twee flessen madeira, aldus beargumenteerd. 'De edelen hebben geen Russisch bloed. Hun bloed is gemengd. Ik zal ze tonen wie sterker is.' In een apocrief testament, waarvan de authenticiteit dubieus is, zou hij niettemin voor de zekerheid alvast hebben opgeschreven: 'Als ik vermoord word door gewone moordenaars, in het bijzonder door mijn broers, de boeren, dan hebt u, tsaar van Rusland niets te vrezen. (...) Maar als ik vermoord word door bojaren, als zij mijn bloed vergieten, dan zullen hun handen besmet blijven met mijn bloed. Broers zullen dan broers doden.'

Een tekst van de echte Raspoetin of niet, ruim twee maanden na de dood van Raspoetin was het inderdaad met de tsaristische macht gedaan. 'De kogel die hem doodde, trof de dynastie recht in het hart', stelde de woeste dichter Aleksandr Blok vast. Nog geen jaar later begon een revolutie die niet alleen een einde maakte aan de tsarenfamilie maar ook aan de Russische adel, inclusief al die vrouwen die zich door Raspoetin via de zonde van de zonde hadden laten genezen.

Velen begrepen niet hoe het mogelijk was dat een machtsgreep, die in de nacht van 25 op 26 oktober 1917 was begonnen als een putsch (in Lenins woorden: 'vandaag is het te vroeg, morgen is het te laat'), kon uitdraaien op een heuse omwenteling die driekwart eeuw stand zou houden. De 'staatsgreep-theorie', die door haar fixatie op de coup van Lenin vaak de indruk wekte dat er in 1917 nog allerhande andere reële opties waren, bood een antwoord. Maar wie de opstellen uit de bundel The Bolsheviks in Russian Society tot zich laat doordringen zou nu beter moeten weten. De sociale en politieke verhoudingen waren indertijd veel gecompliceerder dan de historiografie sinds de Koude Oorlog in retrospectief kon zien. De opstellen in het boek van Brovkin beschrijven een maatschappelijk vacuüm zo diffuus dat alles en iedereen er in werd getrokken.

Na de dood van Raspoetin en de val van Nikolaas en Aleksandra lag de macht daarom voor het oprapen voor degene die er het eerst bij was. Wat Feliks Joesoepov had beoogd - het redden van de autocratie - verkeerde in zijn tegendeel. De 'witte' elite had haar geloofwaardigheid verloren. Zozeer zelfs dat ook talloze antibolsjewistische radicalen en revolutionaire nationalisten zich in de eerste jaren van de burgeroorlog aan de zijde van de 'roden' schaarden in de hoop dat ze na de overwinning volk en land alsnog konden 'zuiveren' van niet-Russische invloeden. Deze illusie over een anti-elitaire en volkse coalitie tegen het ancien regime eindigde voor de vuurpelotons. Stalin kon zich vervolgens opwerpen als de executeur-testamentair van Raspoetins nalatenschap. Het mystieke mengsel dat de Siberische monnik had helpen brouwen, werd onder zijn handen een destillaat van messianisme, terreur en later corruptie waarmee het klassieke Rusland een plaats afdwong in de moderne twintigste eeuw. Terwijl het volk voorwaarts werd gedreven, doken er in troebele tijden steeds weer nieuwe 'grijze kardinalen' in de coulissen van de macht op om de schuld te krijgen van het falen van de leider. Zelfs de eerste democratisch gekozen president, Boris Jeltsin uit de Oeral, kon niet zonder zijn onafscheidelijke 'vriend' uit sauna en gelagkamer, Aleksander Korzjakov. En ook hij moest deze vertrouweling lozen, toen het de nieuwe elite te bar werd. Waarna zijn dochter Tatjana Borisovna, zo wilde omiddellijk het gerucht, de rol mocht overnemen.

Sadomasochisme

In het Russische bewustzijn stierf de boerenzoon uit Siberië dan ook nooit. Zijn leven en zijn dood bleven een mythische gestalte houden. In de sovjet-historiografie werd hij doodgezwegen of werd gesuggereerd dat hij niet alleen met al die honderden vrouwen het bed had gedeeld maar ook met de tsarina. Het moest het ultieme bewijs zijn voor de rotheid van het tsarisme en de onvermijdelijkheid van de bolsjevistische overwinning.

Maar in wezen was ook dat een eerbetoon aan Raspoetin en zijn tijd, zij het nogal paradoxaal. Die laatste legende (de seksuele verhouding met de tsarina) is nooit aangetoond, zo stelt Moynahan vast. Of Raspoetin ook anderszin een love machine was, is eveneens twijfelachtig. De hofdame die Raspoetin bij de familie Romanov had geïntroduceerd, bleek na de revolutie bij nader onderzoek nog maagd te zijn. De vraag rijst dan ook of het in de orgies van Raspoetin wel om seks ging in de zin van coïtus. Als het waar is dat Raspoetin al die dames bezat - Moynahan gebruikt om de haverklap het werkwoord 'to fuck' - dan is het vreemd dat de monnik niet door een eenvoudige geslachtsziekte is gesneefd. Zijn leeftijdgenoot Lenin stierf wel aan syfilis, hoewel zijn reputatie op dit vlak (een buitenechtelijke relatie met Inessa Armand) toch een stukje minder groot was.

Een andere, sociaal-psychologische, verklaring ligt daarom meer voor de hand. Het chlystisme was een vorm van sadomasochisme dat appelleerde aan het zinkend zelfvertrouwen van een samenleving die wist dat ze verweekt was. Het was een spel waarin de tsaristische elite, verward door dynastieke angst en hopeloze oorlog, vergetelheid kon vinden. Het was een fysiek godsbesef dat, juist omdat het uit het authentieke Siberië stamde, in donkere tijden perspectief kon bieden. Raspoetin was in deze darkroom de dominante meester, de flagellant. Zijn hypnotiserende ogen, zijn boerse geur, zijn grove verschijning en zijn exotische teksten brachten de verveelde dames uit het establishment in vervoering. Zijn zondige sessies waren de eredienst waarmee zij de gevaren van vleselijke macht van henzelf en hun mannen dachten te kunnen bezweren.

Orgiën die voor ons soms ook zichtbaar worden. Als we uitgaan in de discotheek Sinners in Heaven.