Gestrand tussen de ingeblikte sardines

Francisco Goldman: The Ordinary Seaman. Atlantic Monthly Press, 381 blz. ƒ 51,75

Hoe beschrijf je uitzichtloosheid, hoe beschrijf je de leegte van zichzelf herhalende dagen, hoe beschrijf je een leven waarin geen spoor van hoop gloort aan de horizon en geen haven in zicht is? Met veel saaie, gebeurtenisloze pagina's, als je niet oppast, en er zijn maar weinig schrijvers die deze taak hebben volbracht zonder een schare geeuwende en duttende lezers op hun geweten te hebben.

Met zijn tweede roman The Ordinary Seaman heeft Francisco Goldman zich helaas niet in die categorie van weinigen kunnen voegen. En dat terwijl zijn idee (ontleend aan een berichtje in de New York Daily News van november 1982) zo inspirerend lijkt: een groep Centraal-Amerikaanse zeelui, onder valse beloften naar de VS gelokt, blijkt gestrand in de haven van Brooklyn. Het schip waarop ze hebben aangemonsterd blijkt niet zeewaardig, de eigenaar waarvan sprake is blijkt niet te bestaan, de kans dat het schip ooit het ruime sop zal kiezen is nihil. Slechts één van de aangemonsterde bemanningsleden, de bejaarde Bernardo, ziet al snel in dat het Vrijheidsbeeld - binnen hun blikveld gelegen - nog eerder voor de grote vaart gereed zal zijn dan hun schip.

En dan rijgen de dagen van wachten zich aaneen. De wal kunnen ze niet op en dus vervuilen ze, prutsen wat aan de boot, en voeden zich met de door de vorige bemanning achtergelaten voorraad rijst en ingeblikte sardines. Heel af en toe komen de beide oplichters die zeggen namens de eigenaar te handelen even langs om ze moed in te praten. Pas als het boek ver, veel te ver is gevorderd begint de meest ondernemende van het stel, de 19-jarige ex-Sandinista Esteban, zijn nachtelijke expedities aan de wal om aan eten te komen en, uiteindelijk, de basis te leggen voor een illegaal bestaan in New York.

Daarvoor heeft Goldman al pogingen gedaan zijn Nicaraguaanse achtergrond contouren te geven, de lezer komt wat te weten over de burgeroorlog en zijn gesneuvelde geliefde zonder dat er ooit een connectie wordt gelegd tussen heden en verleden die de eentonigheid van het boek wat kan doorbreken. In een laat en volkomen overbodig hoofdstuk komen we meer te weten over de achtergrond van de beide oplichtende contactpersonen, maar ik ben bang dat menig lezer dan al zijn geduld heeft verloren.

Francisco Goldman verwierf met zijn debuut The Long Night of White Chickens universele lof, en zelfs positieve vergelijkingen met schrijvers zo divers als Vladimir Nabokov en Toni Morrison. Zijn stijl is lenig en zijn beeldend vermogen verraadt zijn Latijns-Amerikaanse achtergrond. Maar het lijkt me dat hij met zijn tweede boek het slachtoffer is geworden van het gevreesde 'follow up' syndroom dat ook de ontwikkeling van andere veelbelovende carrières in de weg zat. Over Amerika's immigrantencultuur is beter geschreven door zulke uiteenlopende auteurs als T. Coraghessan Boyle, Edwidge Danticat en Chang-Rae Lee, en dan noem ik alleen nog maar voorbeelden uit de laatste jaren. Geconfronteerd met een idee zo mooi als dit is Goldman helaas de weg kwijt geraakt bij de uitwerking ervan; een goede redacteur had misschien wel de helft van het boek geschrapt, maar blijkbaar is het tegenwoordig alleen aan Saul Bellow toegestaan boeken van minder dan 400 pagina's op de Amerikaanse markt te brengen.