...en verbieden

DE VRAAG BLIJFT hoe ver de kracht van pragmatisch-permissieve argumenten op het gebied van de zedelijkheid strekt. Het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg heeft eerder dit jaar het protest van een aantal Britten tegen een veroordeling wegens sadomasochistische praktijken tussen “consenting adults” afgewezen.

Het strafrecht maakt hier onmiskenbaar een inbreuk op de intieme levenssfeer - nog afgezien van het chantagegevaar en het risico van martelaarseffecten - maar dit is volgens het Hof gerechtvaardigd wegens de gezondheidsrisico's die zeker aan geprononceerde SM-praktijken zijn verbonden.

Iedere grens is discutabel (wat is gezondheid?) maar dit was in elk geval een poging tot een praktische afweging van voor- en nadelen van overheidsinterventie op dit gevoelige gebied. In een redactioneel commentaar gaat het tijdschrift voor de rechten van de mens NJCM Bulletin een stap verder dan het gevaar voor de volksgezondheid. Het verwelkomt de Europese uitspraak als een signaal “dat het cultiveren dan wel als probleemloos accepteren van leedtoevoeging in de omgang van mensen met elkaar niet te tolereren is”.

Als maatschappelijke doelstelling valt tegen deze stelling weinig in te brengen. Maar dient de staat zich met het strafrecht in de hand op te werpen tot individuele zedenmeester? Het klassieke rechtsbeginsel “volunti non fit iniuria” (wie toestemt, geschiedt geen onrecht) gaat niet zonder meer op voor het strafrecht. Maar noopt dit ook tot een actieve justitiële aanpak van de meer extreme vormen van 'piercing' of sommige nieuwe vechtsporten? Want dat is de consequentie van de bepleite signaalfunctie.

DE BRITSE rechtspraak laat zien dat de grens van de overheidsinterventie niet eenvoudig valt te trekken. Het strafrecht heeft geen inbreuk te maken op de privacy van de echtelijke woning, verklaarde een rechter in het geval van een echtgenoot die op initiatief van zijn vrouw met een heet mes een merkteken had aangebracht op haar achterwerk. De rechter vond dat niet meer dan een - toegelaten - tatoeage, al zal dit onderscheid voor de wèl veroordeelde sadomasochisten niet direct herkenbaar zijn.

Dit voorbeeld illustreert de waarschuwing van Sorgdrager in de gedoognota dat “het recht geen volledige handhavingsplicht kent”. Ieder verbod roept zijn eigen gedoogvraagstuk op.