Een zwarte ijsberg werd ze; John Cale over de muziek voor de dansvoorstelling 'Nico'

'Nico' heet de dansvoorstelling over de legendarische zangeres en songwriter Nico uit de jaren zestig, die op 4 oktober in wereldpremière gaat in Rotterdam. John Cale maakte met Nico deel uit van de popgroep The Velvet Underground. Op verzoek van choreograaf Ed Wubbe schreef hij de muziek voor 'Nico'. “De altviool past meer bij Nico's karakter dan de viool. Violen zijn te helder en te opgewekt.”

Nico, dansvoorstelling van Scapinoballet met muziek van John Cale en Nico in de Rotterdamse Schouwburg, wereldpremière 4 okt. Tournee in het land t/m 11 febr. Inl. 010-4142414. Platen van Nico: The Velvet Underground and Nico (1967, Verve); The Marble Index (1968/ 1991, Elektra); Desertshore (1971, Reprise)

Het is heet en stil in de grote studio van het Scapinoballet in Rotterdam als danseres Charlotte Baines om een uur of vier binnen komt voor de laatste repetitie van die dag. Ze is een tengere vrouw met een meisjesachtig gezicht. Choreograaf Ed Wubbe drukt op de playknop van het cassettedeck en leunt achterover. De stem van Nico vult de lege vale ruimte. Alleen haar diepe stem, geen instrumenten, een elegante melodie. Since the first of you and me... asleep... In the Nibelungenland... where we cannot be... Charlotte danst. In de stiltes tussen de woorden en zinnen hoor je het piepende geluid van haar voeten die zich afzetten op het zwarte linoleum. Haar ademhaling.

'Make yourself small Lottie', roept Wubbe. Haar bewegingen zijn ingetogen en precies. Ze spreidt haar armen en dan opeens is het alsof ze schrikt en zich terugtrekt als een gewond dier.

Het is net een kinderliedje dat Nico zingt en haar stem klinkt jong en helder en treurig en hoopvol. Ze schreef het ergens in het midden van de jaren zestig en pas veel en veel later, bij de re-release van haar album Marble Index een paar jaar geleden, zette producer John Cale het op cd.

In niets herinnert de klank van dit liedje aan de getergde vrouw die Nico zou worden, eeuwig op zoek naar een shot heroïne. Of misschien toch de woorden, de betekenis ervan.

In flames I run..In flames I run... Waiting for the sign to come... Will you spell the words for me.. to hear.. Nibelungen.. Nibelungen.. Nibelungenland. Het is afgelopen. Ed Wubbe zet de tape uit en maakt een gracieuze armbeweging in de richting van Charlotte. Ze knikt opgelucht.

Een paar weken later, op een zondagmorgen, ontmoet ik John Cale in Salzburg. De dinsdag erop zal hij er een openluchtconcert geven op de Domplatz en hij maakt zich zorgen over het weer. Het regent de hele tijd. We praten op het overdekte terras van zijn hotel. Een uit geel zandsteen opgetrokken paleis dat Schloss Hotel heet en aan de voet van de Untersberg ligt. De berg is maar voor een stukje te zien. Naar boven toe lost hij op in nevel en mist. Het is een sprookjesachtige omgeving en op de een of andere manier past die goed bij de sfeer van ons onderwerp: Nico, en de muziek die Cale schreef voor de nieuwste dansproduktie van het Scapinoballet, geïnspireerd op het leven en werk van de Duitse chanteuse.

Het idee voor Nico kreeg Ed Wubbe een paar jaar terug. Zijn vaste kostuumontwerpster Pamela Homoet liet hem platen van Nico horen en onmiddellijk werd hij gegrepen door de vreemde liedjes die hem soms Gotisch en middeleeuws voorkwamen en dan weer melancholiek en ongrijpbaar. Dwarse theatrale muziek, vond hij het, muziek die zich goed leent voor dans. En Nico intrigeerde hem. Omdat John Cale bijna al haar platen produceerde en arrangeerde, lag het voor de hand hem uit te nodigen om de muziek te schrijven voor de voorstelling.

Op 4 oktober beleeft de dansvoorstelling Nico haar wereldpremière in de Rotterdamse Schouwburg en behalve de muziek van Cale, die live wordt uitgevoerd door een ensemble van negen muzikanten, verwerkt Wubbe ook een paar liedjes van Nico in zijn choreografieën.

John Cale is ontspannen en ziet er beter uit dan ooit. Jonger dan 55. Tweehonderd pagina's telt de partituur voor Nico, vertelt hij trots. “En ik zal nog meer moeten schrijven voor piano.” Toch is de muziek in de eerste plaats een stuk voor strijkers en dan vooral voor altviolen. Terwijl het Scapino al een strijkkwartet had gecontracteerd (en een gitarist, een percussionist en een pianist), stond Cale erop dat er drie altviolisten kwamen in plaats van een. John Cale: “De altviool past meer bij Nico's karakter dan de viool. Violen zijn te helder en te opgewekt. En cello's te romantisch. Een alt kan erg treurig en mooi klinken. Het is een instrument dat z'n best doet optimistisch te klinken maar het lukt nooit helemaal.”

Zo was Nico? “Ja... nee, helemaal niet. Zij probeerde juist pessimistisch te klinken maar ondanks zichzelf maakte ze soms lichte mooie liedjes. Dat was het met Nico. Ze was een meisje, maar dat probeerde ze weg te drukken en gek genoeg kwam het terug in de muziek. Vlak voor haar dood liet ze me liedjes zien die ze had geschreven. Ze was voortdurend aan het werk en de melodieën werden mooier en mooier terwijl ze zelf steeds verder wegdreef.”

Christa Päffgen was vijftien jaar toen haar carrière als model begon. Een fotograaf ontdekte haar terwijl ze winkelde op de Kurfürstendamm in Berlijn en gaf haar de naam Nico omdat hij verliefd was een op Griek in Parijs die zo heette. Nico was lang en blond en mooi op een ongewone manier. Ze ging naar Parijs waar ze poseerde voor Vogue en Elle en speelde een rol in Federico Fellini's La Dolce Vita. Ze trok op met Brian Jones van de Rolling Stones en Bob Dylan en Jackson Browne schreven liedjes voor haar. Ze kreeg een zoon, Ari, van Alain Delon, die het kind overigens nooit heeft willen erkennen. En Nico wist niet hoe ze de zorg voor een baby moest combineren met haar ambities en werk als model. Vanaf zijn tweede jaar groeide Ari op bij Delons moeder, Edith Boulogne, die in Ari haar verloren zoon terug meende te hebben gevonden.

Nico was, zo zou haar tante Helma later vertellen in de documentaire NICO-ICON van Suzanne Ofteringer, zoals ze klonk toen ze 'I'll be your Mirror' zong met de groep The Velvet Underground. Dromerig en niet helemaal van deze wereld. Eenzelvig. Lou Reed schreef het nummer voor Nico en volgens John Cale wist Reed intuïtief hoe ze was. “Zijn teksten kwamen rechtstreeks uit het onderbewuste. Lou was breekbaar, had net een elektroshock-therapie achter de rug.” Hij lijkt in dat nummer door Nico heen te willen kijken. 'I'll be your mirror, reflect what you are, in case you don't know', schreef hij.

Tante Helma woonde bij Christa en haar moeder in Lübbenau tijdens de oorlogsjaren. Christa's vader, soldaat in het Duitse leger, was toen al omgekomen. Nico heeft hem nooit gekend. Voor haar geboorte had hij onder druk van zijn voorname familie afstand van haar genomen. Tante Helma: “Met de geboorte van Ari herhaalt de geschiedenis zich. Het was als een Griekse tragedie.”

Andy Warhol koppelde Nico aan de Velvet Underground en daarmee aan John Cale. Het was 1965. Cale was begin twintig, een schuchtere, ambitieuze jongen uit Wales. Zoon van een mijnwerker en een onderwijzeres. In Londen was hij opgeleid als klassiek pianist en altviolist en hij was met een beurs naar Amerika gekomen om er te werken met componisten als John Cage en La Monte Young. Na een jaar liep hij Lou Reed tegen het lijf en in hem vond hij wat hij al die tijd tevergeefs in Wales had gezocht: dramatische, donkere rock & roll waarin niets onmogelijk was. Dat was het begin van de Velvet Underground. Hoewel John Cale in de band vooral basgitaar speelde, was het juist het snerpende ijzige geluid van zijn elektrisch versterkte altviool op de eerste elpee die de Velvet Underground een eigen, opzwepende sound gaf.

Nico zong op die plaat, met Warhol's hoes met de banaan, drie liedjes. 'I'll be your Mirror', 'Femme Fatale' en 'All Tomorrows Parties'.

Dat laatste nummer klinkt onmiskenbaar door in Iceberg 1, dat John Cale voor het Scapino schreef. Het heeft dezelfde repeterende dreun. Dezelfde dreiging.

Ed Wubbe zet de muziek uit, maar de grillige melodie van Iceberg 1 blijft als een wolk in de kleine studio hangen. Het gaat Wubbe voorlopig om de sfeer die de dansers en hijzelf moeten voelen. Het is nog pas juni. Beth Bartholomew en Fabien Valentin dansen om elkaar heen. Beth heeft een onbewogen, sfinxachtig gezicht en Fabien is klein en donker. In lange trage bewegingen zoeken ze elkaar maar dan strekt Beth haar arm en houdt de jongere Fabien op afstand.

“Ik zie bijna Ari in hem”, zegt Wubbe terwijl hij naar de dansers kijkt. “Nico bracht Ari aan de heroïne. Haar zoon.” Beth valt, maar voordat ze op de grond ligt, breekt ze haar beweging en danst weg. Telkens wanneer de bewegingen te vloeiend of te elegant dreigen te worden, gebeurt er iets onverwachts. Wubbe staat op en loopt op Fabien af. “Misschien moet je haar helemaal niet aanraken”, denkt hij hardop. Hij beent naar de cassetterecorder. Flarden muziek, Iceberg.

“Please come over here.” John Cale doet Nico na. Haar stem. Niet zo traag en zwaar als ze later klonk maar haar stem in 1964, nog mooi en jong. “Onschuldig”, zegt Cale liefdevol en dan een octaaf hoger: 'O really?' Hij lacht. De regen sijpelt naar beneden. In de verte het gebeier van kerkklokken. Salzburg, zondagmorgen.

Voor een van de stukken die hij schreef voor het Scapinoballet, 'Ari Sleepy Too', gebruikte Cale opnames van een feestje in Andy Warhol's werkplaats de Factory ter ere van het verschijnen van een boek over het werk van Warhol. “Een hoop gepraat en gerinkel van glazen staat erop en temidden van dat geroezemoes hoor je Nico die van alles zegt. Met flinke pauzes tussen de woorden en zinnen zodat je nauwelijks weet waarover ze het heeft. What about the empty pages.... why don't they remain empty?.. but the rest of the world...because I think the rest of the world is us... Zo praatte ze.”

Cale verwerkte haar stem in de muziek. Pas later, wanneer hij met de muzikanten repeteert in Rotterdam, zal ik het wonderlijke effect ervan horen. Nico's kristalheldere stem die overvloeit in een ijle breekbare melodie, afwisselend gespeeld door viool en altviool. Het is alsof ze lijfelijk aanwezig is in de studio en een wiegeliedje zingt.

Live klinkt de muziek zo anders dan op de tape die John Cale maakte in zijn huis in New York. Hij componeerde op synthesizer. Eerst bedacht hij titels voor de stukken en daarmee gaf hij Ed Wubbe een houvast voor zijn choreografieën. 'Iceberg 1', 'Iceberg 2', 'Modelling', 'Espana', 'Heroin', 'New York Underground', 'Night Club Theme', 'Death Camp'. Ze verwijzen allemaal naar periodes en gebeurtenissen uit het leven van Nico.

Iceberg 1 en 2 gaan echt over haar, zegt Cale, over hoe ze van een blonde ongenaakbare schoonheid veranderde in een zwarte ijsberg. Iceberg 2 is een romantisch en dromerig stuk.

John Cale: “Ik wilde iets moois maken voor strijkers en gitaar. De gitaar is zo Spaans en Nico hield van Spanje, van Ibiza. Ze had er een huis en voelde zich er thuis. Ze liet haar moeder op Ibiza wonen. Een van de dingen die Nico wanhopig maakte was de dood van haar moeder en het besef dat ze zo weinig contact met haar had gehad. Ze liet me een keer een foto zien waarop haar moeder naast een tank stond, midden tussen de ruïnes van Berlijn. Dat was alles wat ik er over hoorde.”

“Ik herinner me dat we een keer in de bar van het het Chelsea Hotel in New York waren. Een gitarist tokkelde op een Spaanse gitaar. Nico zat naast een vrouw die tegen haar aanpraatte over haar leven en hoe verschrikkelijk ze het had. Na enige tijd pakt Nico een glas en gooit het naar die vrouw. Now you got something to complain about. De gitarist speelde maar door. Nico had geen geduld voor de problemen van anderen.”

John Cale staat achter een zwarte piano in de kleine studio van het Scapinoballet. Alle ramen zijn open, ventilatoren ruisen en nog is de hitte nauwelijks te verdragen. Het is augustus. Met heel zijn lichaam beweegt Cale op het ritme van de muziek. Soms, bij een geslaagde wending in de melodie, trekt hij zijn gezicht in een grimas. Drie altviolisten, een violiste, een contrabassist en celliste, een percussionist en een pianist spelen het einde van Iceberg 1. De violiste haalt een snijdend hoog geluid uit haar instrument, dat me doet denken aan treinen die het station verlaten. Metaal dat langs metaal schuurt.

Cale bladert in de partituur. “Iceberg 2. One two three four...” De violiste heeft haar instrument verwisseld voor een alt. Vier alten zetten de melodie in terwijl een monotone dreun uit een boxje het ritme aangeeft. Uitgevoerd door echte strijkers klinkt Iceberg 2 aardser en echter maar niet minder elegant. Het is of het donkere geluid van de alten langzaam vervliegt en daardoor lichter en weemoediger wordt.

Volgens John Cale was de muziek die Nico maakte autobiografisch. Niet letterlijk misschien, al gaan sommige teksten op haar tweede album Desertshore ('71) heel duidelijk over haarzelf en over Ari en haar moeder. In het koraalachtige 'Abschied' over de dood van haar moeder en 'Afraid', een bijna doorzichtig nummer, beschrijft Nico hoe ze ophoudt zichzelf te zijn: 'Have someone else's will as your own, you are beautiful and you are alone.' In combinatie met de tekst klinkt het dunne en melancholieke geluid van Cale's altviool bijna te mooi om naar te luisteren. “Haar muziek is een raam waardoor je kunt zien hoe ze was”, zegt Cale. Hij produceerde en arrangeerde bijna al haar albums. Dat begon in 1968, met Marble Index. Cale had net de Velvet Underground verlaten en was op zoek naar iets nieuws. En Nico wilde platen maken. John Cale: “Nico schreef haar muziek en de rest was onbelangrijk. Ze was vastbesloten een goede dichter en songwriter te zijn en niet langer een blonde schoonheid. Ik kon mijn gang gaan en dikwijls, aan het eind van zo'n produktieperiode wanneer ik haar iets liet horen, begon ze te huilen en dacht ik: wat heb ik verkeerd gedaan en dan zei ze: no, no, it's too beautiful, too beautiful. Het was zo'n zeldzame vriendschap waarin woorden overbodig waren. Maar onze vriendschap werkte wel alleen maar in de muziek.”

Dat de altviool, het instrument dat hij op zijn elfde in een jeugdorkest in Wales had leren spelen, zo goed bij Nico paste, bij haar stem en haar composities, ontdekte hij pas tijdens de produktie van Marble Index. “Ik had altviool in de Velvet Underground gespeeld maar dat was iets heel anders. Ik deed mandolinesnaren op mijn instrument waardoor je een hard en krachtig geluid kreeg met ruimte voor de drums en bas en stem, Lou's stem, niet die van Nico.”

Hij speelde minder en minder altviool en meer basgitaar omdat Lou Reed en Sterling Morrisson geen bas wilden spelen. En, zegt Cale, “Ik had een hekel aan mijn Europese klassieke achtergrond. Wanneer je in die tijd een modern componist wilde zijn in Europa, moest je alles wat je maakte verantwoorden. Dat had met de oorlog te maken. Er was een sfeer waarin je als musicus een maatschappelijke verantwoordelijkheid had en dat haatte ik. Ik kwam uit een streng religieuze gemeenschap in Wales. Heel bekrompen en rechts. Don't play music on a sunday. Ik wilde nieuwe dingen.”

Nico stond veel meer in de klassieke Europese traditie dan hij, zegt Cale, ook al was ze niet muzikaal onderlegd. “Ze wilde Wagneriaans klinken wanneer ze optrad met haar harmonium. Ze was zich heel bewust van haar achtergrond terwijl ik me ertegen afzette. Pas toen ik haar aan het werk zag en de pijn en gedrevenheid zag waarmee ze componeerde, realiseerde ik me dat ze muzikaal heel dichtbij me stond. Dat ik het allemaal in huis had, de altviool en mijn klassieke opleiding en dat het zonde zou zijn wanneer ik het niet zou gebruiken. Het had niks met sentimentaliteit te maken. Wat we op Marble Index en Desertshore deden was mooi en spannend en een combinatie van verschilende stijlen.”

In april 1988 trad Nico nog een keer op met John Cale. Dat was in Brussel, in het Palais des Beaux Arts. Nico trad op met haar band, Cale begeleidde zichzelf op piano en gitaar. Het was een vreemd concert, herinnert Cale zich. Hij was net gestopt met drinken omdat zijn dochter was geboren. Cale: “Nico vond dat niet leuk. Ik probeerde me sterk te houden door veel te squashen en fit te blijven en zij deed precies het tegenovergestelde. In feite was iedereen een wrak op dat moment. Ik, zij en de band die ze bij zich had.” Cale gaf een toegift tijdens dat concert. 'A Child's Christmas in Wales', een liedje gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Dylan Thomas. Nico zong het samen met hem, maar halverwege vergat ze de tekst. Ze begon te blozen. Cale souffleerde haar en sleepte haar erdoorheen. Ze kregen een daverend applaus.

Een paar maanden later, op 18 juli, stierf Nico op Ibiza aan de gevolgen van een hersenbloeding. In oktober van dat jaar zou ze vijftig zijn geworden.