Een spraakwaterval wordt wereldkampioen

Midden in de zomer reed Erben Wennemars sneller dan het wereldrecord op de 1.500 meter. Als eerste schaatste hij de metrische mijl onder de 1 minuut 50. “Olympisch kampioen, dat lijkt me wel stoer.”

DALFSEN, 29 AUG. Oerend hard komt Erben Wennemars aangescheurd op zijn zwarte Suzuki Intruder. Met 750 cc onder zijn kont geniet de 21-jarige schaatser uit Overijssel van zijn laatste vrije dagen voordat hij met de sprintploeg van bondscoach Peter Mueller voor een trainingskamp naar het Inzell vertrekt. Wennemars schuift aan op het terras van het NS-station bij Dalfsen, zijn favoriete hang-out, en laat zich aarbeienthee serveren.

Een spraakwaterval breekt los. “Een jongen die zichzelf voorbijpraat”, zei zijn vorige coach Leen Pfrommer over hem. “Maar ik heb altijd heel veel te vertellen”, luidt het verweer van Wennemars, die om zijn hals een zilveren ketting draagt met een schaatsje eraan. Hij wijst op zijn motorfiets: “Mag eigenlijk niet van Peter Mueller. Die heeft m'n rijstijl gezien en vindt het onverantwoord dat ik motor rijd.” Ondeugende glimlach.

Wennemars heeft iets met snelheid. Vooral op het ijs. “Zo hard mogelijk rijden. Een rondje keihard, dat vind ik gewoon prachtig. Daar kan ik helemaal in opgaan. Pure snelheid, met boven de vijftig kilometer per uur over die baan heen raggen.” Snelheid maakte hij eind juli in Calgary, vier maanden nadat hij daar het Nederlands record op de 1.500 meter op 1.50,70 had gezet. “Dat was al een onwaarschijnlijk snelle tijd.” Wennemars kon nog sneller. De Canadese wereldrecordhouder Neal Marshall (1.50,05 minuut) mag van geluk spreken dat de trainingswedstrijden op de Olympic Oval niet bij de Internationale Schaats Unie waren aangemeld. Om die reden werd Wennemars' wereldrecord van 1.49,89 minuut niet erkend. “Ik kwam over de finish en dacht, dat staat het wel raar: één, vier, negen. Ik ging helemaal uit m'n dak. Een rondje lang heb ik lopen schreeuwen en blèren. Dat hoort een beetje bij mij, ik ben nou eenmaal een hyperactief mannetje.”

Tegenover het station stapt die andere bekende inwoner van Dalfsen uit zijn Mercedes met Duits kenteken, René Eijkelkamp. Even later feliciteert de spits van Schalke zijn plaatsgenoot met diens wereldrecord. “Nou nog een keer officieel maken”, zegt de voetballer. “Een andere keer, en dan is het echt feest. Dan mag je een biertje komen drinken”, antwoordt de schaatser.

“Ik had echt goeie zin in Calgary. In de training reed ik al hard. In de trainingen doen we altijd temporondjes, binnenkantje baan. Maar Peter Mueller had nog nooit een rondje 24 op zijn stopwatch zien staan, terwijl hij toch ook Dan Jansen als pupil heeft gehad. Die kon toch ook een redelijke 500 meter rijden. En ik reed ze gewoon. Als Peter zei: 'Erben, rijd even een rondje hard', dan was het 24,8 of 24,9. Ik kon ze op commando rijden. Maar ik heb nu niet het gevoel dat ik een wereldtopper ben of dat ik iets speciaals heb. Ik heb wel meer zelfvertrouwen gekregen. Dat komt ook door Peter. Als jij gewoon het programma doet, kun je volgens Peter wereldkampioen worden. Zo legt hij dat uit. Nou, dat heb ik nog nooit gehad, dat iemand zegt tegen mij: 'Wennemars, je kan wereldkampioen worden'. Ik denk er wel eens over na wat er nog meer in zit, maar ik weet niet of ik dat allemaal hardop kan zeggen. Ik had altijd trainers die soms tegen me zeiden, Wennemars, doe nou maar even kalm aan. Peter zegt gewoon: Wil je kampioen worden? Dan moet je harder trainen dan de rest.' Ik train met 200 procent inzet. Als ik vorig jaar zere benen had, dacht ik dat ik misschien een beetje te hard getraind had. Nu doe ik er juist een schepje bovenop: als je de snelste wil zijn, moet je ook wel zere benen hebben.”

Toch vindt Wennemars het jammer dat hij niet bij de vertrokken Leen Pfrommer kon blijven. “Jan en ik waren hartstikke enthousiast over Leen, omdat we een enorme progressie doorgemaakt hebben. Ik heb ook andere dingen van hem geleerd. Fatsoensnormen, iedereen met respect behandelen. Stel dat ik later wereldkampioen word, dan weet ik dankzij hem hoe ik me moet gedragen.”

Sinds zijn achttiende maakt Wennemars deel uit van nationale selecties en elk jaar had hij ongewild een andere trainer. Schertsend: “Ik weet niet wat de bond in 1998 doet, maar het ziet er niet zo goed uit voor Peter.”

Vlak voor vertrek naar Inzell haalde Wennemars zijn nieuwe coach van Schiphol. Met Mueller overnachtte hij in Amsterdam. In plaats van uitgaan stoeide de schaatser met gewichten. “Ik houd van stappen, maar nog meer van schaatsen. Als ik een dag niet getraind heb, slaap ik niet lekker.”

Uit zijn vaderland had Mueller een trendy zonnebril voor zijn pupil meegenomen. “Doe maar een opvallend kleurtje”, luidde de bestelling van Wennemars. De zwarte glazen zitten gevangen in een gouden montuur. Mueller weet dat hij met Wennemars een toekomstige kampioen in zijn ploeg heeft. “Hij zegt dat hij heel veel van zichzelf in mij ziet”, zegt Wennemars, die met 21 jaar net zo oud is als Mueller toen die in 1976 op de Olympische Spelen goud won op de 1.000 meter. Hij was ook zo'n wild mannetje.”

De naam van Wennemars ontbreekt op het lijstje van de (voorlopige) olympische kernploeg die onlangs werd samengesteld. “Ik had er wel op gehoopt.” De bond had er geen boodschap aan dat hij 's werelds snelste schaatser op de 1.500 meter is en gaat ervan uit dat hij zich later dit jaar alsnog plaatst. De plaatsen voor Nagano werden verdeeld op grond van prestaties bij WK's en wereldbekerwedstrijden. “Rijd ik 1.49 en krijg ik nog geen nominatie. Een beetje absurd eigenlijk.”

Nu Wennemars nog niet in de olympische kernploeg zit, zal hij zich met name moeten bewijzen bij de NK afstanden in december in Heerenveen. De eerste twee per afstand gaan rechtstreeks naar de Spelen, de nummers drie en vier worden aangewezen. “Ik heb nog steeds vertrouwen in de KNSB en heb ze laten weten dat ik ervan uitga dat ze de snelste schaatsers naar de Spelen sturen. Als ik bij de beste vier zit, hoor ik daar heen te gaan. Zo niet, dan heb ik er niets te zoeken.” In Nagano wil Wennemars starten op de 1.000 en de 1.500 meter, waar de concurrentie het grootst is. Langere afstanden liggen hem niet. “Daar word ik moe van.”

Wennemars is in mentaal opzicht klaar voor de Olympische Spelen. Hij ging voor de start vaak kapot van de zenuwen. “Ik had altijd ruzie met starters. Vorig jaar had ik hulp van een sportpsycholoog. En wat vertelt zo'n man dan? Dat je gewoon op het startschot moet wachten. Dat wist ik zelf ook wel. Maar als zo iemand dat tegen je zegt, doe je dat. En kom je er achter dat je even snel weg bent.”

    • Ward op den Brouw