Een kleine baby, en hij speelt sitar; De opkomst van de Aziatische dansmuziek

“De Britten zien ons als de bedienden in de winkels op de hoek, niet als serieuze muzikanten,” zegt Sanjeev Vampar, beter bekend als Coco. Hij en andere Aziatische muzikanten kregen in Engeland geen voet aan de grond. Nu is 'Asian Underground', een mengeling van hiphop en Indiase folkmuziek, de hipste muziek in Londen. “Voor ons was het heel natuurlijk: wij speelden gewoon de soorten muziek waar wij van hielden door elkaar.”

Het tafereel is vertrouwd: trendy uitgedoste mensen die dansen in een drukke club. Maar de muziek waarop ze dansen is ongebruikelijk: behalve electronische dance-ritmes klinken er oosterse percussie, snerpende sitars, ijle fluiten en Chinese snaarinstrumenten. Aan de muur hangt een doek met de woorden Anokha, Soundz Of The Asian Underground.

Bezoekers kijken verstoord op als harde flitsen de dansvloer verlichten: het is het flitslicht van een fotograaf, in zijn kielzog een journaliste die aanwijzingen geeft. Sinds trendsetter Björk en trendvolger David Bowie hier regelmatig gesignaleerd werden, staat Anokha te boek als de hipste club in Londen, waar elk blad een reportage over wil. Een onlangs verschenen compilatie-cd, eveneens Anokha (Hindi voor 'uniek') getiteld, bracht nog meer publiciteit, niet alleen voor de club maar voor de hele beweging van kinderen van Aziatische immigranten die de traditionele cultuur brutaal mengen met de nieuwste dance-muziek - de Asian Underground. Die is ook te horen op twee andere cd's: Eastern Uprising, Dance Music from the Asian Underground en Untouchable Outcaste Beats.

De kruisbestuiving van traditionele Aziatische - voornamelijk Indiase en Pakistaanse - muziek met Britse dance werkt verrassend goed. Op de Anokha-cd is vooral veel drum 'n' bass te horen, onder meer van het wonderkind Talvin Singh, de belangrijkste figuur van de Asian Underground, die het Indiase percussie-instrument tabla bespeelt. Singh was als tiener al een gerespecteerde tabla-speler in de Indiase gemeenschap; hij ontwierp de eerste digitale tabla, die met uitgebreide mogelijkheden en effecten het traditionele instrument een nieuwe dimensie gaf. De tabla, die zowel hoog en licht als diep zoemend kan klinken, geeft de toch al onweerstaanbaar spannende drum 'n' bass een tintelende impuls. “Drum 'n' bass met tablas, dat is pure brandstof!” roept discjockey Equal-I vanachter de tafel met twee draaitafels in Anokha. “Iedereen die het hoort slaat steil achterover.”

Ook de Oosterse zang geeft de muziek een uniek karakter. Zo werkt Talvin Singh op de Anokha-cd met de zangeressen Amar en Leone, die emotioneel mijmeren, bijna jammeren, en melancholieke, onnavolgbaar kronkelende melodieën zingen.

Anders dan de meeste drum 'n' bass klinkt de Aziatische variant niet opgefokt, eerder vredig en harmonieus. In een stad met zo veel spanning als Londen is de behoefte aan ontspannende chill out-muziek groot, meent Equal-I. Het enige probleem is dat er nog zo weinig Aziatische drum 'n' bass voorhanden is: “Het is nog een kleine baby.”

Literatuur

Een fris, hedendaags geluid van jonge Aziaten was er al wel in de literatuur, met auteur Hanif Kureishi bijvoorbeeld, maar in de Britse popmuziek tot voor kort nauwelijks. Toen ruim vijf jaar geleden de groep Cornershop traditionele Indiase muziek verwerkte in lawaaiige gitaarrock, wijdde elk Brits muziekblad er een verhaal aan. “We deden iets dat nog nooit iemand gehoord had”, zegt de uit Northampton afkomstige zanger Tjinder Singh, wiens vader werd geboren in de Indiase provincie Punjab. “Voor ons was het heel natuurlijk: wij speelden gewoon de soorten muziek waar wij van hielden door elkaar.” Singh groeide op met folkmuziek uit Punjab, religieuze Sikh-muziek en later ruige Britse punk en alternatieve gitaarrock. De uiteenlopende stijlen liggen voor hem dicht bij elkaar. “Punjabi folk klinkt heel rauw en krachtig, zelfs als het maar door twee mensen gespeeld wordt.”

Andere Aziatische pop was in die tijd bhangra, een kruising tussen Indiase muziek en reggae, die Singh omschrijft als commercieel, goedkoop en onoprecht. Je hoorde het vooral veel op bruiloften, zegt Sanjeve Rupal van het dance-duo Earthtribe - de kids hadden er geen boodschap aan. “Het werd gemaakt door oude mannen die uitgedost waren als kerstbomen”, zegt hij. “Je kon het niet serieus nemen.” In Amerika is een bhangra-variant met een sterke hiphop-invloed nog wel populair onder de Aziatische jeugd.

Ondertussen experimenteerde Sanjeve met zijn in India geboren vriend Coco (bijnaam van Sanjeev Vampar) al met samples van klassieke Indiase platen van hun ouders, die ze verwerkten in hun eigen house- en hiphopnummers. En er waren meer Aziaten die hetzelfde deden. “Het stomme was dat iedereen los van elkaar werkte”, zegt Coco. “Daarom besloten we een verzamelplaat samen te stellen waarop iedereen samenkwam, zodat er een onderlinge verbondenheid zou ontstaan - dat was Eastern Uprising.” De plaat bleef bij gebrek aan belangstelling van platenmaatschappijen een jaar op de plank liggen, tot Anokha populair werd en Sony er een markt voor zag.

Bollywood

Eastern Uprising is afwisselender dan Anokha. Zo begint Sitar Funk van Earthtribe met een traag triphop-ritme, dat met harde synthesizers overgaat in een zinderende mengeling van house en hiphop, waar sitars doorheen gewoven zijn. In Dum Maro Dum van Safri Goes To Bollywood is Hare Krishna-zang op een stampende house-beat te horen. De jonge Master D van Asian Dub Foundation rapt in R.A.F.I. over zijn onvrede, begeleid door hiphop-beats, Aziatische percussie en samples van Indiase fluiten en stemmen.

De muziek is zeker niet ontoegankelijker dan andere dance-muziek in Engeland, toch was het volgens Sanjeve “een worsteling” om platenmaatschappijen er warm voor te laten lopen. “Het was moeilijk om het heersende beeld te doorbreken dat Aziatische jongeren alleen met hun eigen muziek bezig waren, die voor niet-Aziaten niet interessant is. Terwijl wij ook altijd al geluisterd hebben naar hiphop en reggae. Het heeft jaren geduurd voor wij, of bijvoorbeeld Asian Dub Foundation, voet aan de grond kregen.”

Volgens Coco heeft dat ook met iets anders te maken: “De Britten zien ons als de bedienden in de winkels op de hoek, niet als serieuze muzikanten. Ze houden van Indiaas eten, maar als persoon zien ze je niet staan.” Sanjeve, lachend: “Onderdrukken zit ze in het bloed.”

Het is meer dan een grap. Nuchter, bijna achteloos, vertelt Sanjeve dat hij regelmatig in elkaar is geslagen. “Als kind al, door mijn klasgenoten, omdat ik het enige Aziatische kind in de klas was. En later door de skinheads. Dezelfde mensen die nu bij onze optredens komen kijken trouwens. Mensen veranderen, de maatschappij verandert.”

De immigranten zijn een bijna vanzelfsprekend onderdeel van de Britse maatschappij geworden, zegt Coco. “Aziaten bezitten tachtig procent van de winkels in de grote steden.” Meer en meer Britten accepteren hun aanwezigheid, en omgekeerd zijn de immigranten zelf meer geïntegreerd in de maatschappij. “De eerste generatie niet, vergeet het maar. Maar de tweede generatie had geen keus.”

De jonge Aziaten zijn veel westerser dan hun ouders; de band met het land van herkomst is dun. “Ik ben opgevoed met klassieke filmmuziek”, zegt Sanjeve. “Sommige elementen ervan vind ik mooi, maar de hele songs niet, die zijn te suf. Dus gebruik ik dat ene stukje fluit of een tabla-ritme dat mij aanspreekt. Wij zijn net als hiphop-kids die de stukjes van James Brown-platen samplen die ze het tofst vinden - zoals zij samples van soulplaten halen, zo gebruiken wij stukjes van Indiase platen.” Een andere overeenkomst met hiphop is dat de nieuwe Aziatische muziek de jongeren helpt bij het bepalen van hun Brits-Aziatische identiteit. “In de eerste plaats Brits”, benadrukt Sanjeve, “maar trots op onze Aziatische wortels.”

Superioriteit

Die trots is nog niet zo vanzelfsprekend in een land waar de Aziatische afkomst begroet wordt met Britse superioriteit. Dat kan verklaren waarom de Aziatische jongeren tot nu toe geen saamhorige groep vormden. “De term Asian Underground heeft iets misleidends”, zegt Coco, “omdat het suggereert dat er een plek is waar veel Aziaten rondhangen. Zo'n scene is er nog niet - maar binnenkort wel.”

De muzikanten en dj's zijn verspreid over Engeland: Asian Dub Foundation zit in Birmingham, Black Star Liner in Leeds, Masters Of Sound in Blackpool. In Londen trekt de Anokha-club rond Talvin Singh zijn eigen plan. “Toen Anokha begon waren wij er bij betrokken”, zegt Coco van Earthtribe, “maar het draaide op een gegeven moment te veel rond Talvin. Dat zie je aan de Anokha-compilatie: de meeste tracks zijn door hem gemaakt. Als het een goede afspiegeling was geweest hadden wij er ook op moeten staan. Ik had liever gehad dat we het samen hadden gedaan. Dat was wat wij graag wilden: samen een groep vormen en een statement maken, dat was het idee achter Eastern Uprising. Maar Talvin sloeg de uitnodiging om een bijdrage te leveren af. Jammer, want hij zit in de beste positie om anderen te helpen.”

Alhoewel Anokha zich presenteert als 'Soundz Of The Asian Underground', willen de organisatoren niet meer praten over het Aziatische aspect. “Iedereen wordt in dezelfde categorie gestopt, terwijl ze heel verschillende muziek maken”, zegt Sweety Kapoor, die de leiding heeft over Anokha; zij is de manager van Talvin Singh, die na de storm van publiciteit in Engeland geen interviews meer doet. Sanjeve Rupal ziet het probleem niet: “Het goede aan die naam Asian Underground is juist dat het niets zegt over de muziek.”

Het is geen toeval dat de Asian Underground nu de wind meekrijgt: Aziatische cultuur is in op het moment, een nieuw smaakje dat alles weer even fris en opwindend maakt. Dat is bijvoorbeeld te zien in de mode - niet alleen aan de kleren, maar ook aan de modellen, die steeds vaker Aziatisch zijn. Op recente platen van Britse popgroepen als Primal Scream, Chemical Brothers en The Prodigy klinken sitars, en het populaire Kula Shaker lijkt, met het zingen van Indiase teksten, wel Indiaser dan de Indiërs te willen zijn - tot ergernis van sommigen, die de groep Kula Faker noemden. “Ze hebben net zo veel recht als wij om die muziek te spelen”, vindt Tjinder Singh van Cornershop, “maar ik zou willen dat ze het beter deden.”

Op de nieuwe cd When I Was Born For The 7th Time draait Cornershop de boel eens om. De groep speelt Norwegian Wood, het nummer van The Beatles waarin indertijd de invloed van de Indiase sitarspeler Ravi Shankar doorklonk. Cornershop geeft er een verrassende wending aan door het liedje te zingen in Punjabi. “We claimen het als een Aziatisch liedje”, zegt Singh. “Het leek mij aardig om het eens in een ander perspectief te zetten. Tot nu toe was het een éénrichtingsverkeer. Een andere reden om het te doen was dat het gewoon een verdomd goed liedje is.”

Cd's: Anokha, Soundz Of The Asian Underground, Omni Records CIDM 1120/524341-2.

Eastern Uprising, Dance Music from the Asian Underground, Sony Music 487216 2.

Untouchable Outcaste Beats, Outcaste Records.

Cornershop: When I Was Born For The 7th Time, Wiiija Records WIJ CD 1065.

Nitin Sawhney: Migration en Displacing The Priest (beide Outcaste Records).

Black Star Liner: Yemen Cutta Connection, EXP Ltd.

Nitin Sawhney treedt zaterdag 13 september op op het Crossing Border-festival in Den Haag.