Een echte man slacht zijn eigen varken; De gebruikskunst van Joep van Lieshout

Jaren geleden kon Joep van Lieshout zich nog druk maken om de vraag of zijn beelden nu kunst of meubelstukken waren. Tegenwoordig maakt hij ze gewoon, de wasbakken, wurgseksbedden en survivalcampers. Bovendien geeft hij handleidingen uit over hoe men thuis zijn eigen 'Van Lieshout' kan fabriceren. “Het is heel belangrijk dat ze handgemaakt zijn en goed in elkaar zitten.”

Joep van Lieshout: overzichtstentoonstelling. In Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Van 7 september t/m 16 november. Di t/m za. 10-17 u. Zo 11-17 u. Boek Atelier van Lieshout, A Manual, Engelstalig, 272 blz., Prijs ƒ 59,95.

Hoe graag zou ik mij neervlijen op die zachte turkooizen bank, in die besloten ruimte! De buitenkant van La Bais-ô-Drôme, de donkergrijze 'verleidingswagen' van de Rotterdamse kunstenaar Joep van Lieshout (1963), is streng en afwerend, maar het interieur met schapenvachten en satijnen kussens is des te comfortabeler. Van Lieshout: “De Bais-ô-Drôme is wel bruikbaar, maar eigenlijk alleen door mij. Hij is onhandig. Er is een zithoek in, een bed, een ijskast, en alcohol. Ik zou hem graag gebruiken, ja - maar welke vrouw durft dat? Welke vrouw durft zich met een vreemde man in zo'n wagen terug te trekken? Als jij het durft, laten we dan nu een afspraak maken.”

De Bais-ô-Drôme is, samen met andere door Van Lieshout vervaardigde mobile homes, aanwezig op zijn tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen. De mobile homes hebben ieder een eigen karakter en eigen stijl, sommige sober, en andere kleurrijk en gemaakt van contrasterende materialen. Er kunnen complete afkoppelbare bad- en slaapkamers aan vastzitten. Ze zijn een merkwaardige combinatie van high tech en ouderwets vakmanschap. Hun polyester exterieur is sterk en heeft met zijn zachte belijning tegelijkertijd een ouderwets geboetseerd karakter. Alle onderdelen zijn met de hand vervaardigd. Het zijn wagens van verlangen, van verlangen naar afzondering, vrijheid en ongeremde erotiek.

Van Lieshout: “Het is heel belangrijk dat ze handgemaakt zijn en goed in elkaar zitten. Ik hou van het functionele, van goedgemaakte instrumenten. Ik maak concrete, tastbare dingen, ze zijn het tegendeel van virtuele werkelijkheid, van simulacra. Mijn werken zijn bedoeld om de beschouwer te stimuleren er zelf iets mee te doen, er over na te denken - een soort stimulacra eigenlijk ... Stimulacrum! Ja, dat woord bevalt mij wel.”

Van Lieshout, een man, of eerder jongen, met lang krullend haar en gekleed in korte broek, gebloemde India-blouse en gekleurde sokjes, trok deze zomer veel aandacht op de internationale beeldhouw-manifestatie in Münster, de Skulptur Projekte. Hij exposeerde er in een plantsoen drie van zijn campers - tot verdriet overigens van omwonenden, die klaagden dat er in hun park een zigeunerkampje was opgericht.

In Museum Boijmans zijn nu meer dan honderd werken van Van Lieshout te zien, van de middeleeuws-alchimistisch ogende objecten uit 1983 en sobere, functionele meubelstukken van het eind van de jaren tachtig, tot de recente 'multi-vrouwenbedden'. De mobile homes zijn met een speciale hijskraan het museum ingetild, een operatie waarvoor de straat een dag lang voor het verkeer werd afgesloten.

Sanitaire ruimten

Van Lieshout maakt niet alleen kunstobjecten en meubelstukken, hij produceert ook werk in opdracht. Hiertoe richtte hij het 'Atelier van Lieshout' op, waar zes á zeven mensen fulltime werkzaam zijn. In 1994 bijvoorbeeld leverde Atelier van Lieshout negen complete bars en zestig sanitaire ruimten voor het door Rem Koolhaas gebouwde Convention Centre in Lille - alles van polyester, in, volgens Van Lieshout, 'waanzinnige kleuren' als knalgeel, oranje, zeegroen en helderrood; en dat met een budget dat gelijk was aan een budget voor doorsnee-sanitair.

Ook het nieuwe café van het Centraal Museum in Utrecht is afkomstig van Atelier van Lieshout. Zijn galerie, Fons Welters in Amsterdam, kreeg een polyester gevel nadat de bestaande gevel gesloopt was om toegang te bieden aan enkele mobile homes. Gaandeweg is zodoende de grens tussen design en architectuur vervaagd. In 1996 bouwde Atelier van Lieshout, opnieuw in samenwerking met O.M.A., het architectenbureau van Koolhaas, een deel van de bovenverdieping van de Alliance Française in Rotterdam, met hal, trap en daklichten.

Door al die buitenlandse belangstelling zou je Joep van Lieshout de meest succesvolle kunstenaar van Nederland kunnen noemen. Toch wordt hij er, zegt hij, financieel niet zoveel wijzer van. De produktiekosten zijn hoog, en de beschikbare budgetten overstijgen zelden de normale budgetten voor industrieel vervaardigde standaard-voorzieningen. Eventuele winst gebruikt van Lieshout voor de bouw van zijn mobile homes. Deze zijn onbetaalbaar: aan de Survivalcamper bijvoorbeeld werd vier maanden onafgebroken gewerkt. Maar deze wagens zijn belangrijk voor hem. Het zijn de eigenlijke, zelfstandige kunstwerken, die hij vervaardigt voor zichzelf.

Atelier van Lieshout is gevestigd in een deel van een oud havenindustrie-complex. Het kantoor, waar twee assistentes werken en dat vol staat met grote zelfgemaakte bureaus, bevindt zich op de eerste verdieping. Het is 'de biotoop', van waaruit Van Lieshout zijn 'mondiale acties' onderneemt. In 1991 werd het kantoor door hem ontworpen als een 'superstrak georganiseerd geheel', tot en met computer-units en diverse administratieve 'componenten'. Maar nu is het wat aan de rommelige kant. Het zakelijke karakter wordt bovendien enigszins doorbroken door erotische objecten van de hand van de kunstenaar die her en daar staan opgesteld, zoals dildo-achtige 'bio-pikken' (in het engels bio-prick) van polyester of rood velours. Een glazen wand biedt uitzicht op de werkplaats beneden. Hier wordt momenteel onder meer gewerkt aan de metamorfose van een oude stationcar tot een mobiel met een kanon erop. Er staat ook een reusachtig zachtoranje fallisch object met drie opgeheven delen, onderdeel van een ensemble dat het Atelier in opdracht vervaardigt voor de tuin van een psychiatrische inrichting.

Het draait hier om het Modular Building System, dat de grote middenzaal afsluit van de kleinere zijzaal. Dit modulaire bouwsysteem bestaat uit panelen en slave-units, alles gerelateerd aan een modulemaat van 2.84 meter en 5.84 meter. Een slave-unit is een volledige kamer met meubelstukken die er onlosmakelijk aan vastzitten, zoals een keuken of een eetkamer, in diverse stijlen leverbaar. Vloer- en dakpanelen zijn identiek. Zodoende kan met een simpel bouwpakket een huis worden gebouwd. In Boijmans bestaat het systeem onder andere uit een rustieke boerenkeuken met een slagersgedeelte voor het zelf slachten van dieren en het bereiden van het vlees, een 'dinette' en een slaapkamer. Slachten, slapen en seks zijn hier bij elkaar gebracht, aldus Van Lieshout.

Multi-vrouwenbedden

Naast dit huis staan vier 'multi-vrouwenbedden' met veel kussens, alsmede het lilakleurige bed met veel kastjes en krantenbakken dat Van Lieshout maakte voor zijn moeder (die nu tijdelijk in een ander bed slaapt), en een wurgseksbed, met een gebloemde matras, manipuleerbare banden en stukken ijzerdraad en verborgen motoren die het bed kunnen doen trillen en dansen. Een bio-pik van meer dan twee meter hoog en andere 'falli' completeren dit geheel. In een vitrine zijn kleine pikjes en agressief aandoende sieraden geëtaleerd. In de middenzaal staan onder andere de campers, terwijl in de tweede zijzaal de 'veelheid', zoals Van Lieshout het noemt, is te zien: bureaus, tafeltjes, wc's, prullenbakken, bankjes, en ook de vroegere sculpturen, waaronder de uit bierkratten en stoeptegels opgebouwde beelden uit de late jaren tachtig. De vroegste werken, gebruiksvoorwerpen zoals een slijpsteen, een smidsvuur om zwaarden te smeden, en een operatietafel in de vorm van een menselijk lichaam, maken het overzicht volledig.

Tegenwoordig maakt Van Lieshout zich niet meer druk over de vraag waar de grens ligt tussen kunstwerk en meubelstuk. Zo'n tien jaar geleden was dat anders. Hij schreef teksten waarin hij precies probeerde te analyseren wat de aard van de kunst is en hoe het kunstwerk zijn plaats kan vinden in de maatschappij. Zijn werk had zich ontwikkeld van romantische, emotioneel beladen beelden naar onpersoonlijke, gestandaardiseerde, systematisch opgebouwde krattensculpturen, en stoelen en tafels. Van Lieshout probeerde een bruikbare marketing-strategie te ontwikkelen voor de beeldend kunstenaar, die, zo dacht hij, met gelijke wapens terug moest vechten om een positie te veroveren. Hij ontwierp een Skimming Price System, waarbij het kunstwerk begint in musea en galeries en vervolgens via een hiërarchisch systeem van andere tentoonstellingsplekken uiteindelijk gedumpt wordt in doe-hetzelf winkels en huishoudzaken. Ieder stadium heeft zijn eigen voorwaarden, produktaanpassingen en prijzen.

De multiple was in dit nieuwe artistieke proces het strategische instrument. Ook de eigenschappen van de multiple werden door Van Lieshout precies geanalyseerd. Zoals: het toegankelijk zijn voor lage budgetten, het kleine formaat om de installatie te vergemakkelijken, de optimale distributie om een maximaal effect te bereiken, en de inherente kritiek op de uniekheid en authenticiteit van het kunstwerk. 'Het is cruciaal om te streven naar een grote effectiviteit naast een maximale artistieke kwaliteit', zo schreef hij; en de manier om die effectiviteit te bereiken was een zo breed mogelijke exposure van het kunstwerk.

Marketing-strategie

Maar ondanks het succes van zijn marketing-strategie bekropen hem zo'n acht jaar geleden twijfels. 'Wil ik mijn werk in tweeën verdelen? Een tastbaar produkt dat zijn weg vindt in de wereld - in de kunstwereld of daarbuiten; en een niet-tastbaar deel ...idealistisch, prijsloos en niet-tastbaar! (-) Moet een kunstenaar alle banden met deze wereld verbreken en zijn eigen geluk zoeken, zonder zich te conformeren aan deze abjecte wereld? - Zijn de enige dingen die tellen in de kunst sentimenten, emoties, een persoonlijke esthetiek en moraal?' schreef hij in 1991 in een catalogus.

De paradox in het werk van Van Lieshout, tussen enerzijds het verlangen om deel uit te maken van de maatschappij en anderzijds het verlangen naar isolement en autonomie, lijkt sindsdien steeds groter te worden. Zo bevat het boek bij de tentoonstelling Manuals, door hem dit jaar geschreven, waarin het modulaire bouwsysteem exact wordt uiteengezet, inclusief materiaalbeschrijvingen en werktekeningen. Ook is er een gedetailleerde handleiding voor de vervaardiging van de polyester bekleding, die zo'n beetje de signatuur van Van Lieshout is. En er is een handleiding voor het slachten en de verwerking van een varken, een vaardigheid die Van Lieshout zich recentelijk heeft eigengemaakt. De 'manuals' bieden diegene die zich geen echte Van Lieshout kunnen permitteren de mogelijkheid om de objecten te reconstrueren. De enige clausule is dat dit alleen voor privé-gebruik mag geschieden; 'commerciële, professionele of industriële produktie is strikt verboden', aldus de tekst.

Het is een opmerkelijke openheid die Van Lieshout hier tentoonspreidt, en die haaks staat op het nog steeds wijdverspreide, romantische, mystificerende beeld van de kunst en de kunstenaar. Toch is dit maar één kant van de zaak. De andere kant wordt belichaamd door de 'Survivalcamper', getiteld Autokraat, het meest geliefde werk van Van Lieshout. Het is een zeer gesloten camper, en hij is 'zo autarkisch mogelijk', in de woorden van Van Lieshout, wat wil zeggen dat de bewoner ervan in staat moet zijn volledig in zijn eigen behoeften te voorzien. De Autokraat is van ruw materiaal gebouwd en van onderdelen die hij zelf heeft gemaakt, inclusief de scharnieren en een gietijzeren houtkachel. Alleen het glas voor de ramen en de houtpanelen moesten worden gekocht. De Autokraat is de belichaming van een utopie van vrijheid en heroïek. Een hang naar heröiek is Van Lieshout niet vreemd, zoals eerder bleek uit zijn deelname aan de autoraces op Zandvoort - in, alweer, een door hemzelf omgebouwde Opel Ascona. Gelooft hij in een dergelijk utopie? “Ik geloof overal in. Ik ben niet iemand die denkt dat de grote utopieën voorbij zijn. Er zijn mensen die denken dat er geen utopieën meer zijn. Maar natuurlijk is er een utopie. Die maak je dan toch zelf? Alles is mogelijk. Misschien zijn er tegenwoordig meer belemmeringen in administratieve zin; maar die kan je dan wel op slinkse wijze omzeilen.” Hij vervolgt: “Heldendom, zoals het autistische van de autoraces, dat spreekt mij aan. Ik ben misschien een macho, ja. Voor mij is dat macho-achtige heel natuurlijk. Het is duidelijk dat ik man ben. Mannen hebben van nature een bepaalde manier van gedragen: van oudsher de strijd om macht, om wijfjes. Autonomie is macht. Het betekent ook dat je je kan bedienen van ongeoorloofde methodes als slachten enzovoort; daarom ben ik ook geïnteresseerd in wapens. Het is niet uitgesloten dat je geweld zou willen gebruiken wanneer iemand je uit je biotoop wil verjagen, er is het recht op verdediging van territorium. Ik ben er niet in geïnteresseerd om leider te zijn van een ander land. Ik wil soeverein zijn, het is het verlangen naar eenzaamheid, naar alleen zijn. Het is ook het verlangen om het lot in eigen hand te nemen. Ik tegen de rest van de wereld; dat is macht.”