De talloze vrienden van Bill Clinton

Michael Lewis: Trail Fever. Spin doctors, rented strangers, thumb wrestlers, toe suckers, grizzly bears and other creaturs on the road to the White House. Knopf, 299 blz. ƒ 58,75

Het is een misverstand dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen vorig jaar 'nergens over gingen'. Zeker, meent journalist Michael Lewis in zijn uitstekend geschreven campagneboek Trail Fever, de belangrijkste kandidaten waren lange tijd onzichtbaar: Bill Clinton werkte in het diepste geheim met adviseur Dick Morris aan reclamespotjes voor de televisie en Bob Dole verborg zich in de Senaat. Geen van beiden onderscheidde zich door frisse of originele ideeën; Clinton maakte in advertentie na advertentie 'extremist' Newt Gingrich zwart en wees er bij implicatie op dat een stem op diens 'stroman' Dole zou betekenen dat zieken, zwakken en gepensioneerden er voortaan alleen zouden voorstaan. En Dole verkeerde lange tijd in de veronderstelling dat hij een goede kans maakte 'omdat het nu zijn beurt was'.

Des te opvallender was het gedrag van de overige kandidaten. Het ideeën-vacuüm dat Dole en Clinton bewust schiepen - ze waren als de dood een fout te maken en beperkten zich tot het formuleren van beleid dat in een laboratorium van peilingen en adviseurs was getest en van alle kraak, smaak en inhoud beroofd - werd volgens Lewis gretig ingevuld door losers. Deze kamikazekandidaten, idealisten en geloofsfanatici waren juist vanwege het feit dat ze meenden wat ze zeiden en van hun hart geen moordkuil maakten volstrekt kansloos. Zinloos was hun kandidatuur echter niet: ideeën die onderaan de rangorde werden getest - één belastingtarief voor alle Amerikanen; het instellen van de avondklok voor jongeren in de binnensteden; strengere maatregelen om illegale immigratie te voorkomen - werden door de kandidaten aan de top overgenomen en van hun scherpe kantjes ontdaan. De campagne van 1996 had volgens Lewis de logica van een voedselketen: pak ideeën die aanslaan af van degenen die in de politieke rangorde onder je staan. Clinton speelde ongevraagd leentjebuur bij Dole, die stal van Patrick Buchanan, en Buchanan graasde in het gedachtengoed van onheilsprofeet en voormalig VN-ambassadeur Alan Keyes.

Het campagnespoor dat Lewis volgde werd vooral getrokken door kandidaten uit het Republikeinse kamp. Mannen als Alan Keyes, de kogelronde zwarte Republikein op sandalen, die zeker weet dat het allemaal goed komt met Amerika als het huwelijk weer de centrale plaats in de samenleving krijgt die het toekomt. Of Patrick Buchanan, wiens ervaring als televisiejournalist en gehaaid debater effectief was zo lang hij tegen de stroom in roeide. Nog niet had hij werkelijk succes, of zijn buitenissige gedrag en retoriek keerden zich tegen hem: de zwarte cowboyhoed die hij opzette, het geweer waarmee hij voor de camera's zwaaide, de kreet Lock 'n Load! waarmee hij zijn aanhang opzweepte; tekenen dat Dole zich per saldo geen zorgen hoefde te maken.

De meeste tijd bracht Lewis door in het gezelschap van de minst bekende Republikeinse kandidaat: Morry Taylor, bijgenaamd The Grizz naar zijn favoriete dier en mascotte. Taylor, directeur van Titan Wheel International, self-made handelaar in autobanden in alle soorten en maten, is vooral volstrekt eerlijk. Hij vergelijkt zichzelf met een lege koelkast: 'Je opent de deur en er zit niets in.' Aan politiek had hij nog nooit gedaan, maar in 1996 stelde hij zich kandidaat: een aantal van zijn 5.500 werknemers had hem wijsgemaakt dat hij de aangewezen man zou zijn om 'schoon schip' te maken in Washington. Een statistiek haalde Taylor over de streep: hij had gelezen dat zeventig procent van de bevolking een hekel had aan politici. Daaruit trok hij drie conclusies: 1) hij behoorde tot die zeventig procent; 2) zeventig procent was een ruime meerderheid; en 3) indien hij de samengebalde onvrede achter zich wist te krijgen zou hij zich de volgende president van Amerika mogen noemen. Zijn programma was gebaseerd op het inzicht dat de natie 'procesziek' is en te veel juristen heeft. In zijn manifest Kill all the Lawyers and Other Ways to Fix Washington stelde hij voor gedurende tien jaar geen juristen op te leiden. Andere punten: 'Dit is Amerika - er wordt hier Engels gesproken' en 'Huur geen politicus in om het werk van een zakenman te doen'. De federale regering is volgens Taylor 'de grootste onderneming op aarde'.

Taylor maakte natuurlijk geen enkele kans - hij wist uiteindelijk 7.000 stemmen te vergaren. Maar daar ging het Lewis ook niet om, of beter, juist daarom voelde Lewis zich tot hem aangetrokken. Taylor verkondigde onomwonden zijn idiote standpunten, zonder te vervallen in het inhoudsloze 'pollspeak' van de andere kandidaten. Hij had de moed om voor zijn overtuigingen uit te komen in een politieke cultuur die lafheid, verdraaiingen en inhoudsloos gezwam beloont. Hoe minder de serieuze kandidaten durven te zeggen, des te meer zijn ze volgens Lewis aangewezen op de imagologie en 'spin' van hun adviseurs.

Het grote probleem met Bill Clinton is volgens Lewis dat je 'er spijt van krijgt' wanneer je hem steunt. 'Misschien wel het vreemdste aspect van zijn presidentschap is dat zijn vrienden, en hun ideeën, hebben geleden terwijl zijn vijanden, en hun ideeën, er beter van zijn geworden. Niet sinds Nixon zijn lijst met vijanden opstelde is er zo'n angstaanjagend en duister idee geweest als nu met Clintons lijst met vrienden (...) Only a fool would take a bullet for our president'.