Bulldozer

In het gisteren verschenen nummer van de Filmkrant staat een inventarisatie van de te verwachten veranderingen in het Amsterdamse bioscoopbestand. Als ook de wildste plannen zouden doorgaan, komen er na sluiting van onder meer Alhambra en Alfa netto 12.000 nieuwe stoelen bij. Dat getal lijkt te optimistisch.

Tot nu toe zijn veel pogingen tot innovatie van het verouderde bioscoopbedrijf, vooral in en rond de hoofdstad, afgesprongen op gebrek aan willige financiers en soepele bureaucraten. Amsterdam heeft minder bioscoopstoelen per hoofd van de bevolking dan elke willekeurige andere Europese stad, en het bioscoopbezoek ligt, mede om die reden, in Nederland nog steeds lager dan in elk ander land van de Europese Unie.

Met grote vreugde had daarom afgelopen week gereageerd moeten worden op de plannen van de filmtheaters Desmet en Cinecenter om intensief samen te gaan werken. De nieuwe kapitaalkrachtige eigenaren, Otger Merckelbach en Robert Swaab, beloofden binnen een jaar vijf nieuwe zalen te openen en te participeren in een vierzalig project aan de oevers van het IJ. Bravo!

Toch gaf de opzienbarende fusie ook aanleiding tot veel gemor onder filmliefhebbers. De bulldozer van Merckelbach maakte namelijk bij het puinruimen en passant ook twee onafhankelijke filmdistributiebedrijven met de grond gelijk. De min of meer tot de inboedel van respectievelijk Desmet en Cinecenter behorende 'art house'-distributeurs Argus Film en Hungry Eye Pictures hielden binnen een maand op als onafhankelijke eenheid te bestaan. Argus wordt een artistiek sub-label van Merckelbachs, met steun van de VNU, sterk expanderende distributiereus RCV Film. De nieuwe directeur-programmeur van Cinecenter en Desmet mag ook films van andere distributeurs dan RCV vertonen. In principe. Het is inmiddels al zeker dat die generositeit niet geldt voor het gesubsidieerde Cinemien, de door RCV's directeur San Fu Maltha te vuur en te zwaard bestreden aartsvijand.

Al heeft Amsterdam dan minder bioscoopbezoekers dan andere Europese steden, het beschikt, op Parijs na, wel over het meest brede, veelzijdige en grensverleggende filmaanbod van Europa, voor een deel dankzij die door RCV vermaledijde, 'concurrentievervalsende' subsidieregelingen. Er is alle reden tot zorg over de toekomst in dat opzicht. Ook al krijgt een distributeur subsidie om niet-commerciële films uit te brengen, dan zal hij daar vroeger of later mee op moeten houden, als hij geen toegang meer krijgt tot normale, goed geoutilleerde bioscopen. En als een verarming van het filmaanbod - nog meer kopieën per blockbuster - de prijs zou zijn, dan is het de vraag of dit soort bioscoopinnovatie wel zo toe te juichen valt.