VRIJ OF ZEER ZACHT

De weerpraatjes- en teksten van meteorologen zitten vol termen die regelmatig terugkeren. De gebruikte woorden (zoals vrij in vrij koud) lijken een kwestie van opvatting of persoonlijk gevoel, maar zijn dat niet. De weermannen- en vrouwen van Meteo Consult hanteren richtlijnen voor het gebruik van deze omschrijvingen.

De temperatuur is zacht als zij 4 of 5 graden Celsius boven normaal bedraagt, vrij zacht bij 2 of 3 boven normaal en zeer zacht bij 6 of meer graden boven normaal. Dezelfde temperatuurafwijkingen, maar dan lager dan normaal liggen ten grondslag aan het gebruik van koud, vrij koud en zeer koud. Het begrip (vrij of zeer) zacht wordt overigens alleen gebruikt bij temperaturen onder de 20 graden. Daarboven geldt de term warm. De temperatuur bevindt zich rond het vriespunt als zij tussen de -2 en +2 graden bedraagt.

Van lichte vorst is sprake bij een temperatuur tussen de 0 en de -5 graden, bij matige vorst is het -5 tot -10, strenge vorst is het bij -10 tot -15 en van zeer strenge vorst wordt bij -15 of lager gesproken. Als de temperatuur ruim onder de nul graden is en er staat bovendien veel wind, is het ijzig koud. Bij koud en vochtig weer wordt de temperatuur als kil omschreven en als het te koud is met buien is er sprake van guur weer.

Als het te koud en zonnig is, de lucht droog is en er vrij veel wind staat, wordt het weer schraal genoemd. Als het zicht minder is dan tien kilometer en de vochtigheid bedraagt 80 procent of meer, treedt er nevel op. Van mist is sprake bij een zicht minder dan één kilometer, respectievelijk dichte mist bij een zicht van minder dan 200 meter en zeer dichte mist bij een zicht minder dan 50 meter.

Windstoten worden alleen gemeld als hun snelheid ten minste 28 knopen bedraagt (ofwel 50 kilometer of meer per uur); het worden zware windstoten bij 75 kilometer per uur en zeer zware windstoten bij 103 kilometer. Van een tropische dag is sprake bij een temperatuur van 30 graden of meer; op een ijsdag blijft de temperatuur het gehele etmaal onder de 0.