VOLKSWIJSHEDEN

Door de eeuwen heen hebben volkswijsheden doorgeklonken in weersvoorspellingen. Voor 28 augustus (vandaag) luidt zo'n oude wijsheid: 'Op St. Augustijn zullen de onweers over zijn'. En voor morgen is de stelling: 'Als het regent op St.-Jans Onthoofding dan bederven de noten'. Een greep uit de honderden oude spreuken, waarin de weersvoorspelling centraal staat.

Januari (louwmaand)

Als in januari de vorst niet komen wil komt hij vast in april.

Februari (sprokkelmaand)

Is februari nat en koel dan is juli dikwijls heet en zwoel.

Maart (lentemaand)

Komt men in maart onweer tegen krijgt men in juli veel regen.

April (grasmaand)

Verschaft ons april mooie dagen dan pleegt mei de last te dragen.

Mei (bloeimaand)

Is mei nat een droge juni volgt zijn pad.

Juni (zomermaand)

Als het koud en nat in juni is dan is de rest van het jaar ook mis.

Juli (hooimaand)

Brengt juli hete gloed dan is september goed.

Augustus (oogstmaand)

Als de eerste week van augustus heet is vermoedt men dat de winter lang wit is.

September (herfstmaand)

Vorst in september geeft een zachte december.

Oktober (wijnmaand)

Oktober nat en koel de winter zacht en zwoel.

November (slachtmaand)

Zwaait de winter in november zijn staf zijn rijk zal vinden snel zijn graf.

December (wintermaand)

Donder in decembermaand belooft veel wind voor het jaar aanstaand.

Bron: Het weer en de kalender volgens eeuwenoude spreuken, Johan Verschuuren. Uitgeverij Helmond, ISBN 90-252-9158-9.