Steriele nostalgie

AMSTERDAM. Een minimotorfietsje, een bromstep, een dubbelloops boombox voor een jeep. Het is verkrijgbaar bij Gimmethat een van de vele boetieks in de grote winkelhal Magna Plaza. Gedempt pratend schuifelt het publiek over de glimmend gepoetste hardstenen vloer. Een Arabische man overlegt via zijn draagbare telefoon met het thuisfront over zijn aankoop.

Voorheen was Magna Plaza een postkantoor in het centrum van Amsterdam, tegenover het Paleis op de Dam, nu een tempel voor fun shoppen, pretkopen. De PTT heeft haar zwaartepunt verplaatst naar de randen van de stad, want het centrum is voor vermaak. Postzaken zijn te serieus voor de moderne, historische binnenstad.

Met mooi weer is het leven in de Nederlandse minimetropool binnenstebuiten gekeerd. Dan drommen consumerende korte-broeken-dragers door de straten. Als in de Efteling struinen ze slingerend rond, verrast door mogelijke nieuwe attracties, waarbij ze soms in botsing komen met in het echt scheldende fietsers. Plichtsgetrouw vullen ze hun dagen met gidsjes en stadsplannen. Ze voeren de duiven, gaan zitten op de harde stenen van de Dam of staan in de rij voor de Diamond Store (Wholesale Prices!). Ze trappen op elkaars tenen voor de Nachtwacht. Na gedane arbeid lezen ze de menukaarten in de ramen van de restaurants.

Van het Centraal Station loopt een brede lol-allee langs het Damrak met pizzeria's, steakrestaurants, stalletjes met getekende pornokaarten, T-shirtzaken met stampmuziek, automatenhallen, het foltermuseum (open tot 11 uur 's avonds) naar de Dam. De stroom wordt opgestuwd in de Leidsestraat, die uitmondt in het Leidseplein, het Hollandse Time Square met de Bulldog megacoffeeshop, de sfeerloze kroegen, de restaurants met aanprijzende obers, de vuureters en de zakkenrollers.

Bij zulke drukte lijkt Amsterdam een toneel vol toeschouwers en zonder acteurs. De toerist die op een pleinterras gaat zitten om het straatleven te bewonderen ziet nauwelijks autochtonen maar teruggapende mede-sight-see'ers. Zij zijn het authentieke straatbeeld geworden. Toeristenbussen zo ver het oog reikt, terwijl Hans Brinker zich schuil houdt op een adres dat niet in de gids staat.

Toch wil de toerist een trofee, een oorspronkelijke ervaring om de opkomende verveling te verdrijven. Die honger moet hij verzadigen met de consumptie van 'Dutch broodjes', een Indonesische rijsttafel of met de aankoop van een klomp, wat Delfts blauw, een volledig opgetuigd modelzeilschip of drie antieke koperen gratiën die hoog boven het hoofd een schaal torsen.

De historische kern is kunstmatig, omdat ze wordt gereserveerd voor perifere pret. Zakelijke kernen groeien aan de grenzen, in Zuid, Zuid-Oost of bij de haven, de immigrantenmelee is in de Bijlmer of de Pijp te vinden, de Hollandse jetset verblijft aan de PC Hooftstraat. Grote kantoren, fabrieken of scholen hebben geen plek meer tussen de steeds duurdere monumenten. Op kinderen is niet gerekend, want alles moet vol. Straatvoetbal is uitgestorven. Rolschaatsen is uitsluitend voor volwassenen, op het fietspad. De universiteit mag nog net blijven van de projectontwikkelaars. Studenten zijn goede pretconsumenten.

De grachtengordel omspant steeds meer kapitaal, wordt villapark en openluchtmuseum tegelijk. Het echte leven speelt zich daarbuiten af. De meeste Amsterdammers kunnen zich alleen Osdorp, de Bijlmer of Gaasperdam veroorloven. De panden met gebeeldhouwde facades worden opgedeeld in betonnen yuppiedoosjes met marmeren minikeukens. Eigenaren van een heel huis zijn inmiddels miljonair. Sommigen gebruiken hun appartement als belegging en als pied à terre, voor concertbezoek. Studenten krijgen gesubsidieerde woningen of de ruimten die overschieten. Daklozen slapen gratis. De rest is proviandering.

De ijzerwinkel maakt plaats voor een gourmetzaak. Café's en restaurants veroveren de stoepen. Modehuizen dringen op. Kruideniers leveren kant-en-klaar-maaltijden en dure specialiteiten. Albert Heyn catert Penne Formaggio, Babi Katjang of Cajun New Orleans die op de trap voor de deur al worden verorberd. Restaurantketens bieden milk shakes en pizza slices, zoals bij bezienswaardigheden elders ter wereld. Het ideaal van de toeristenindustrie is de zelfde hotelkamer met wisselende decors en een enkele lokale specialiteit.

Festivals en congressen jagen de mensenstroom verder aan. Van Koninginnedag tot de intocht van Sinterklaas overheersen de straatspektakels. Een circus, een zeilwedstrijd op de grachten op de wind van bulderende ventilatoren. Een steeds verder uitdijend Prinsengrachtconcert. Komend weekeinde moet de Uitmarkt het theater voor een half miljoen mensen dichterbij brengen. Strindberg met mayonaise.

Een gaaf historisch centrum kan alleen door vertier worden onderhouden. Het decor moet te gelde worden gemaakt. Amerikaanse steden bouwen zelfs een replica van ye olde towne aan de rand van de nieuwe stad met café's en souvenirswinkels. Niet belangrijk maar wel leuk voor wie wat vrije tijd over heeft. Er is geen andere mogelijkheid. Voor nieuwe, grote gebouwen is geen ruimte. Kantorencomplexen in de stadscentra van Rotterdam of Den Haag onderscheiden zich nauwelijks van de office parks langs de snelweg. Door beveiliging, parkeergarages en regels over ruimte tussen gebouwen zijn het dorre steenwoestijnen, onwelkom voor voetgangers.

Op de Keizersgracht besproeien studenten op felwitte plastic huurwaterfietsen elkaar met water. Vanachter een biertje kijken wat buitenlanders gecharmeerd toe: zo doen ze het al eeuwen, die jonge mensen, grollend op het grachtenwater. Maar echt Hollands is het niet: de gracht is pas sinds tien jaar bevorderd tot roeivijver. In de jaren zestig lag het nog vol stinkend vuilnis. Maar dat gedeelte van 'vroeger' slaat de bezoeker liever over. Grachten zijn nog nooit zo schoon geweest. Nostalgie is een steriel gevoel.