'Sovjet'-monumenten O-Duitsland kwijnen weg

BONN, 28 AUG. Duitsland zit in zijn maag met de talrijke monumenten ter ere van voormalige Sovjet-soldaten, die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. In totaal 600 kolossale Denkmäler zijn in vele dorpen en steden in het oosten van Duitsland te vinden. Meestal staan ze midden op een marktplein, in een park of naast een grote tank op een oorlogskerkhof. Alleen de deelstaat Brandenburg kent 125 soldatenkerkhoven waar 90.000 Sovjet-militairen begraven zijn.

De standbeelden lijden een kwijnend bestaan. Het verenigde Duitsland kampt met grote financiële problemen en heeft moeite genoeg om aan de criteria voor de euro te voldoen. Laat staan dat het geld heeft om de vroegere Sovjet-monumenten op te knappen.

Juist dat is het probleem. De Duitse regering had de vertrekkende Sovjet-troepen na de hereniging in 1990 uitdrukkelijk beloofd goed te zullen zorgen voor de monumenten. Nu klagen de eerste burgers over de slechte staat van onderhoud. Er vallen stukken af, de beelden zitten onder het roet en het vuil.

Alleen al in Berlijn kost de sanering ruim dertig miljoen mark. Het onderhoud van de belangrijkste standbeelden, bij het Brandenburger Tor en in het Treptow-park, kost de stad 800.000 mark per jaar.

Berlijn is zo goed als failliet en houdt driftig 'uitverkoop' van haar tafelzilver door volop te privatiseren. De Senaat wil de kosten voor het onderhoud nu afschuiven op de regering in Bonn. De bondsregering, die tot nog toe slechts vier miljoen mark ter beschikking heeft gesteld, meent dat de deelstaten voor de kosten moeten opdraaien. Berlijn is bereid nog één jaar de rekening te betalen. Daarna is het afgelopen. Hangt nu ook de vroegere Sovjet-monumenten privatisering boven het hoofd?