Rekenkamer concludeert: Slecht toezicht op financiën van ministeries

DEN HAAG, 28 AUG. Steeds minder ministeries hebben hun financiën onder controle. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het jaarlijkse 'Rechtmatigheidsonderzoek' dat de deugdelijkheid en rechtmatigheid controleert van de uitgaven en inkomsten van ministeries en begrotingsfondsen.

Op het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de Rekenkamer de meeste kritiek. Minister Jorritsma zal zich voor de Tweede Kamer moeten verantwoorden voor de volgens de Rekenkamer gebrekkige controle van Rijkswaterstaat op rekeningen van aannemers in de grond-, water- en wegenbouw. Het onafhankelijke instituut zegt geen zekerheid te hebben over de juistheid van 147 miljoen aan uitgaven. Het dwingen tot het afleggen van verantwoording aan de Kamer is het zwaarste middel dat de Rekenkamer heeft om bewindspersonen aan te spreken op hun financiële huishouding.

De controleur van de rijksfinanciën heeft bij acht van de dertien departementen “wezenlijke tekortkomingen” gesignaleerd in het financiële beheer. Vorig jaar liet de Rekenkamer zich alleen kritisch uit over de ministeries van Justitie, Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken en Landbouw. Dit jaar zijn daar de departementen van Algemene Zaken, VROM, Defensie en Buitenlandse Zaken bij gekomen.

De Rekenkamer noemt als voorbeeld voor het verliezen van de controle op de uitgaven het toezicht op de besteding van ontwikkelingsgeld. Dat valt onder de verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken. De bewindslieden van dit ministerie, Van Mierlo en Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) hebben “geen duidelijk beleid” als het gaat om zo'n 700 miljoen die jaarlijks aan instanties buiten de rijksoverheid worden betaald.

Minister Zalm van Financiën wordt in het rechtmatigheidsonderzoek eveneens bekritiseerd. Hij heeft volgens de Rekenkamer in strijd met de wet gehandeld door een belastingmeevaller in een fonds te storten voor de versterking van de infrastructuur. De meevaller was het resultaat van teveel geleverd gas aan Duitsland, waarvoor de Duitsers vorig jaar alsnog 3,7 miljard hebben betaald. Een deel hiervan, 1,1 miljard was vennootschapsbelasting dat toekomt aan de staat en met goedvinden van het kabinet in het infrastructuurfonds is gestort. Echter, de wet rond dit fonds “verbiedt vennootschapsbelasting als voeding voor het fonds”.

Jorritsma wordt ook aangesproken op de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen (NS) op 1 januari 1995. Volgens de Rekenkamer zijn bij die verzelfstandiging afspraken gemaakt tussen NS en Verkeer en Waterstaat die “financiële risico's voor het departement” met zich meebrengen. Het rijk zou bijdragen aan de kosten van privatisering van enkele NS-onderdelen, maar hoeveel die bijdrage maximaal mag zijn, is niet vastgesteld.