Paarse pijnen

DE AMBASSADEURS van het Koninkrijk der Nederlanden, allemaal even terug in verband met hun jaarlijkse conferentie, konden gistermiddag vanaf de publieke tribune in de Tweede Kamer zien hoe in hun land het politieke debat wordt gevoerd. Het moet een leerzaam onderdeel van hun opfrisprogramma zijn geweest.

Zij kunnen straks naar hun posten terugkeren met de geruststellende gedachte dat de problemen van het land dat zij in het buitenland vertegenwoordigen zeer overzichtelijk zijn. Inhoudelijk zijn de verschillen van opvatting miniem; het is vooral nog de vorm die de politiek in de hoogste staat van opwinding kan brengen.

De kwestie-Bouterse is dus beperkt gebleven tot een kabinetscrisis alleen in Paramaribo. In Den Haag zit het kabinet er nog, alle ministers zitten er nog en er zijn zelfs al weer politici uit het regeringskamp die beweren dat de paarse coalitie versterkt uit de strijd van de afgelopen dagen is gekomen. Niets aan de hand, is de suggestie van dezelfde mensen die de spanning deze week aanvankelijk zo lieten oplopen. Het weerzien op het Binnenhof na de vakantie was dit keer misschien alleen wat heftiger dan in andere jaren. Dit is overigens een analyse die onrecht doet aan de onderliggende oorzaak van de plotseling ontstane crisissfeer.

Die sfeer had slechts weinig te maken met het onderwerp zelf. Veel meer was het een uiting van botsende karakters en opgekropt ongenoegen. Gevoegd bij het gegeven dat verkiezingen dichterbij komen, heeft dat geleid tot de crisisachtige taferelen. Een echte crisis was bizar geweest. Aan de andere kant: het zou niet de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis zijn dat een succesvol kabinet over een ondergeschikt punt struikelt.

DE ZAAK ZELF ging over het besluit van minister Sorgdrager van Justitie, na overleg met haar collega Van Mierlo van Buitenlandse Zaken, geen verzoek te doen aan Brazilië om de van drugshandel verdachte Surinaamse ex-legerleider Bouterse te arresteren. Was hier sprake van politieke inmenging in de rechtsgang? Het kabinet heeft bij monde van beide ministers aannemelijk gemaakt dat dit niet het geval was. Als er geen uitleveringsverdragen bestaan met een ander land, is altijd een rol weggelegd voor de minister van Buitenlandse Zaken. Dat is overigens tijdens het debat in de Kamer ook nauwelijks betwist. Het ging er om of op 18 juli de juiste afweging is gemaakt om dat verzoek niet te doen.

Een eenduidig antwoord op die vraag is niet te geven. Onbekend is namelijk wat er zou zijn gebeurd als het verzoek wèl was gedaan. Zou Bouterse dan inderdaad zijn uitgeleverd? Dit is een kwestie van taxatie. De VVD had het risico van een mislukking wèl durven nemen, minister Van Mierlo niet. Moet daar nu zo'n hoogoplopende ruzie over ontstaan? Nee. Het feit dat dit toch is gebeurd heeft alles te maken met de lichtgeraaktheid van minister Van Mierlo.

EEN MINISTER GENIET het vertrouwen van het parlement totdat het tegendeel blijkt, zo luidt al sinds jaar en dag het adagium. Het is een bewust zuinige formulering, die de volksvertegenwoordiging de ruimte geeft haar eigen opvattingen te geven, zonder dat dit direct tot een breuk met het kabinet hoeft te leiden. Dualisme is op dit principe gebaseerd. Van Mierlo vroeg meer van zijn coalitiepartners: impliciet eiste hij dinsdagavond van VVD en PvdA dat zij al hun kritische kanttekeningen op de gang van zaken zouden terugnemen. Daarmee vroeg hij veel te veel. De macht moet kritisch bevraagd kunnen worden, ook door de regeringsfracties. Het wordt pas problematisch als die fracties het voeren van een beleid onmogelijk maken. Dat was hier geenszins het geval.

De komst van het paarse kabinet heeft in diverse opzichten voor andere verhoudingen gezorgd. Dat geldt zeker voor de verhouding tussen parlement en regering, waar - hoewel over de mate ervan het nodige valt te zeggen - sprake is van het meer respecteren van elkaars verantwoordelijkheden. Het blijft curieus dat uitgerekend Van Mierlo, de architect van paars, daar keer op keer zo veel moeite mee blijkt te hebben.