Niet de Beurs maar Nederland is gek

In 'Nederland beursland' geldt een eenvoudig motto: the sky is the limit. Nauwelijks is de belegger gewend geraakt aan het oude record, of de Amsterdamse beursindex (de AEX) heeft weer een nieuw hoogtepunt bereikt. De aandacht voor de gebeurtenissen op de Amsterdamse en mondiale beursvloeren heeft in de jaren negentig zeer grote vormen aangenomen.

Menige journaaluitzending begint en eindigt ermee - elk uur van elke dag weer. De kranten besteden dagelijks vele kolommen aan beursnieuws uit binnen- en buitenland. Beurshandel - de legale variant van het piramidespel - is bijna even populair als de edele voetbalsport. Shell is even geliefd als Ajax, Unilever is even gedegen als Feyenoord. Philips doet in grilligheid niet onder voor Romario en Ronaldo. De ABN Amro is evenals Reiziger en Van Wonderen een betrouwbare waterdrager. Dow Jones is beroemder dan Johan Cruijff. De bekendste afkortingen van Nederland zijn AEX en PSV. Amsterdam speelt met Londen, Frankfurt, Milaan en Parijs in de Stock Exchange Champions League. Met beleggend Nederland kan de Arena het hele jaar worden gevuld. De transfermarkt voor voetballers is even gek als die voor aandelen. Of toch niet?

In NRC Handelsblad van 16 augustus verdedigt Kees Koedijk de stelling dat de Amsterdamse Beurs niet gek is. De winsten van de beursondernemingen zijn in de jaren negentig immers enorm gestegen, terwijl het risico van aandelenhandel in de ogen van de belegger terecht sterk is afgenomen. De tijden zijn drastisch veranderd: 1929 is heel lang geleden, en Keynes is al vijftig jaar dood en begraven. Het aandeel is de ideale belegging geworden voor de aandeelhouder met geduld: een hoog rendement tegen een laag risico. Slapend nog rijker worden. De recente koersstijgingen weerspiegelen een natuurlijke lange-termijnontwikkeling. Neerwaartse correcties worden binnen een week rechtgezet. Het bewijs daarvan is deze week weer geleverd. Kees Koedijk heeft ongetwijfeld gelijk: de Beurs is niet gek. Vraag- en aanbodevenwichten zijn immers nooit gek. Met deze boodschap heeft menig econoom de Nobelprijs gewonnen. De Beurs volgt de rationele natuurwet die marktwerking heet. De natuur kan helaas echter ook bijzonder wreed zijn. Geldt dat ook voor de AEX en zijn gevolg?

De huidige fixatie op de Beurs heeft belangrijke schaduwzijden. Elke zichzelf respecterende ondernemer laat met de regelmaat van de klok weten dat het uiteindelijke doel van al dat ondernemen is om de aandeelhouder zoveel mogelijk tevreden te stellen. De kapitaalverschaffer is gepromoveerd tot veruit de belangrijkste belanghebbende, ondanks de lippendienst aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen. Financiële argumenten voeren de boventoon tijdens de persconferenties van grote ondernemingen. En het Nederlandse topmanagement gedraagt zich ernaar: saneren is ongekend populair, vaak verpakt in eufemismen als reorganiseren en reengineering. De belegger draagt de machomanager op handen: saneren is immers een zegen voor de aandeelhouder. De simpele aankondiging van een sanering is veelal voldoende om forse koersstijgingen te bewerkstelligen. De reden daarvoor is kinderlijk eenvoudig: het ontslaan van personeel heeft vrijwel direct een positief effect op de winst(verwachting) van de saneerder via de verlaging van de loonkosten die daaruit resulteert. Dat is rechttoe-rechtaanboekhouden van de koude grond. Wegens zijn korte termijnoriëntatie is vrijwel elke belegger een koude-grondboekhouder. Geen wonder dat de beurs enthousiast reageert op aankondigingen van saneringen en geen wonder dat saneren verslavend werkt. Ook het Nederlandse topmanagement telt zijn zegeningen, met vier miljard gulden optiewinsten die kunnen worden verdeeld onder ten hoogste 1.500 topmanagers.

Datzelfde saneren is echter een ramp voor de geofferde werknemer. Werkloosheid is zelden het stille ideaal van het weggesaneerde personeel. Van gouden handdrukken moet de werkvloer het niet hebben. Ook de achterblijvers komen niet met de schrik vrij. Op het verder oplopen van de toch al hoge werkdruk zit niemand te wachten. Met minder personeel moet immers meer worden geproduceerd. En wie is het volgende slachtoffer van de volgende reorganisatie? Door de aanhoudende - en volgens Kees Koedijk structurele - beurshausse is voor menig Nederlands bedrijf het beleggen van de spectaculair gestegen winsten in andere ondernemingen rendabeler dan het investeren in nieuwe initiatieven. Een veilig rondje in de beurscarrousel levert immers in korte tijd veel meer op dan het ontwikkelen van nieuwe producten of processen. De KLM is bijvoorbeeld in staat de verliezen op haar kernactiviteit - vliegen - te overcompenseren met enorme winsten uit beleggingstransacties. Diezelfde KLM heeft intussen een indrukwekkende saneringsoperatie gelanceerd. Dat is twee keer bingo.

Saneren maakt de rijke belegger nog rijker en de achterblijvende en ontslagen werknemer armer. De recente opschudding rond optieregelingen ten behoeve van het management van ondernemend Nederland illustreert het onbehagen over deze toenemende scheefgroei in de samenleving. Optieregelingen vormen echter slechts het topje van de ijsberg. De conclusie is eenvoudig: de Beurs is niet gek, maar wel wreed. Daar is het een markt voor. Niet de Beurs, maar Nederland is gek.