Lot familie Gümüs in handen kabinet

DEN HAAG, 28 AUG. De Tweede Kamer heeft het lot van de Turkse familie Gümüs in handen gelegd van het kabinet. De opzet van staatssecretaris Schmitz (Justitie) om niet het kabinet maar de Tweede Kamer het voortouw te laten nemen bij de beoordeling van het illegaal in Nederland verblijvend gezin, mislukte gisteren omdat de Kamer verdeeld is over de kwestie.

Tijdens parlementair overleg gisteren bleek er geen meerderheid te zijn voor aanpassing van de zogeheten 'witte illegalenregel', waardoor het kleermakersgezin toch een verblijfsvergunning zou kunnen krijgen. Evenmin is er een overtuigende meerderheid tegen. De Kamer wil eerst horen wat het kabinet voor oplossing kan bedenken.

Schmitz toonde zich na afloop van het overleg “een tikkeltje teleurgesteld”. De regels voor illegalen zijn in 1995 op aandringen van de Kamer verscherpt en zij had willen weten of de Kamer na “het maatschappelijke debat” over het gezin Gümüs van mening was veranderd.

Het is volgens Schmitz niet mogelijk Gümüs zonder aanpassing van bestaande regels in Nederland te houden, iets waarop CDA, VVD en de kleine christelijke partijen hun hoop hebben gevestigd. Zij wil ook niet gebruik maken van haar bevoegdheid in individuele gevallen uitzonderingen te maken op de regels, omdat Gümüs bij lange na niet aan de criteria voldoet. Kleermaker Gümüs is sinds 1989 in Nederland, betaalt belasting en heeft twee kinderen op een Amsterdamse school.

Sinds 1992 kan een illegaal geen fiscaal nummer meer krijgen, maar voor diegenen die daarvóór al 'wit' in Nederland werkten is een overgangsregeling bedacht. Wie zes jaar legaal heeft gewerkt komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Gümüs kan minder dan drie jaar aantonen, maar solidariteitsacties van buurtbewoners hebben zoveel aandacht getrokken dat Schmitz de Kamer wilde horen voordat zij het gezin definitief uitzet.

D66, PvdA en GroenLinks zijn voor versoepeling van de regels. “Bij het maken van wetten is gestrengheid vereist, maar bij de toepassing ervan genade”, zo citeerde Kamerlid Dittrich (D66) een Chinees spreekwoord. Hij stelde voor 'inburgering' als criterium voor een verblijfsvergunning op te nemen: de mate waarin een illegaal Nederlands spreekt, schoolgaande kinderen heeft, enzovoort. Lokale autoriteiten zouden hierover een advies moeten uitbrengen. Verder vond hij het belangrijker dat een illegaal zes jaar in zijn eigen levensonderhoud moet hebben voorzien, dan dat dit per se 'wit' moet zijn gebeurd.

CDA en VVD zijn tegen versoepeling. “Handhaving van regels is nodig ter voorkoming van willekeur. We moeten heel voorzichtig zijn om regels, zoals in verscheidene publicaties is gebeurd, al te snel star en bureaucratisch te noemen”, zei CDA-Kamerlid Bijleveld.

Morgen buigt de ministerraad zich over de kwestie, direct daarna informeert Schmitz de Kamer. Zij wilde Gümüs geen hoop geven. Maar zij wees er ook op dat de regeling in kwestie nog slechts tot 1 januari geldt en het aantal met Gümüs vergelijkbare gevallen beperkt is. Een eventuele oplossing zal zitten in het meewegen van de factor dat (Gümüs') kinderen volledig zijn ingeburgerd op een Nederlandse school.