L. VAN ZWOL 1926 - 1997; Zakelijke belegger

Leen van Zwol, wiens overlijden vorige week op 71-jarige leeftijd gisteren bekend werd, was in de jaren tachtig de machtigste belegger van Nederland.

Als bestuurslid van verzekeraar Nationale-Nederlanden was hij verantwoordelijk voor de beleggingen van het concern en speelde hij een doorslaggevende rol bij financiële reddingsacties voor bedrijven als meelfabriek Meneba, verzekeraar Amfas, de Westland-Utrecht Hypotheekbank, VMF-Stork en KBB.

Van Zwol werkte zijn hele carrière bij Nationale-Nederlanden (NN). Hij begon in 1943 bij de Nederlanden van 1845 en bleef zijn leven lang een belegger uit wat tegenwoordig de NN-school heet: nuchter, zakelijk en conservatief in de goede zin des woords: gericht op het vermijden van verliezen. Zijn opvolger als topbelegger, Aad Jacobs, de huidige bestuursvoorzitter van ING (ontstaan uit fusie van Nationale-Nederlanden en NMB Postbank) is uit hetzelfde hout gesneden, en diens opvolger, Heida, eveneens.

“Een miljard winst of verlies voor de onderneming, ik word er niet koud of warm van. Maar van duizend gulden verlies privé kan ik dagenlang beroerd zijn”, zei Van Zwol in 1988, toen hij met pensioen ging, tegen het weekblad Elsevier. “Daar kan ik echt niet tegen.”

Van Zwol speelde een belangrijke rol in de opbouw van de aandelenportefeuille van Nationale-Nederlanden, die in vrijwel elk bedrijf van enige omvang in Nederland wel een pakket van tenminste vijf procent van de aandelen heeft.

Van Zwol was onder meer commissaris bij KBB en Nedlloyd, waar hij na zijn pensionering ook nog enige tijd als een soort interim manager directeur financiën was.

In het tijdperk Van Zwol passeerde Nationale-Nederlanden de beleggersgroep Robeco als de grootste belegger in aandelen van Nederlandse bedrijven. Deze positie gaf Nationale-Nederlanden onmiskenbare macht in het bedrijfsleven, die naar goed Nederlands gebruik zelden of nooit ook echt werd uitgeoefend. De belegger belegt, de ondernemer bestuurt, is en blijft de grondhouding.

Bij de laatste grote poging tot vijandige overname in Nederland in 1987, toen Elsevier Kluwer tegen de zin van de directie wilde opkopen en Wolters Samsom vervolgens met Kluwer wilde samengaan, gaf NN de doorslag. De verzekeraar was een grote aandeelhouder in zowel Elsevier als Kluwer en besliste de strijd in het voordeel van de combinatie met Wolters Samsom, die net iets meer winstgroei zou laten zien. Dat kwam voor Elsevier extra hard aan, doordat Jacobs (die in tegenstelling tot Van Zwol een media trainig had gehad) de beslissing op het NOS-Journaal publiekelijk bekend maakte.

Op beslissende momenten, zoals eind jaren zeventig en begin jaren, toen verschillende grote ondernemingen wankelden, gaf Nationale-Nederlanden de doorslag bij financiële organisaties. Altijd vanuit welbegrepen eigen belang.

Een grote pensioenklant verliezen bij een bedrijfsfaillissement is erger dan een kapitaalinjectie, als de financiers tenminste fiducie hebben in de managers die het bedrijf leiden.

Op deze manier wisten Van Zwol en toenmalig Vendex-topman Anton Dreesmann in 1982 de meer dan zestig banken en andere financiers van KBB tijdens een vergadering in het Amsterdamse Okura Hotel zo ver te krijgen dat zij hun leningen omzetten in nieuwe aandelen om het detailhandelsconcern overeind te houden.

De bankiers, die toen met grote twijfel akkoord gingen, bleken later, toen de aandelenkoers van KBB exploderede, de deal van hun leven te hebben gedaan.