Invloeden op het Nederlandse weer

Het weertype wordt onder meer bepaald door luchtstromingen, die lucht uit andere gebieden aanvoeren. De zes luchtsoorten die Nederland kunnen bereiken: - Continentaal polair: koud en droog

Afkomstig uit Midden-Europa, Rusland en Siberië. In de zomer is deze lucht warm, maar 's winters komt de temperatuur zelden boven het vriespunt.

- Maritiem polair: koud en vochtig

Afkomstig van het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan en aangevoerd in een brede, westelijke stroming. 's Zomers treden stapelwolken op. Het weer is doorgaans wisselvallig.

- Continentaal tropisch: warm en droog

Afkomstig van Zuid-Oost-Europa kan deze luchtsoort Nederland in alle jaargetijden bereiken. Het is de warmste en droogste lucht die hier kan voorkomen, maar door de luchtverontreiniging (stof) uit het Ruhrgebied is het zicht slecht.

- Maritiem tropisch: warm en vochtig Is afkomstig uit het subtropische deel van de Atlantische Oceaan, in de buurt van de Azoren en kan Nederland in ieder jaargetijde bereiken. Tijdens warme zomerdagen kunnen stapelwolken, buien en onweer voorkomen. In de winter treden hogere temperaturen op dan in andere luchtsoorten, met slecht zicht. Mist en motregen kunnen 's winters voorkomen.

- Continentaal arctisch: zeer koud en droog

Deze luchtsoort bereikt Nederland via Noord-Oost-Europa. In de zomer komt zij niet voor. De temperatuur kan in winternachten zeer lage waarden aannemen. In het algemeen weinig bewolking.

- Maritiem arctisch: zeer koud en vochtig

Afkomstig van de Noordelijke IJszee. Stroomt langs de Noorse kust naar Nederland. In de zomer kan deze luchtsoort Nederland niet bereiken. De lucht is vaak kouder dan de aarde, waardoor de lucht instabiel wordt en er buien optreden. In de lente kan deze luchtsoort de typische voorjaarsbuien veroorzaken met harde, stormachtige noordwestenwinden en een sterke daling van de temperatuur.

Drukgebieden

Bij de Azoren, een eilandengroep ten westen van Portugal, ligt een persistent hogedrukgebied. Samen met een lagedrukgebied bij IJsland zorgt dit ervoor dat in Nederland doorgaans een westzuidwestelijke stroming voorkomt, met het bijbehorende zeeklimaat.

Op het noordelijk halfrond draait de lucht rond een lagedrukgebied altijd tegen de klok in, en rond een hogedrukgebied met de klok mee. Dit is de wet van Buys Ballot.

Straalstroom (ongeveer 60 graden noorderbreedte)

Een straalstroom is een sterke luchtstroom in de troposfeer, met windsnelheden tot 400 kilometer per uur. De straalstromen slingeren zich (op het noordelijk halfrond in westelijke richting) evenwijdig aan de breedtecirkels rond de aardbol, meestal op de scheiding van twee luchtsoorten. Om de stroom heen draait de lucht als een kurketrekker: aan de koude linkerkant stijgt de lucht op en aan de warme rechterkant daalt de lucht. Dit is de zogeheten straalstroomcirrus, die op satellietfoto's herkenbaar is aan een lange strook cirrusbewolking aan de koude kant van de stroom.

Golfstromen

Het gematigde klimaat in Nederland wordt vooral veroorzaakt door een warme zeestroom die ontstaat voor de kust van Florida en de Atlantische Oceaan oversteekt naar West- en Noord-Europa. Daar ontstaan drie takken:

- een tak naar het zuiden

- een tak om IJsland heen naar Groenland

- de Noorse stroming, langs de Noorse kust naar de Barentszzee. Deze laatste tak is voor het Nederlandse klimaat het belangrijkst.