In Liefde Bloeyende

K. Schippers (geb. 1936)

De plantjes water geven

Het huis van een kennis

die met vakantie is

leeg halen.

De schilderijen, meubels

tapijten, kachels, het servies

grammofoonplaten, kleding, spiegels

en ander huisgerei

fotograferen en op

ware grootte afdrukken.

De gefotografeerde dingen

eventueel met een

standaard in de rug

- denk aan de meubels -

weer op hun oude

plaats terugzetten.

Messen en vorken hebben

geen standaard nodig

komen gewoon in de

gefotografeerde bak

(het zoutvaatje een

kleine standaard).

Bij zijn thuiskomst

zit wat de bewoner

in het buitenland

de laatste weken zag

ontwikkeld door een

plaatselijke fotograaf

plat in een reistas.

Er komt veel spel voor in het dichtwerk van K. Schippers. Het verkleinwoord spelletjes is in dit verband te kinderachtig. Het zijn bij hem vaak grapjes (vooruit dan maar) waarbij conclusie en uitgangspunt elkaar op het laatst tegenkomen, niet geheel ongelijk aan de baan van een boemerang. In het ideale geval wordt tegelijkertijd een inzicht opengebroken en een redenering dichtgemetseld. Er ontstaat dan een kortgesloten, rond gedicht, zoals het vierregelige Trage start bij een rantsoen van twee zinnen:

Kan ik zeggen: 'Na deze zin komt nog een zin' of lieg ik dan?

Ik had het kunnen zeggen, maar hier niet meer.

De lezer blijft achter met open mond. K. Schippers is een virtuoos in zulke spelen. Nu is spel de kern van alle poëzie, aangezien poëzie op techniek berust, niemand iets belooft en geen cent kost. Maar er is ook een afdeling in de poëzie waar het spel inderdaad gepaard gaat met spelletjes, zonder enige bijklank van kinderachtigheid. Alle dichters moeten goede spelers zijn - je hebt er de pathetische Beethovens en de trage Mahlers onder. Je hebt in de poëzie ook Paganini's.

In De plantjes water geven gaat het opnieuw om een staart die in zijn eigen kop terechtkomt. De plantjes, wat kan taal toch uiteenlopende dingen doen met verkleinwoorden. Vertedering, misprijzen, ironie, van alles kan ze er mee uitdrukken. In dit geval beoogt het verkleinwoord te suggereren: hier volgt iets simpels, iets alledaags, iets gemakkelijks. Iets wat je tussen neus en lippen doet. Maar niet heus, dus. De titel wil alleen het onmogelijke mogelijker laten lijken.

Er komt dan ook geen lyrisch woord in het gedicht voor. Gevoelens bestaan niet, alleen dingen. De toon is gepast zakelijk, balancerend tussen een gebiedende en een beschrijvende wijs.

De schilderijen, meubels, tapijten, kachels, het servies, grammofoonplaten, kleding, spiegels en ander huisgerei fotograferen en op ware grootte afdrukken

Zo'n lijstje hoort op zich al tot een geliefde spelvorm. Nergens een plantje natuurlijk. Door de nuchterheid vergeten we dat hier iets absurds gebeurt: een wereld wordt gestolen en in gefotografeerde vorm teruggezet. We zijn bereid de dichter op zijn woord te geloven, omdat hij zo herkenbaar bezorgd en zo vertederend bedisselend is. Hij ziet niet over het hoofd dat het zoutvaatje een kleine standaard (een standaardje) moet hebben. Denk aan de meubels, zegt hij. Ja, we begrijpen dat zulke logge dingen om een grote standaard vragen.

In de slotstrofe is het afgelopen met de infinitieven. Er treedt iemand binnen in de wereld van de opzetstukken. Door de thuiskomst van de bewoner wordt de aandacht voor de finale gewekt. De thuiskomst van het gedicht wordt daarbij tot de laatste regel uitgesteld. Een ultieme spanning voor de ontknoping, een duikvlucht voor de landing, Paganini. Eerst een regel met de omstandigheid, dan een regel met de persoon, vervolgens twee regels met de plaats en de tijd van diens voorgeschiedenis. Daarna wordt trefzeker de link met de fotografie gelegd. Ontwikkeld door een plaatselijke fotograaf - een virtuozenakkoord. We blijven en nog even in het buitenland hangen, weg van het huis, en tegelijk heeft de dichter ons voorbereid op het bestaan van kant-en-klare foto's. Dan, in de slotregel, vallen buitenland en huis samen. Het plat komt nog hard aan. Implosie. Het gedicht wordt door de verdubbeling van de twee gefotografeerde werelden als het ware opgeheven.

Heeft de reiziger het buitenland ook 'leeggehaald'? In wat voor omgeving zit men er nu in het buitenland bij? Wat bevindt zich als tegenhanger van de grammofoonplaten, de kachels en het zoutvaatje in de reistas?

Vragen bij een gedicht zonder vraagtekens. Een gedicht zonder lyriek waarbij toch een ernstige emotie wordt losgeslagen een korte rilling met betrekking tot tijdelijkheid en realiteit. Wat betekenen beeld en geheugen? Wat betekent 'ware grootte'? De wereld klapt dicht. De tijd klapt ook dicht.