De Nederlandse golfers hebben het te goed

Hoewel golf de laatste jaren fors aan populariteit heeft gewonnen, is de exploitatie van golfbanen in Nederland nog nauwelijks winstgevend. De helft van het honderdtal banen in Nederland wordt commercieel geëxploiteerd, maar de gemiddelde winst van de miljoeneninvestering bedraagt net iets meer dan 30.000 gulden per jaar.

De Belgische golfconsultant A.J. Loo stelt zich op als advocaat van de duivel. “Kent u golfbanen in Europa die zijn ontworpen door Jack Nicklaus en niet ten minste twee keer failliet zijn gegaan?” Voor golf op dure topbanen, ontworpen door de legende Nicklaus voor minimaal een miljoen dollar, bestaat nauwelijks een markt, waarschuwt Loo. “U bent er verplicht voor 50 gulden een karretje te huren. Terwijl u speelt wordt uw broek geperst en worden uw schoenen gepoetst. Maar dat is niet waar de gemiddelde golfer behoefte aan heeft.”

De Belg Loo, die banen beheert in België en in Nederland over banen heeft geadviseerd, was dit jaar een van de sprekers op een congres van de Nederlandse Vereniging van Golfexploitanten. Golfbanen, ook die in Nederland, hebben lang niet allemaal een goed doordacht marketingconcept, vertelde Loo zijn gehoor. Weliswaar zijn Nederland de superdeluxe Nicklaus-banen bespaard gebleven, maar ook hier is de nadruk vaak blijven liggen op de kwaliteit van de baan. Het elementaire gastheerschap, dat in simpele details schuilt, is nog niet afgestemd op de gemiddelde golfer. “Wat verwachten klanten? Een dagje vakantiegevoel. Maar op veel banen krijgen ze al bij de receptie, pats, een klap voor hun kop. Ze krijgen zelden de indruk dat ze welkom zijn, eerder dat ze niet gewenst zijn.”

Bezoekende golfers betalen in Nederland bij een 18-holes golfbaan een greenfee van 60 tot 90 gulden voor een ronde golf, die zo'n 4,5 uur duurt. “En dan moeten ze apart nog eens twee kwartjes afrekenen voor een potloodje dat ze natuurlijk vergeten zijn. Dom. Gooi 5 gulden op de greenfee, maar geef een pakketje mee met potlood en bijvoorbeeld een stroke-saver.” Dat is een soort plattegrond van de baan, met nauwkeurig aangegeven afstanden tot het vlaggetje.

Youp van 't Hek noemt het knikkeren voor volwassenen die te lui zijn om te bukken. In het Engels heet een rondje lopen a good walk spoilt by a little white ball. Maar de golfbanen in Nederland staan wel al jaren aangegeven op wegenkaarten van Falkplan. En steeds meer Nederlanders hebben ook de weg weten te vinden. Het afgelopen halfjaar is het aantal geregistreerde golfers in Nederland de 100.000 gepasseerd; in 1988 waren er minder dan 40.000. Golf is de snelstgroeiende sport in Nederland met (per 30 juni 1997) 82.300 leden van clubs en 24.200 'witte' GVB-ers (spelers met het golfvaardigheidsbewijs, een soort rijbewijs voor golfbanen, die niet lid zijn van een club). De Nederlandse Golf Federatie schat dat nog eens 25.000 spelers regelmatig golfen. De verwachting is dat het aantal golfers de komende acht jaar met 6 procent per jaar zal toenemen.

Toch is de exploitatie van golfbanen minder lucratief dan de cijfers over het aantal beoefenaren doen vermoeden. Nederland is ook nog steeds een klein golfland in vergelijking met de landen van het Britse Gemenebest en de Verenigde Staten waar de sport in veel bredere lagen van de bevolking is doorgedrongen. In Amerika speelt bijna 10 procent, in Nederland nog altijd minder dan 1 procent. Groot-Brittannië heeft een golfbaan per 25.000 inwoners, Nederland een baan per 150.000 inwoners.

Nederland heeft 107 wedstrijdbanen, waarvan 58 banen met 18 holes of meer en 49 banen met 9 holes. Er zijn plannen voor nog eens dertig banen, zegt de NGF. Ongeveer de helft van de bestaande banen is eigendom van de leden, is georganiseerd als een 'gesloten' vereniging en hoeft geen winst te maken. De andere helft is commercieel opgezet, als stichting of BV, en probeert zo rendabel mogelijk te opereren. Dat blijkt niet mee te vallen. Een onderzoek van de Vereniging van Golfexploitanten onder leden, met de cijfers van een twintigtal exploitanten, leidde tot de ontnuchterende conclusie dat de gemiddelde winst van een golfbaan 31.000 gulden per jaar is.

Het bureau Horwath Consulting, dat soortgelijk onderzoek uitvoert voor hotels, verrichtte de berekeningen (zie tabel). De investering voor een 18-holes golfbaan bedraagt gemiddeld 10 miljoen gulden, waarbij de prijs van de benodigde grond (50 tot 60 hectare) de grootste variabele is. De jaarlijke totale kosten voor kapitaal, personeel en onderhoud zijn gemiddeld 1.518.000 gulden. Daar staat 1.549.000 gulden aan inkomsten tegenover: onder meer contributie van leden, greenfees, en de pachtsommen voor horeca en de golfshop.

Het grootste probleem is de relatief lage bezettingsgraad. Het in theoretie maximale aantal rondes per jaar op een 18-holes baan is 60.000, waarbij rekening is gehouden met 32 'onbespeelbare' dagen wegens wateroverlast of vorst. In praktijk worden er gemiddeld 32.000 rondes gespeeld, een percentage van 53. In de weekeinden stijgt de bezetting naar 79 procent, maar op de weekdagen is die slechts 40 procent.

S.B. Slooten, exploitant van golfbaan de Rottebergen bij Rotterdam en secretaris van de NVG, benadrukt dat de cijfers overeenkomen met vergelijkbare sport- en recreatieprojecten. “Sport was lange tijd in handen van de overheid”, zegt Slooten. “Zwembanen en ijsbanen zijn andere voorbeelden van projecten met hoge kapitaalslasten en weinig rendement. Sporters zijn in Nederland niet gewend veel te betalen, wat alleen mogelijk was door de indirecte subsidies van de overheid. Er is wel degelijk een exploitatie van een golfbaan mogelijk waar een ondernemerssalaris uit te halen is, maar het rendement op geïnvesteerd vermogen ligt inderdaad niet bijzonder hoog.”

De popularisering van golf is mogelijk gemaakt doordat de overheid, vaak het recreatieschap, in de jaren tachtig een aantal openbare banen heeft opgezet met lage drempels: Spaarnwoude, Kleijburg, Brunssum. Die worden nu geprivatiseerd, want het doel is bereikt. In de jaren tachtig zijn ook de commerciële projecten ontstaan, zij het dat slechts één project meerdere golfbanen omvatte. Burggolf, met zes banen voor 85 miljoen gulden, heeft de investeringen nog niet terugverdiend.

Net als initiatiefnemers bij veel andere banen, is Slooten een zakenman (onder meer SHV) die aan het einde van zijn loopbaan wat anders wilde gaan doen. Hij had al een hockeyclub opgericht in Capelle aan de IJssel en zat in het bestuur van een tennisclub, toen hij twaalf jaar geleden hoorde van de mogelijkheid om plannen in te dienen voor de privatisering van het recreatiegebied De Rottebergen, ten noorden van Rotterdam. Zijn zoon is de bedrijfsleider bij de fraaie baan, die drie sterren kreeg in de Green Guide van Golfers Magazine.

Er is volgens Slooten een aantal redenen aan te wijzen voor het geringe rendement van golfbanen. De aanloopkosten voor de exploitant zijn hoog, het prijskaartje voor golf in Nederland is te laag en er zijn te veel barrières die de toestroom van nieuwe golfers belemmeren, waardoor de bezetting van de banen te laag is.

“Golf is in Nederland laag geprijsd in vergelijking met de benodigde investering en de geleverde diensten”, zegt Slooten. “Nederlandse golfers zijn verwend. Ze willen topbanen en goede service tegen de helft van de prijs die in het buitenland gebruikelijk is.” In Frankrijk, Spanje of de Verenigde Staten kost een rondje op een topbaan inderdaad het tweevoudige of drievoudige (tot 250 gulden) van wat in Nederland gebruikelijk is: 60 tot 90 gulden.

Slooten bestrijdt dat golf een dure sport is. “Voor witte GVB-ers die een losse greenfee betalen kost een ronde lopen een tientje per uur. Dat is hetzelfde als snooker en minder dan de meeste tennisbanen als huur vragen. Lidmaatschap van een vereniging is duurder, maar dan betaal je ook voor een aantal extra's. Het erbij horen, de gezelligheid, de mogelijkheid om aan competities deel te nemen. Hoe exclusiever de club, hoe hoger de prijs om erbij te kunnen horen.”

Slooten kreeg de vraag ook van twee jongens van zestien jaar oud, die op een zondagochtend met hun fiets bij het clubhuis van de Rottebergen stonden toe te kijken. Hij noemde de prijzen en vroeg vervolgens aan de jongens wat zo'n mountainbike nou kostte. Meer dan zevenduizend gulden per stuk. “Daar kan je heel wat jaren van golfen.”

Waarom er dan toch onvoldoende nieuwe golfers snel hun bestemming vinden, ligt volgens Slooten voor een deel aan het 'establishment'. De onderliggende trend is immers positief. Golf heeft een forse groei achter de rug. De babyboomers hebben geld te besteden en krijgen steeds meer vrije tijd. Golf is een sport waarbij geen tegenstander van gelijk niveau nodig is om plezier te hebben. En de sport is, omdat fysieke kracht zeker niet de belangrijkste noodzakelijke eigenschap is, tot op hoge leeftijd te beoefenen.

Maar de toegangkelijkheid van de sport laat volgens Slooten te wensen over. “Er zijn niet te veel banen, maar te weinig golfers in Nederland.” Juist de groei van het aantal beoefenaars heeft tot verslapping geleid bij de exploitanten en bij de golffederatie. Bovendien kent de golfwereld een 'gevestige orde' die de vooruitgang met argusogen gadeslaat. De oude mannen hebben het 'gezellig', nieuwkomers worden niet overal even vriendelijk ontvangen.

Voorbeelden zijn de regels voor het golfvaardigheidsbewijs GVB en de handicap, twee proeven van speelvaardigheid die een beginnende golfer graag wil afleggen. Maar het verkrijgen van een GVB kost minimaal een half jaar. Pas daarna mag een beginner een 18-holes baan op, pas dan zal hij greenfees gaan betalen. En de handicap, een cijfer dat de speelsterkte uitdrukt, is alleen te krijgen als een golfer lid is van een club, en dus een aandeel heeft gekocht. “De groep golfers die geen lid van een club zijn is nu ongeveer 25 procent”, zegt directeur H.L. Heyster van de golffederatie. “Maar over tien jaar is dat 50 procent. De samenleving individualiseert, wat een voordeel is voor de golfsport, maar een nadeel voor het lidmaatschap van clubs.”

De golffederatie beloofde een aantal jaren geleden ook voor niet-leden een handicap-systeem in te voeren. Maar dat duurde zo lang dat de NVG, de exploitanten, dit jaar besloten hebben zelf een eigen handicap in te voeren, te verkijgen in een reeks eigen toernooien.

De NVG, zo kondigt Slooten aan, komt volgende maand met een marketing-rapport voor de exploitanten. “Wij verwachten dat de toekomst, niet alleen in golf maar in alle sporten, ligt bij de accomodatie. Die kan de consument beter bedienen dan de sportbonden.”

Golftarieven

Het lidmaatschap van een golfclub in Nederland bevat vrijwel altijd de verplichting een 'certificaat van aandeel' aan te schaffen. De prijzen variëren van 1.500 tot 10.000 gulden. Op de 18-holes golfbaan 'De Rottebergen' in het Hoge Bergse Bos in Bergschenhoek is de prijs bijvoorbeeld 2.500 tot 4.500 gulden voor het aandeel (varieert door vraag een aanbod). Daarbij komt de verplichting een jaarkaart te kopen voor 1.500 gulden. Het lidmaatschap van de club ('De Hooge Bergsche') kost daarnaast 175 gulden per jaar, inclusief 45 gulden als bijdrage aan de Nederlandse Golf Federatie, en een eenmalig inschrijfgeld van 200 gulden. Bedrijfslidmaatschappen vergen 5.200 gulden voor het eerste lid (inclusief een aandeel) en 2.700 gulden voor ieder volgend lid.

Niet-leden, die wel in het bezit zijn van het golfvaardigheidsbewijs, kunnen ook per keer een greenfee betalen, goed voor een ronde van 18 holes. Door de week kost dat 50 gulden, in het weekeinde 65 gulden. Voor de late starters is er een speciaal 'twilight'-tarief dat twee uur voor zonsondergang ingaat: 30 gulden door de week, 40 gulden in het weekeinde.