Coalitie streeft naar voortzetten van 'paars'

DEN HAAG, 28 AUG. Direct nadat de coalitiepartners hun hoog opgelopen ruzie over de kwestie-Bouterse hadden bijgelegd, hebben de regeringsfracties elkaar verzekerd dat zij ernaar streven hun paarse coalitie na de verkiezingen van mei '98 voort te zetten.

VVD-fractieleider Bolkestein ontkende gistermiddag dat zijn partij het speciaal heeft gemunt op minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) of “het pesten van D66” als strategie zou aanhouden. Bolkestein bevestigde wel dat de VVD belangstelling heeft voor Buitenlandse Zaken in een volgend kabinet, en sloot zichzelf niet uit als kandidaat voor die post.

Het gistermiddag in premier Koks Torentje bereikte compromis houdt in dat de VVD haar kritiek handhaaft op het besluit van 18 juli van de D66-ministers Van Mierlo en Sorgdrager (Justitie) af te zien van een verzoek aan Brazilië om arrestatie en uitlevering van de van drugshandel verdachte Surinaamse adviseur van staat Bouterse. Zij erkende bij monde van Bolkestein wèl dat Van Mierlo “het recht en zelfs de plicht” heeft de minister van Justitie te adviseren als zo'n verzoek via Buitenlandse Zaken moet worden gedaan.

Bolkestein gaf ook toe dat de beide ministers “redelijkerwijs” tot hun afweging van 18 juli hadden kunnen komen, al vindt de VVD het resultaat daarvan verkeerd. Daarmee nuanceerde de VVD-leider, die sprak van een “60-40- of 70-30-afweging”, een uitspraak van zijn fractiegenoot Weisglas. Die zei dinsdag dat wat zich 18 juli had voorgedaan, “niet voor herhaling vatbaar” was. Bolkestein herhaalde dat Nederland de bereidheid van Brazilië om mee te werken had moeten “testen” en zei “te hopen en te verwachten” dat de regering in vergelijkbare toekomstige gevallen tot een uitleveringsverzoek zal besluiten. Hij ontkende dat zijn partij “een knieval” had gedaan. Hij herinnerde aan een uitspraak van de vroegere premier Drees dat “onverstoorbaarheid” een onmisbare eigenschap van een minister is.

Pagina 3: Bolkestein bestrijdt verwijten PvdA

Bolkestein wees erop dat Van Mierlo zelf in het verleden vaak heeft gepleit voor dualistische verhouding tussen parlement en regering.

Bolkestein bestreed verwijten van zijn PvdA-collega Wallage dat de VVD Van Mierlo zó vaak “treitert” dat zij hem daarmee het werken “buitengewoon moeilijk maakt” en zijn “geloofwaardigheid in het buitenland” schaadt. Volgens Bolkestein is de VVD soms ook “heel royaal” jegens Van Mierlo, bijvoorbeeld met haar lof voor het Verdrag van Amsterdam en haar steun voor zijn mensenrechtenbeleid als EU-voorzitter jegens China. Na het debat bracht de VVD-leider Van Mierlo's verzoek van dinsdagnacht om nader beraad in het kabinet in verband met nervositeit wegens de slechte stand van D66 in de opiniepeilingen.

Van zijn kant zei Van Mierlo, mede namens Sorgdrager, dat hij zijn recht op advies bij uitleveringsverzoeken aan landen waarmee daarover geen verdrag bestaat, erkend had willen zien. Daarover waren bij hem dinsdagavond twijfels ontstaan wat de VVD-fractie betreft. Overigens zei hij te kunnen leven met “de gedachte dat een regeringsfractie 18 juli een andere beslissing zou hebben genomen”. Meer nog: de uitkomst van het debat noemde Van Mierlo gisteren “een opsteker voor de coalitie”, die ook te danken was aan de “chique houding” van de VVD.

Van Mierlo was ook blij met de steun die hij tenslotte van de PvdA-fractie had gekregen. Want de kritiek die PvdA-woordvoerder Van Oven dinsdag had geuit op de “slordige” voorbereiding van het uitleveringsverzoek en de volgens hem slechte coördinatie tussen Justitie en Buitenlandse Zaken had gisteren plaats gemaakt voor “begrip” voor het besluit van 18 juli.

Oppositieleider De Hoop Scheffer (CDA) vond dat de ministers zich weinig aan de argumenten van zijn fractie gelegen hadden laten liggen en zich jegens de Kamer “regentesk” hadden gedragen. Van Mierlo's verzoek om onderbreking van het debat, dinsdagnacht, was volgens De Hoop Scheffer vooral gedaan om de VVD onder druk te zetten en “binnenskamers haar totale gehoorzaamheid te eisen”. Moties van GroenLinks en het CDA, die onder meer het aftreden van Sorgdrager vroegen, kregen alleen steun van oppositiefracties en werden verworpen.