Bulldozerfestival tegen Palestijnse huizen

Na de zelfmoordaanslag van 30 juli op een markt in Jeruzalem rukken Israelische bulldozers weer dagelijks uit om illegale Palestijnse huizen in Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever met de grond gelijk te maken. Volgens de Palestijnen heeft het bulldozerfestival echter niets te maken met de naleving van bouwvoorschriften maar alles met politiek. “Ik kreeg geen bouwvergunning, want ik ben Arabier.”

JERUZALEM, 28 AUG. “'s Ochtends om acht uur kwamen de Israelische bulldozers om het huis van de buurman met de grond gelijk te maken. Voordat ze begonnen, zeiden de soldaten tegen mij: 'Uw huis is ook illegaal gebouwd. Als we dit huis hebben vernietigd, beginnen we aan het uwe. U heeft een uur om het te ontruimen.' Toen ik zei dat er zeventien mensen in mijn huis wonen, gaven ze me twee weken uitstel.”

Schoenmaker Hajj Ghaleb Abu Nizjme (49) zit op de puinhopen van wat tot maandag het huis van zijn buurman was. Overal steekt staaldraad uit de vergruizelde stukken beton. De kleinsten van Abu Nizjme's dertien kinderen spelen in de badkuip, het enige wat nog heel was toen de bulldozers vertrokken. Net als vrijwel alle andere Palestijnse bewoners van het dorp Zayim, achter de Olijfberg aan de rand van Jeruzalem, heeft Abu Nizjme zonder vergunning zijn huis gebouwd. Dat was drie jaar geleden. Nu staat het huis, met 2.500 andere huizen in Palestijns Oost-Jeruzalem, op de nominatie om vernietigd te worden.

Sinds de bomexplosie op de Mahane Yehuda-markt in Jeruzalem, op 30 juli, rukken Israelische bulldozers bijna dagelijks uit om illegale Palestijnse huizen in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever met de grond gelijk te maken. Deze week alleen al werden er in Oost-Jeruzalem vijf verwoest. Men zegt dat premier Netanyahu na de aanslag voor deze operatie persoonlijk opdracht gaf, als vergelding. Sinds de gewelddadigheden na de opening van de omstreden tunnel in de Oude Stad, september 1996, had de Israelische veiligheidsdienst hem aangeraden om de Palestijnen niet verder onder druk te zetten met bulldozers. In tien maanden tijd werden er bijna geen Palestijnse huizen vernietigd.

Maar nu spreekt de Israelische advocaat Daniel Seidemann, die de eigenaars van die huizen juridische bijstand verleent, weer van 'een waar bulldozer-festival'. Hij ontkent niet dat de huizen illegaal zijn. Zijn klacht is dat zowel de staat Israel als de gemeente Jeruzalem het Palestijnen vrijwel onmogelijk maakt een bouwvergunning te krijgen in Oost-Jeruzalem of de 95 procent van de Westelijke Jordaanoever die nog onder Israelische jurisdictie valt. Op de Westelijke Jordaanoever worden de meeste van die huizen vernietigd omdat ze 'in de weg staan': Israel wil daar nederzettingen uitbreiden of wegen bouwen voor de kolonisten. Maar in Oost-Jeruzalem, zegt hij, worden de bulldozers om puur politieke redenen op pad gestuurd: de joodse stadsbestuurders zouden de groei van het joodse stadsdeel willen bevorderen en die in het Palestijnse stadsdeel remmen. Terwijl de Palestijnen een veel hogere bevolkingsgroei hebben dan de Israeliërs, is de Palestijnse stadsbevolking constant gebleven sinds 1967 - op 28 procent. Volgens Seidemann is “joodse immigratie en indammen van de Palestijnen” een van de manieren waarop Israel de stad aan zich wil onderwerpen. “Palestijns Oost-Jeruzalem beslaat 70,5 vierkante kilometer grond. Daarvan is ruim 35 procent geconfisqueerd voor joodse bebouwing, zoals de nieuwe wijk Har Homa. Voor 62 procent heeft de gemeente geen bestemmingsplan, of het is een 'groenzone'. Ook daar mag niet gebouwd worden. Van de resterende 17,5 vierkante kilometer is 5,2 vierkante kilometer bestemd voor bewoning. Daar is al vrijwel alles volgebouwd. De Palestijnen hebben maar één uitweg: illegaal bouwen.”

In Zayim houdt Hajj Ghaleb Abu Nizjme een dikke plastic map papieren omhoog. Het zijn verzoekschriften naar de gemeente om een bouwvergunning te krijgen. “Ik woonde bij mijn vader in een andere Palestijnse wijk, met mijn gezin. Het kon niet langer. Ik had een stukje land in Zayim. Maar ik kreeg geen bouwvergunning, want ik ben Arabier.” Volgens hem had hij zeker een vergunning gekregen als hij “Hebreeuws” was geweest. De toegestroomde dorpsgenoten knikken bevestigend. Zij hebben allemaal eenzelfde verhaal. Gezien vanaf de kurkdroge heuvel vol roodachtige steen waarop zij staan, lijkt Zayim op een kind dat tandjes wisselt. Tussen de grijs-betonnen huizen vallen gaten. Daar stonden eens huizen. Nu liggen er betonresten, toegedekt met een in tweeën of drieën gebroken plat dak. Een berg verder staan kranen en helwitte nieuwe huizen met rood dak. “Daar”, zegt Abu Nizjme, “gaan Russische immigranten wonen. Ik ben in Jeruzalem geboren en ik mag niet bouwen. Zij komen net aan en krijgen zelfs subsidie.”

Op het stadhuis van Jeruzalem ontkent men heftig dat de huidige golf van vernietigingen iets met politiek te maken heeft. Laat staan met, zoals het Palestijnse Centrum voor Land en Water in Jeruzalem het noemt, “een poging de stad te verjoodsen voordat de Israelisch-Palestijnse onderhandelingen over de definitieve status van Jeruzalem binnenkort beginnen”. “Het is een kwestie van urbanisatie”, zegt Shalom Goldstein, adviseur Arabische Zaken voor burgemeester Ehud Olmert. “In elke stad wordt illegaal bouwen bestraft.” Hij geeft toe dat joden gemakkelijker bouwvergunningen krijgen dan Palestijnen. Dat komt, zegt hij, doordat joden hun papieren in orde hebben en Palestijnen vaak niet. Althans, niet naar de maatstaven die het Israelische kadaster hanteert. “Door het Arabische systeem van overerven zijn er vaak 57 eigenaars van een perceel. Als wij een van hen een bouwvergunning geven, komen er gewelddadige familievetes van. Dat doen we dus niet. Het probleem is dat zij een systeem van gedeeld familiebezit in stand willen houden.”

“In stand WILLEN houden”, roept Khalil Tufakji, een Palestijnse geograaf die op Orient House werkt, Yasser Arafats semi-officiële vertegenwoordiging in Oost-Jeruzalem die uit protest tegen het 'bulldozerfestival' een tentenkamp met spandoeken heeft opgezet. “Als een Palestijn probeert zijn oude eigendomspapieren in Israelische papieren om te zetten, wordt hij gewoon naar huis gestuurd!”

Een andere reden dat Palestijnen zelden bouwvergunningen krijgen is volgens Goldstein dat “die mensen hun belasting niet op tijd betalen”. Hij toont een computeruitdraai van Oost-Jeruzalem, waarop inderdaad fikse achterstanden te zien zijn. Wie een vergunning wil moet - net als in andere steden ter wereld - eerst zijn schulden bij de gemeente inlossen. Op de vraag of hij, ter vergelijking, de uitdraai voor West-Jeruzalem ook kan laten zien, antwoordt Goldstein dat hij die cijfers niet bij de hand heeft. Volgens advocaat Daniel Seidemann zijn ook joodse stadsbewoners hopeloos achter met belasting betalen. Israeliërs die jaren op het stadhuis hebben gewerkt, bevestigen dat ongeveer veertig procent van de wanbetalers in West-Jeruzalem woont. “Jeruzalem is geen stad”, zegt Seidemann. “Jeruzalem is een bestuurlijke wildernis. Regels en wetten worden hier per definitie geschonden.”

Seidemann kreeg laatst papieren van de gemeente en het ministerie van Binnenlandse Zaken in handen, waaruit bovendien blijkt dat 81 procent van de illegale bouwsels in de hele stad door joden worden neergezet, en slechts 19 procent door Palestijnen. “Maar als de bulldozers uitrukken, rollen ze in zeventig procent van de gevallen naar Palestijnse overtreders.”

Shmulik Avitai, die met Goldstein op het departement 'Arab Affairs' op het stadhuis werkt, betwist die cijfers niet. Hij woont in de Oude Stad, in de joodse wijk. Vanaf zijn dak zie je dat vrijwel al zijn buren hun balkons met glas hebben gedicht, om er een kamer bij te krijgen. Velen hebben er een verdieping bijgebouwd op het platte dak. “Allemaal illegaal”, zegt hij. “Maar als joden het doen, bouwen ze dakkapellen, een carport, een verdiepinkje. Als Palestijnen het doen, gaat het meteen om een heel huis. Hier, zie deze foto. Een Palestijnse villa. Die is onlangs vernietigd. Wat zeuren ze toch over Palestijnse woningnood? Zeg nou zelf, dat is toch ongeveer de helft van het koninklijk paleis in Den Haag?!”

In West-Jeruzalem werden dit jaar twee illegale huizen vernietigd, zegt Goldstein, de adviseur van de burgemeester. Je hoort er niets over in de pers. In Oost-Jeruzalem gingen er de laatste maand vijftien tegen de grond. CNN en zelfs tv-ploegen uit Egypte en Bahrein rukken meteen uit om dat te filmen, zoals in Zayim deze week. “Sinds 1994 hebben Palestijnen 2.500 illegale huizen gebouwd in Oost-Jeruzalem”, klaagt Goldstein. “Als we die allemaal zouden vernietigen, kregen we de hele wereld over ons heen. Eigenlijk doen we ons werk dus niet goed.”

Dat er iets mis is met de wijze waarop de stad wordt bestuurd, dat zeggen de critici van burgemeester Olmert hem hartgrondig na. Een van de vele Palestijnse organisaties die de pers optrommelen zodra er een bulldozer uitrukt, spreekt van 'etnische schoonmaak, zelfs naar de maatstaven van de Verenigde Naties'. Maar ook Sarah Kaminker, een voormalige Israelische stadsplanner, stelt vast dat er van bestuur geen sprake is, eerder van 'politiek gerommel'. “Of je geeft Palestijnen en Israeliërs dezelfde kansen op een bouwvergunning en vernietigt consequent aan beide kanten alle illegale bouwsels”, zegt zij, “of je houdt op met klagen dat de Palestijnen zo burgerlijk ongehoorzaam zijn. De gemeente creëert die burgerlijke ongehoorzaamheid zelf.”

Israel heeft gisteren de volledige afsluiting van Bethlehem opgeheven. Volgens een woordvoerder van premier Netanyahu werd het besluit genomen om “veiligheidsredenen”. Hij wilde echter niet aangeven wat de achtergrond van het besluit was. “Iets heeft de veiligheidsfunctionarissen het idee gegeven dat het veilig is om de volledige afsluiting op te heffen.” De afgelopen dagen hebben Palestijnse jongeren steeds geprotesteerd tegen de afsluiting. Bethlehem was de enige stad op de Westelijke Jordaanoever die nog van de buitenwereld werd afgegrendeld. (Reuter)