Assam zakt weg in etnisch moeras van onvrede

Bijna elke dag voeren radicale Bodo's, een stam in de Indiase deelstaat Assam, gewelddadige acties uit voor meer autonomie. Ook andere groepen roeren zich en Assam zakt steeds dieper weg in een etnisch moeras. Te elfder ure pogen de autoriteiten het tij te keren.

GUWAHATI, 28 AUG. “Kijk”, verzucht de Bodo-student Ashok Basumatary, wijzend op een rommelige markt in een buitenwijk van de Assamese hoofdstad Guwahati. “Hier zit het ook al weer stampvol Bengaalse moslims.” Hij herkent de immigranten uit Bangladesh aan hun afwijkende kleren en uiterlijk. “Wij houden niet van Bengaalse moslims omdat ze ons vaak bedonderen. Ze maken altijd moeilijkheden voor ons.”

Niet dat de vriendelijke student hen ook maar een haar zou krenken, maar zoals de meeste Bodo's, ziet hij de aanhoudende stroom migranten uit het buurland wel als een bedreiging voor de positie van de eigen stam, die voor de komst van de Britten eeuwenlang de dienst uitmaakte in Assam.

Een paar kilometer verderop woont Jyantl Boro, een Bodo van middelbare leeftijd die deel uitmaakt van een districtsraad. “Nog maar 20 tot 25 jaar geleden bestond dit district geheel uit Bodo's”, herinnert hij zich. “Nu is nog maar 30 procent van de bevolking hier Bodo. Velen bezitten geen land meer en zijn seizoensarbeiders geworden.” Veel van de nieuwelingen zijn Bengalen.

In heel Assam leven volgens officiële gegevens ongeveer een miljoen Bodo's, maar de stam zelf houdt het eigen aantal op zeker het drievoudige. De deelstaat, die in totaal zo'n 26 miljoen zielen telt, is tegen de zin van de meeste lokale bewoners een geliefd immigratiegebied geworden. Deze eeuw zijn er miljoenen hindoes en moslims bijgekomen van buiten de staat. Anders dan op de overvolle vlaktes in Noord-India en Bangladesh is het desondanks nog altijd betrekkelijk leeg in het vruchtbare land langs de machtige rivier de Brahmaputra. Ook de stuitende armoede die elders wel voorkomt, ontbreekt hier, waardoor de vloed van immigranten aanhoudt.

Maar door de duizenden nieuwkomers wordt de spoeling snel dunner. Dit leidt tot onrust in veel dorpen rond Guwahati. Bodo's die een stukje land bezitten, raken dit steeds vaker kwijt aan moslim-migranten uit het straatarme Bangladesh. “Ze bieden ons grif geld en pikken dan ons land in”, zegt de bejaarde Barun Swargiary, een pezige boer die zich na een dag ploeteren op zijn land even ontspant op een bankje op de binnenplaats bij zijn huisje. “Zelf zou ik er niet over piekeren mijn land te verkopen”, zegt hij, terwijl enkele kuikens voorbijstuiven. “Daar leven we immers van.”

Sommige teleurgestelde Bodo's grijpen naar terreur om aan hun verontwaardiging lucht te geven. Ze hebben zich verenigd in organisaties als de Tijgermacht voor de Bevrijding van de Bodo's (BLTF) en de Bodo Veiligheidsmacht. Terwijl de rest van India in een roes verkeerde wegens de viering van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid, lieten radicale Bodo's vorige week in Assam in hoog tempo de ene terroristische actie op de andere volgen.

Vorig weekeinde vermoordden ze zestien mensen bij acties in dorpen ten noorden van de Brahmaputra. Ditmaal waren hun slachtoffers voor de verandering Bengaalse hindoes, die daar al jaren woonden. De Bengalen vermoordden op hun beurt zes Bodo's. De incidenten brachten het dodental van politiek geweld in Assam van deze maand op zeker veertig.

Bovendien ontregelden militante Bodo's het verkeer met bomaanslagen op zowel spoor- als autobruggen. De communicatie tussen het toch al geïsoleerde Assam en de rest van India werd hierdoor verder bemoeilijkt en de prijzen van sommige produkten schoten dan ook de afgelopen dagen omhoog.

Terwijl het grootste deel van de bevolking de ontwikkelingen met stijgende woede aanziet, maakt de deelstaatregering een machteloze indruk en lijken de militante strijders vrij spel te hebben. Ook van de centrale regering in New Delhi hoefde tot voor kort niets verwacht te worden. Die beperkte zich er, net als de Britse koloniale heersers, toe om de thee uit de talrijke plantages te halen en olie uit de grond. Verder liet New Delhi het potentieel rijke Assam grotendeels aan zijn lot over.

Maar de laatste maanden lijkt New Delhi te beseffen dat de toestand in Assam geheel uit de hand dreigt te lopen. Met het oog daarop heeft de huidige centrum-linkse minderheidsregering eindelijk extra geld vrijgemaakt voor de ontwikkeling van het gebied. Deze week maakte New Delhi bovendien bekend dat generaal S.K. Sinha, een no-nonsense figuur, tot gouverneur van de roerige deelstaat is benoemd.

De deelstaatpremier, Prafullah Kumar Mahanta, wilde hierbij niet achterblijven en trok India's beroemdste politieman, de spijkerharde sikh K.P.S. Gill, aan als zijn speciale veiligheidsadviseur. Gill is de man die enige jaren geleden een separatistische opstand in de Punjab met harde hand wist te onderdrukken.

De recente Bodo-acties vloeien vooral voort uit frustraties over een akkoord met New Delhi uit 1993. Op grond daarvan zouden de Bodo's een eigen autonome zône krijgen op de noordoever van de Brahmaputra. Over de precieze grenzen hiervan wordt echter nog altijd gebakkeleid. Het probleem is dat er maar weinig dorpen en streken zijn waar de bevolking homogeen is en louter uit Bodo's bestaat, of waar die zelfs maar een meerderheid vormen. Zulke vergaande akkoorden over autonomie strijken onvermijdelijk weer talloze anderen tegen de haren in.

De deelstaatregering van Assam heeft intussen ook veel te stellen met andere militante Assamese organisaties. Zo is er het Verenigde Bevrijdingsfront van Asom (ULFA)), dat al van 1979 dateert. Het is een linkse groep van niet-tribale Assamezen, vooral bestaand uit hindoes die een grote hekel aan Bengaalse moslims hebben en autonomie nastreven. Het ULFA gaf begin juni weer zijn visitekaartje af met een aanslag op deelstaatpremier Mahanta, toen die op de terugweg was van het vliegveld naar Guwahati. Een diepe krater herinnerde er aan, dat als de premier 30 seconden later was gepasseerd, hij niet meer onder de levenden zou zijn geweest.

Verder ontvoert het ULFA aan de lopende band managers van theeplantages waaraan Assam zeer rijk is en werd eerder deze maand een geliefde lokale sociale activist, die het ULFA kennelijk in de weg zat, vermoord. Zoals zo vaak, bestond er bij de bevolking aanvankelijk geestdrift voor de moed en inzet van het ULFA voor de goede Assamese zaak en de manier waarop ze New Delhi onder druk zetten. Ook spanden de ULFA-strijders van het eerste uur zich serieus in het lot van de gewone man te verbeteren. Maar de laatste paar jaar overheersen gevoelens van afkeer over de wreedheid en arrogantie van de ogenschijnlijk steeds jongere strijders, die zich als koningen gedragen en dankzij hun geroofde geld in luxe leven.

“De rebellen hebben een groot deel van hun krediet bij de bevolking verspeeld”, meent Birendra Kumar Bhattacharyya, een bejaarde romanschrijver en oud-hoogleraar in Guwahati. “Ze dwingen de bevolking belasting te betalen en dat zet kwaad bloed, omdat de mensen ook al belasting verschuldigd zijn aan de Indiase staat.” Behalve het ULFA zijn er ook nog verschillende radicale studentenorganisaties, die met enige regelmaat massale stakingen organiseren, waardoor Assam geheel wordt lamgelegd, en ook andere etnische groepen nemen in navolging van de Bodo's en het ULFA een steeds assertievere houding aan.

Satis Kakati, een gepensioneerde hoofdredacteur van de Assam Tribune in Guwahati, gelooft desondanks dat het niet te laat is voor een kentering in Assam. “De beste oplossing voor de problemen die dit gebied teisteren, is om het te ontwikkelen”, aldus de bejaarde journalist. “Tegelijkertijd moet je de boodschap van geweldloosheid rondbazuinen, de boodschap dat we elkaar moeten begrijpen en samen onder één dak moeten leven.”

    • Floris van Straaten