Tijdtafel van het dossier Bouterse

1992: In opdracht van minister van Justitie Hirsch Ballin begint onderzoek naar drugssmokkel via Suriname naar Nederland.

1995: Onderzoek afgerond. Conclusie: er is genoeg bewijsmateriaal om hoofdverdachte Bouterse aan te houden.

1996: Onderhandelaars van het OM en de politie spreken drie keer in Brazilië (het belangrijkste buurland van Suriname) met het hoofd van de federale politie over mogelijke aanhouding van Bouterse. De politie zegt daartoe bereid te zijn. Onduidelijk is op dat moment nog, aldus minister Sorgdrager deze week, of de Braziliaanse regering het zal goedkeuren.

15 april 1997: Op een lunchbijeenkomst op Justitie meldt Sorgdrager aan alle betrokkenen dat alles gereed is voor aanhouding.

16 april: Sorgdrager meldt haar Surinaamse ambtgenoot telefonisch dat er een internationaal aanhoudingverzoek zal uitgaan.

27 april: Procureur-generaal Doctors van Leeuwen zegt op de televisie dat Bouterse binnen een jaar zal worden berecht. Daags daarna benoemt de Surinaamse regering Bouterse tot adviseur van staat.

17 juni: Het opsporingsverzoek gaat daadwerkelijk uit.

6 augustus: Juist op het moment dat president Wijdenbosch voor een privé-bezoek in Nederland is, lekt uit dat het opsporingsverzoek is uitgegaan. Wijdenbosch toont zich beledigd.

20 augustus: Van Mierlo reist in het geheim naar Rio de Janeiro om Wijdenbosch te verzekeren dat het opsporingsverzoek geen politieke maar een puur justitiële aangelegenheid is die de betrekkingen tussen beide landen niet moet beïnvloeden.

21 augustus: NRC Handelsblad onthult dat Van Mierlo op 18 juli in een telefoongesprek vanaf zijn vakantieadres Sorgdrager heeft ontraden Brazilië te vragen Bouterse aan te houden, die op dat moment in Brazilië was.

22 augustus: Terug in Nederland verklaart Van Mierlo dat er op 18 juli 'gerede' aanwijzingen waren dat Brazilië op dat moment niet zou meewerken aan de aanhouding. Hij verwacht dat Brazilië in de toekomst wel meewerkt aan aanhouding.

26 augustus: Voor het begin van een Kamerdebat over de kwestie laat de Braziliaanse ambassade weten dat Van Mierlo op 18 juli een “wijs” besluit heeft genomen.