Strangers on a Train

Deze zomer vertoont het Nederlands Filmmuseum nagenoeg alle films van Alfred Hitchcock. In Strangers on a Train weet de meester door een briljante truc een gemakzuchtige close-up te vermijden.

Hitchcock Totaal. Nederlands Filmmuseum, Vondelpark, Amsterdam. Strangers on a Train is nog te zien op za. 30/8 om 19.00u.

In 1951, toen er voor het eerst een serieus artikel, in Cahiers du Cinéma, aan hem gewijd werd, maakte Hitchcock, toen al schepper van meer dan dertig films, Strangers on a Train. Los van alle andere kwaliteiten is de film, gebaseerd op de eerste roman van Patricia Highsmith, beroemd om éen shot. Het beeld is tegelijkertijd logisch en eenvoudig en uiterst geraffineerd en vindingrijk en erg effectief.

De lokatie is een tennisstadion, waar de prof-tennisser Guy Haines, gespeeld door een overtuigend naïef spelende Farley Granger, over enkele ogenblikken een belangrijke wedstrijd zal gaan spelen. Zo naïef is Haines niet, dat hij voelt dat rijkeluiszoon Bruno Anthony, gespeeld door een perfect psychopathische Robert Walker, ook aanwezig is. Anthony is de moordenaar van zijn vrouw, die hem in een duivels pact wil betrekken waar hij niets van hebben moet. Om het hoe en waarom daarvan gaat het hier niet, van belang is dat we in een close-up Haines' spiedende en vervolgens verschrikte blik inderdaad Walker zien ontwaren, tussen het publiek op de tribune dat met intense aandacht de wedstrijd voorafgaand aan die van Haines volgt.

Vervolgens speelt Hitchcock zijn troef uit. We weten wie de moordenaar is en we weten dank zij de verschrikte ogen van Haines ook dat hij in het stadion is. Voor de hand ligt om de close-up van Haines' gezicht door eentje van dat van Anthony te laten volgen. Dat nu doet Hitchcock niet. De camera zoemt weliswaar enigszins in op een gedeelte van de tribune maar het beeld blijft weids. Het is, gevuld met louter hoofden, een móói beeld, een kunstfotograaf waardig. En het is doeltreffend. Want alle hoofden volgen van links naar rechts, van rechts naar links, de tennisbal - op eentje in het midden na.

Dit is het shot dat ik zo prachtig vind en het behoort tot de kwaliteit ervan, dat je vrijwel meteen beseft waarom. Hoewel hij, zoals gezegd, geen gebruik maakt van de gemakzuchtige close-up, zorgt Hitchcock ervoor dat wij Anthony onmiddellijk zien zitten. Hij geeft hem bovendien een omgeving: het beeld toont zowel de situatie als het detail. Is dat al ongelooflijk knap, meesterlijk is de spanning die het beeld teweegbrengt door het contrast tussen de aandacht van het publiek op de tribune en dat in de zaal. Die toch zo geconcentreerde tennisliefhebbers ontgaat finaal de essentie van waar het op dat moment om gaat. Ze zijn met z'n allen Jan Klaassen, druk met onnozele bezigheden, die we willen waarschuwen voor het gevaar. Jan Klaassen! Voor je! Naast je! Achter je! Zo'n kinderlijke sensatie is het, van hoog niveau, en kennelijk, voor alle leeftijden.

De rest van Strangers on a train is trouwens ook de moeite waard.