Schalken gaat voor niemand meer opzij

NEW YORK, 27 AUG. Na zijn triomftocht in Boston was Sjeng Schalken “wel even een barretje ingedoken” om zijn derde ATP-titel te vieren. Maar zelfs een glas bier kon er niet af in de wetenschap dat zijn indrukwekkende overwinningen op Alex Corretja, Albert Costa en Marcelo Rios niet langer telden op baan 17 van de US Open.

Tijd voor een feestroes gunde de met klaroengeschal in de topvijftig teruggekeerde Schalken zich dus niet en landgenoot Dennis van Scheppingen werd gisteravond in drie sets (6-4, 6-3 en 6-4) het volgende slachtoffer van de pas 20-jarige Limburger. Acht maanden had Schalken met zichzelf overhoop gelegen, want de naar de 47ste plaats op de ATP-ranking gestegen baseliner kon zich al nauwelijks herinneren wanneer hij voor het laatst fit op de baan had gestaan.

Het rijtje opsommend: “Tijdens de Davis-Cupwedstrijd tegen Amerika was ik op mijn hand gevallen en moest ik met een wielrenhandschoen in Memphis spelen. In Rosmalen had ik last van mijn schouder. Daarna kwam de rest van mijn lijf aan de beurt.” Het aanleren van een nieuwe service-beweging, waarbij Schalken diep door zijn knieën buigt, hadden hem diverse kwetsuren bezorgd. “Eigenlijk had ik niet willen spelen in Boston”, vertelde Schalken.

“Ik heb na het toernooi in New Haven zelfs overwogen meteen naar huis te gaan. Een scan van mijn knie wees echter uit dat ik de komende weken geen verdere schade kan oplopen. De knieschijf zit scheef en de pezen zullen sterker moeten worden om de knie in balans te houden. Na de US Open zal ik daaraan worden behandeld.” Lachend: “Maar dat is allemaal theorie. De praktijk is dat mijn zege in Boston uit de lucht kwam vallen. Ik had er totaal niet op gerekend.”

Van Scheppingen ook niet, want de twee jaar oudere tennisser uit Wilnis had Schalken in Boston een zwakke openingspartij zien spelen tegen Slava Dosedel, de winnaar van het toernooi in Amsterdam. “Die had Sjeng zo maar kunnen verliezen. Schalken zei me nog hoe moeilijk hij het vond weer in de topvijftig terug te keren. Je ziet het: een goeie week en hij staat er weer.”

Schalken deelde de visie van Van Scheppingen. “Na die moeizame partij tegen Dosedel verliep het toernooi in Boston heel vlotjes. Corretja gaf me meer tijd de bal te nemen en vooral in het duel met Rios speelde ik mijn beste tennis tot nu toe. Ik had nooit verwacht na Corretja nog een speler uit de toptien te kunnen verslaan. Het is een wonderlijke gedachte. Ik slik elke dag tabletten om de pijn te neutraliseren en tegelijkertijd voel ik me kiplekker op de baan. Ik ben vooral blij met mijn terugkeer in de topvijftig. Daar heb ik acht maanden voor moeten ploeteren.”

Vrolijk telde Schalken zijn zegeningen, want “wie kan zeggen dat hij op zijn twintigste al drie ATP-toernooien heeft gewonnen? Daar had ik nog best twee á drie jaar op willen wachten.” De Rotterdamse toernooidirecteur Buitendijk bleek in elk geval voor zijn beurt te hebben gesproken toen hij in deze krant zei “dat Schalken al een jaar geen progressie meer maakt”. De in België wonende Davis-Cupspeler blijkt die tijd te hebben gebruikt voor een grondige renovatie van zijn spel.

“Denk nou niet dat ik elke week zo kan tennissen als in Boston”, zei Schalken. “Ik zal nog veel moeten leren om een aanval te kunnen doen op de gevestigde orde van het circuit.” Mentaal is de pupil uit de school van Henk van Hulst zeker gerijpt, want al enkele uren na zijn knappe toernooizege richtte Schalken het vizier op New York. “Boston geldt natuurlijk toch als een voorbereiding op de US Open”, klonk het bescheiden.

Maar voor Schalken kwam de sportieve doorbraak na een periode van malheur als geroepen. “Ik probeer nog steeds controle over mijn lichaam te krijgen”, vertelde Schalken. “Vroeger ging ik na een succesje nog wel eens de mist in. Nu heb ik het in Boston opgebouwde vertrouwen meegenomen naar de US Open. Dat was nodig ook, want Van Scheppingen is een gevaarlijke tegenstander. Als Dennis sommige punten wat gedoseerder had gespeeld, zou ik de partij wellicht hebben verloren.”

Die analyse deed geen recht aan de krachtsverhoudingen in het slechts bij vlagen sprankelende duel. Daarvoor maakte Van Scheppingen te veel onnodige fouten. “Ik ben mijn forehand kwijt”, klaagde de nummer 132 van de ATP-ranking. En tevens de aansluiting met de subtop. Ook op een nederig baantje achter de coulissen op Flushing Meadow bewees Schalken dat hij veel verder in zijn ontwikkeling is dan 'laatbloeier' Van Scheppingen, die wellicht al te lang als een talent geldt.

Na een stormachtige entree in het circuit moest ook Sjeng Schalken even pas op de plaats maken. De nummer drie van Nederland was net negentien jaar geworden, toen hij als rookie in Valencia zijn eerste ATP-toernooi won. Zijn stalgenoot in de ploeg van Alex Reijnders, Paul Haarhuis, moest daar acht jaar op wachten. Vorig jaar won Schalken tevens in Jakarta en met de titel in Boston passeerde hij ook Jan Siemerink, die twee toernooien heeft gewonnen. Na Krajicek (13 titels) hoeft Schalken alleen nog Eltingh (4) voor zich te dulden.

De uiterlijk wat sloom ogende Schalken heeft de lethargie allang van zich afgeworpen. Nog geen twee jaar geleden was zijn gesloten karakter nog een handicap, al heeft de slopende ziekte van zijn broertje daar zeker aan bijgedragen. Met zachte stem droeg hij zijn eerste ATP-triomf in 1995 op aan het kind in de familie dat aan leukemie leed. Door die zorgen in het gezin was Schalken tijdens de ontwikkeling van zijn carrière vooral op zijn grootouders aangewezen en de dood van zijn opa heeft hem dan ook ten zeerste aangegrepen.

Fysiek mag Schalken dan nog met problemen kampen, geestelijk heeft hij zijn balans hervonden. Na wat hij zonder na te denken “de mooiste week uit mijn carrière” noemde, gaat Sjeng voor niemand meer opzij. Ook niet voor de kampioen van Roland Garros, die hij in de tweede ronde ontmoet. Gustavo Kuerten moest tijdens zijn debuut op de US Open overigens een 2-1 achterstand in sets corrigeren tegen de Amerikaanse nobody Geoff Grant. “Ik geef Sjeng een hele goede kans tegen Kuerten”, zei Van Scheppingen. En alweer was Schalken het roerend eens met zijn landgenoot.