Pesterijen met dodelijke afloop

Hoe behandel je als omroep één onderwerp dat je uitputtend wilt analyseren? De VPRO kiest graag voor thema-avonden, de BBC deelt mijn voorkeur: het als een feuilleton uitsmeren over drie, vier avonden in delen van hooguit een uur. Misschien gaat de BBC daarbij van de ongeschreven wet uit dat de concentratie van de kijker-luisteraar al na twintig minuten slijtage begint te vertonen.

Deze week heeft BBC 2 zich onder de titel 'Bully' gewijd aan een - voor een meerdaags project - wel heel merkwaardig onderwerp: pesten. Hoe gaat het in zijn werk, wat zijn de gevolgen? En is er iets aan te doen?

De eerste aflevering ging over schoolkinderen, maar uit voorfilmpjes heb ik begrepen dat ook het pesten onder volwassenen behandeld zal worden.

Het is zeker geen nieuw onderwerp - ik kan me er ook Nederlandse programma's en artikelen over herinneren - maar dank zij de grondige aanpak van de BBC besefte ik meer dan tevoren dat het ook een belangrijk onderwerp is omdat het geen randprobleem betreft. Volgens de Britse documentairemakers wordt vijftig procent van de schoolkinderen gepest, waarvan twintig procent blijvende geestelijke schade oploopt. (Ik vraag me bij dergelijke cijfers wel altijd af of ze op een betrouwbare manier tot stand zijn gekomen, want hoe meet je in vredesnaam iemands 'blijvende geestelijke schade'?)

Jaarlijks plegen er in Groot-Brittannië tien kinderen wegens pesterijen zelfmoord. Drie gevallen daarvan werden gisteren behandeld in een ronduit huiveringwekkende documentaire: Mark (16), Katharine (16), Vijay (13). Ouders, een zus en een vriend kwamen uitvoerig aan het woord. Ze waren diep getraumatiseerd door de gebeurtenissen. Het is al erg genoeg om een kind door een ongeluk te verliezen, maar het moet ondraaglijk en onuitwisbaar zijn om het lijden van je kind in gestolde vorm te zien: aan een balk op zolder.

De vader van Mark vond zijn dode kind buiten, aan de tak van een boom. Mark was weggegaan om de hond uit te laten. Hij had het dier vastgebonden aan de boom en zich vervolgens verhangen.

Een bekend patroon in veel gevallen is de zwijgzaamheid van het kind: vijftig procent vertelt het niet aan zijn opvoeders. Hun schaamte overheerst. Ze vrezen escalatie als ouders en anderen de schoolleiding inlichten, en proberen het zélf op te lossen.

Het pesten is vaak plotseling begonnen. Kinderen kunnen gelukkig zijn op school, maar door een ogenschijnlijk onbelangrijk incident kan er opeens een omslag volgen. De meute heeft kennelijk een doelwit nodig en keert zich tegen iemand bij wie een zwakke plek is ontdekt.

De pesterijen variëren van scheldpartijen tot diefstal en fysiek geweld. Louise werd na school regelmatig opgewacht door een bende van twintig meisjes die haar uitjoelden. Ze kwam dan hysterisch thuis, voelde haar leven uiteenvallen. Ze nam op een dag een overdosis paracetamol, maar werd nog net op tijd gevonden. “Het gaat nu goed op een andere school”, vertelde ze. “Ik ben gestopt met mijn dramalessen, het gaf maar jaloezie en daar begint het mee.”

De vader van Mark kon het niet verwerken dat zijn zoon thuis niets gezegd had. “Dat heeft mede zijn dood veroorzaakt. Als hij het ons verteld had, zouden we hem van school hebben genomen.” Mark had zware acne en werd op school als een softie beschouwd. Marks vriend was er wél van op de hoogte geweest, maar had er over gezwegen. Hij had zijn vriend zelfs in de steek gelaten. “Ik heb hem opgebeld om te zeggen dat ik van school afging, omdat ik de situatie niet meer aankon. Hij moest het verder alleen opknappen. Dat was ons laatste gesprek.”

Broers, zusjes en vrienden belanden in onmogelijke loyaiteitsconflicten, omdat het slachtoffer iedere vorm van inmenging verbiedt. De documentairemakers adviseerden de kinderen de pesterijen altijd te melden, hoewel er geen garantie is van een goede afloop. Eén meisje had het een lerares verteld. Die had zich omgedraaid en gezegd: “Bid voor jezelf.”

Wat kunnen de scholen eraan doen? De groepsbinding bevorderen, vonden deskundigen, laat de kinderen in groepjes praten over hun gevoelens. Ik houd mijn twijfels. Moeten de kinderen geforceerd worden om gevoelens te tonen die later tegen hen gebruikt kunnen worden? Dat is nog maar de vraag.