Paranoïde Gibson in doorsneethriller Richard Donner

Conspiracy Theory. Regie: Richard Donner. Met: Mel Gibson, Julia Roberts, Patrick Stewart, Cylk Cozart. In: 69 theaters.

Wist u dat er onder het gebouw van de Verenigde Naties een geheime opslagplaats is aangelegd voor spermamonsters van alle mannelijke Nobelprijswinnaars? En dat de moordenaar van John Lennon een exemplaar van The Catcher in the Rye bij zich droeg? En dat datzelfde boek bij John Hinckley thuis is aangetroffen, nadat deze een aanslag op president Reagan gepleegd had? Zeg nou zelf, dat kan toch geen toeval wezen.

De New-Yorkse taxichauffeur die Mel Gibson speelt in Conspiracy Theory is een stuk gekker dan Robert De Niro in Taxi Driver. In het even vermakelijke als vermoeiende eerste kwartier van zijn nieuwste film valt Gibson zijn klanten lastig met een spervuur van paranoïde gedachtenspinsels. Ook een employée van het openbaar ministerie (Julia Roberts) moet het ontgelden. Voor de zevende keer in korte tijd dringt Gibson haar kantoor binnen om haar te waarschuwen voor een kunstmatige aardbeving die de Amerikaanse president in Turkije te wachten staat.

Van een thriller geproduceerd door Joel Silver, dé specialist op het gebied van energieke actiefilms gesitueerd in de grote stad, kun je elk half uur een nieuwe, zij het voorspelbare plotwending verwachten. Dus krijgt de paniekzaaier Gibson al snel gelijk in zijn wildste beschuldigingen. Weer een half uur later blijkt hij zelf betrokken bij de samenzwering, en nog weer later (de film duurt een eindeloos lijkende twee uur en een kwartier) blijkt ook zijn obsessie voor Roberts gemotiveerd door een verre van toevallige samenloop van omstandigheden.

Regisseur Richard Donner, die een superster van Gibson maakte in de Lethal Weapon-trilogie, draait zijn hand niet om voor zo'n doorsneefilm met een onwaarschijnlijk gegeven, concurrerende geheime diensten, spectaculaire achtervolgingen en fotogenieke schietpartijen. Wel tekent zich enige vermoeidheid af in het ensceneren van die verplichte nummers. Het leukst is nog, ook voor Gibson zelf waarschijnlijk, de inspanning van de ster om zich als een complete idioot voor te doen. De combinatie met de frêle, altijd iets te serieuze Roberts werkt echter averechts, en maakt de tournure in de richting van een serieus romantisch melodrama tamelijk ridicuul. Met zo'n Donner-Silverfilm rond twee van de meest geliefde sterren van dit moment is het zaak snel de winst te incasseren, voordat het publiek de kans krijgt rond te bazuinen dat Conspiracy Theory eigenlijk net niets is. Binnen een paar weken van de Amerikaanse première is het dan ook wereldwijd inpakken en wegwezen.