Kijken in het hoofd van een opstandig zevenjarig meisje

The Quiet Room. Regie: Rolf de Heer. Met: Chloe Ferguson, Phoebe Ferguson, Paul Blackwell, Celine O'Leary. In: Cinecenter en De Uitkijk, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht.

“Ik kan niet meer in het midden liggen”, zegt ze als ze om drie uur 's nachts - pantertijd - bij haar moeder in bed kruipt. Nee, dat kan ze niet, want haar vader slaapt in de logeerkamer vannacht en als er niet snel iets verandert slaapt hij binnenkort nooit meer thuis. “Ik kan niet meer in het midden warm worden”, zegt ze, tegen ons, het publiek, niet tegen hen, want tegen hen praat ze niet meer. Uit woede. Uit protest. Uit angst. Want van woorden kan ruzie komen en van ruzie scheiding. “Dit is heel erg moeilijk voor me”, zegt de vader als hij zijn vertrek aankondigt. “Nee dat is het helemaal niet, zegt het meisje. “Je moet het gewoon niet zeggen.”

Eigenlijk praat ze ook niet tegen ons, het meisje dat geen naam heeft maar door haar moeder liefje wordt genoemd en door haar vader suikerklontje, deurpostje of een ander koosnaampje. Wij kunnen alleen haar gedachten horen, als ze haar goudvissen beloert, met haar vader speeltuin speelt, haar moeders lippenstift probeert, en als ze zich herinnert hoe ze vroeger met z'n drieën zulke leuke dingen deden.

The Quiet Room is een verbazingwekkende film, die met een simpele truc het hoofd van een zevenjarige opent. De truc is nog simpeler dan in Look's Who's Talking, waarin een baby kon praten en dus denken. Baby's kunnen niet denken, maar zevenjarigen wel, en The Quiet Room vertelt precies hoe ze dat doen. Het is de derde speelfilm van de Australische, in Nederland geboren regisseur Rolf de Heer, die in zijn vorige, Bad Boy Bubby (1993), al blijk gaf van een onorthodox talent en onvoorwaardelijke overgave aan buitenbeentjes. Het kind dat De Heer na observaties van zijn eigen kinderen verzon, is slim en koppig en het heeft gevoelens die van de meeste zevenjarigen in films niet vaak getoond worden. Zelfmedelijden bijvoorbeeld. “Why do they do this to me?”, dreint ze bijvoorbeeld, “why do they do this me?”, en je voelt dat ze daar uren mee door kan gaan, zoals je dat zelf kon toen je zeven was.

Bijna kil laat De Heer het zien: hoe een kind kan lijden onder de afloop van een liefde. Kil en intens tegelijkertijd; bijna alle scènes spelen zich af in de kamer van het kind of in die van haar ouders. Vervelend is dat niet, want tijdens deze film wordt het weer leuk om met barbies te spelen, te tekenen of iets anders te doen dat alleen kinderen alleen en lang leuk kunnen vinden.

Slechts af en toe zegt ze iets dat je niet gelooft, algemene uitspraken als 'Volwassenen kunnen zo goed liegen.' Haar zelfkennis is geestiger: 'wat lief van je', zegt de moeder als haar dochter haar even helpt in het huishouden. 'Ik ben niet lief', denkt het meisje dan, 'ik heb zin om lief te zijn'. De actrice die het meisje speelt, Chloe Ferguson, is een kind om u tegen te zeggen. Haar stem geeft haar de emoties die niet van haar gezicht zijn af te lezen, en zo ontstaat een portret van een kind dat zo gewend is aan liefde en geluk dat ze niet bereid is die op te geven.

Het is gek dat je om The Quiet Room niet hoeft te huilen. Misschien komt het omdat je zo dicht bij de hoofdpersoon staat. En zij huilt ook niet. Liever verzint ze voor haar lieve ouders een wrede straf. Maar zo kind is zij en worden wij dat het krijgen van een hond die straf weer onnodig kan maken.

Een andere reden waarom vals sentiment geen kans krijgt, is dat De Heer de ruzies tussen de ouders niet heeft overdreven. Hij heeft ze eerder zo mild mogelijk gemaakt. De een verwijt de ander dat hij niet opruimt en de ander de een dat ze een dictator is. Ze slaan elkaar niet, deze vader en moeder, ze gaan in therapie, ze praten en ze proberen. Het valt toch wel mee, wil je tegen het meisje zeggen. Maar het valt niet mee, laat zij zien.