Jaap van Zweden toont aandacht voor het detail

Concert: Orkest van het Oosten o.l.v. Jaap van Zweden. M.m.v. Allison Eldredge, cello. Gehoord: 26/8, Concertgebouw Amsterdam. Verder: 6/9, 10/9, 12/9, 25/9 Enschede; 11/9 Zwolle; 25/9 Kampen; 26/9 Deventer.

Begin september volgt Jaap van Zweden Gabriele Bellini op als chefdirigent van het Orkest van het Oosten. Zijn eerste optreden in de nieuwe functie vindt plaats op 10 september in het Muziekcentrum te Enschede in een zogenaamd 'Maestro debuutconcert'.

Nog in de hoedanigheid van vaste gastdirigent trad Van Zweden gisteren met zijn orkest op in het Amsterdamse Concertgebouw. Op het programma stond onder meer de Vierde symfonie van Mendelssohn en de orkestratie die Webern maakte van Bachs Ricercata a 6 voci uit Das musikalische Opfer, werken die Van Zweden volgende maand verschillende malen zal dirigeren.

De Italiaanse symfonie van Felix Mendelssohn Bartholdy kreeg onder Van Zweden een stuwende uitvoering met gecontroleerde crescendi en een consistente logica tussen de verschillende motieven en thema's. De tempi waren weloverwogen.De soepele tred in het eerste deel was eerder atletisch dan nonchalant; in de finale hield Van Zweden in een stevig Presto steeds de rust vast. In het tweede deel liet de voormalige concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest zich kennen als een secuur toonmaker. Boven de processie-zang van lage strijkers wist hij fraaie kleurschakeringen tot stand te brengen tussen de verschillende groepen van instrumenten.

Van Zweden toont zich steeds meer een dirigent met aandacht voor het detail. Zo bond hij de oren van de luisteraar aan het moment waarop de klarinet in het eerste deel van de symfonie het hoofdthema in grotere notenwaarden speelt, en daarmee de weg vrijmaakt voor de herintroductie van datzelfde thema. De forse fugatopassage in datzelfde deel hield Van Zweden strak in de hand, iets wat bij Bachs Ricercata juist problemen opleverde. Hij slaagde er bij Bachs complexe fugatische weefsel niet in de dwingende noodzaak duidelijk te maken waarom Webern juist op dát moment voor díe instrumentatie koos. Het orkestraal geheel bleef mede daardoor te zeer verbrokkeld.

De inbreng van Amerikaanse celliste Allison Eldredge ging eigenlijk aan datzelfde euvel mank. Zij slaagde er niet in de innerlijke logica van de Rococo Variaties van Tsjaikovski duidelijk te maken; alsof zij maar lukraak wat fragmenten aaneenschakelde. Eldredge, waarmee Van Zweden een jaar geleden de cd Romantic Duet opnam, heeft ontegenzeggelijk een toon die prachtig is en zelfbewust, maar de vele virtuoze passages die deze variaties rijk zijn deden haar intonatie geen goed.