IRT: vrouwenhandel beter bestrijden

ZWOLLE, 27 AUG. Na de afschaffing van het bordeelverbod is intensiever overheidsoptreden nodig ter bestrijding van vrouwenhandel. Dit concludeert het IRT Noordoost Nederland (IRT NON) uit een vandaag gepresenteerd onderzoek naar mensenhandel vanuit Centraal en Oost-Europa.

Volgens hoofdcommissaris J. Wilzing van het korps IJsselland die binnen de raad van hoofdcommissarissen mensenhandel in zijn portefeuille heeft biedt afschaffing van het bordeelverbod “een kans” om vrouwenhandel beter te bestrijden. “Maar dan moet de overheid zorgen voor vergunningen en zodanige controle op de naleving dat meer vrouwen uit het illegale circuit kunnen worden gehaald.” Hij vindt dat er “actief gemeentelijk beleid” moet komen, dat bordeelhouders aansprakelijk stelt voor de omstandigheden waarin prostituees zich bevinden.

Het wetsvoorstel voor afschaffing van het bordeelverbod ligt bij de Tweede Kamer, het zou per 1 januari 1998 van kracht moeten worden.

Uit het onderzoek van het IRT NON een studie van 23 politiedossiers, blijkt dat per jaar circa 2000 vrouwen uit Centraal- en Oost-Europa het slachtoffer worden van vrouwenhandel met Nederland. Dertig tot veertig procent van de handelaren is Nederlands, een uitkomst die Wilzing “verrassend” noemt. Daarna volgen als land van herkomst het voormalige Joegoslavië, Tsjechië, Slowakije en landen van de voormalige Sovjet-Unie. Handelaren verdienen zo'n 15.000 gulden per vrouw per maand.

De toename van vrouwenhandel vanuit Centraal- en Oost-Europa, op gang gekomen na de opheffing van het IJzeren Gordijn heeft geleid tot een verharding in de prostitutie. “De criminaliteit van Oost-Europa gaat gepaard met bedreiging en afpersing”, zegt Wilzing. “Je ziet dat bordeelhouders terugvallen in de rol van stroman, totaal afhankelijk van de handelaars. Dat zijn wij niet meer gewend. We moeten bedenken hoe we daarmee om moeten gaan.”

Het is de eerste keer dat het IRT NON de resultaten van een onderzoek direct naar buiten brengt. Aanleiding is volgens Wilzing de moord vorige maand op de Russische zakenman V. Rosenbaoum, die in zijn huis in Oirschot werd doodgeschoten. Hierdoor zou een grote behoefte bestaan aan informatie over de criminaliteit in Oost-Europa.

D. Yntema, teamchef van het IRT NON benadrukt dat het onderzoek geen beeld geeft van de vrouwenhandel in Nederland maar van de politie-activiteit op dit gebied. “Er zijn regio's die uitgebreid controleren op prostitutie. Amsterdam en Limburg-Noord zijn daar voorbeelden van. Maar er zijn ook korpsen die daar niet de capaciteit voor hebben.”

J. Klunder, coördinerend officier van het IRT NON: “Ik vind zelf dat mensenhandel niet te tolereren is. Men moet daar capaciteit voor vrijmaken.”