Hoe lang is de sterke arm

Heel veel mensen, hoeveel weten we niet, willen de Surinaamse Adviseur van Staat D. Bouterse graag voor de rechter zien, omdat hij wordt verdacht van drugssmokkel. Veel andere mensen willen dit niet, omdat ze hem als hun politieke leider beschouwen. Als er ministers zijn die Bouterse willen arresteren, dat voornemen laten varen omdat hij nu eenmaal door zovelen als politiek leider wordt beschouwd, en daardoor een politieke factor is, laten die bewindslieden een politiek belang boven recht gaan.

Er zijn omstandigheden waaronder dat wenselijk is. Het opportuniteitsbeginsel voorziet in zulke situaties, zonder dat iedere situatie nauwkeurig bij voorbaat kan worden omschreven. Dat kan ook niet; daarvoor is het opportuniteit.

Er zijn ook andere verhoudingen denkbaar. Het wordt, om redenen van recht en wet, wenselijk of zelfs onvermijdelijk gevonden dat de verdachte zal worden gearresteerd. Daarvoor is de sterke arm nodig. Op dat ogenblik dient zich een praktische, tevens politieke vraag aan. Hoe lang is de sterke arm? Als we niet volstrekt zeker weten dat die lang genoeg is, of ervan overtuigd zijn dat hij tekort is maar hopen dat hij langer kan worden, is het raadzaam nog even met de pogingen tot arrestatie te wachten, en aan het voornemen zo weinig mogelijk publiciteit te geven. Dat is dan een verstandige politiek ten dienste van het recht, of tactiek van de politie.

De dagelijks nog uitdijende chaos van de 'zaak-Bouterse' lijkt in eerste aanleg te zijn ontsprongen aan een overschatting van het universeel gezag dat het recht theoretisch hoort uit te stralen, en de praktische beperkingen die inherent zijn aan de Nederlandse diplomatieke en politieke macht. Anders gezegd: als je Bouterse niet of nog niet kunt vangen, als je sterke arm nog niet lang genoeg is, moet je de wereld niet laten weten dat je het van plan bent. Het enige resultaat zal zijn dat hij moeilijker valt te vangen. Het al te radicaal streven naar recht frustreert onder deze omstandigheden de feitelijke rechtspleging.

Een ontleding van de verwarring die sinds 18 juli zich in de Nederlandse politiek heeft verbreid, leidt tot het sterke vermoeden dat minister Van Mierlo frustratie van de rechtspleging vreesde, en wilde voorkomen, toen hij minister Sorgdrager adviseerde, haar arrestatiebevel in te trekken. De mening van de Braziliaanse gevolmachtigd minister Vascon Cillos, dat het verzoek tot arrestatie 'te vroeg' was gekomen, en dat intrekking een 'wijs besluit' was, bevestigt Van Mierlo in zijn gelijk. Wat er daarna allemaal is gebeurd valt samen te vatten met het woord onwijs. De vraag waarvoor de Nederlandse justitie zich na deze veelbewogen maand gesteld ziet, is, wanneer ze de Surinaamse minister van staat nu nog te pakken kan krijgen. Het antwoord dat de grootste kans maakt, het goede te zijn, luidt: met sint-juttemis.

Hoe groot de rol is die Bouterse in de drugshandel wordt toegeschreven, valt niet te beoordelen zonder kennis van de tenlastelegging. Wel kunnen we iets zeggen over de rol die hij intussen ongewild buiten de sfeer van de verdovende middelen heeft toebedeeld gekregen. Heel in de verte roept zijn problematische verschijning in onze politiek herinneringen op aan de laatste jaren van het conflict met Indonesië om Nieuw Guinea. Toen was ons hele kabinet ervan overtuigd, het recht aan Nederlandse kant te hebben, door de Papoea's zelfbestuur te beloven en met het uitvoeren van deze belofte ook ernst te maken. Dit laatste ging zelfs zo ver dat het vliegdekschip Karel Doorman naar de Oost werd gestuurd. Onderweg al werd men de beperkingen van de Nederlandse macht gewaar: het schip mocht niet door het Suezkanaal en later werd het de toegang tot Japanse havens geweigerd. Toch kunnen we niet onverbiddelijk zeggen dat Nederland niet 'in zijn recht' stond - al was het een ander recht dan wat de Indonesiërs huldigden.

De manier waarop Nederland zijn standpunt in het bevriende buitenland verdedigde, en de resultaten die het meende te hebben behaald, hebben een verwarring veroorzaakt die meer dan 35 jaar later nog niet helemaal is opgelost. Het is niet onmogelijk dat minister Van Mierlo aan deze periode heeft gedacht. Hij was toen bevriend met de staatsrechtgeleerde prof. mr. F.J.F.M. Duynstee, een kenner van de problematiek op het gebied waar politiek en recht elkaar ontmoeten.

Waar men de politieke macht tot verwezenlijking van het recht overschat, ligt de chaos om de hoek. Wie al te rigoreus streeft naar handhaving van het recht, is geneigd de argumenten van de politici te wantrouwen, ook als ze hetzelfde willen. Wie politieke 'haalbaarheid' voorrang geeft, of schijnt te geven, verspeelt ook als politicus de geloofwaardigheid, wat sommige andere politici dan weer graag zien. Zo kan een praktisch streven naar recht overwoekerd worden door een politiek machtsspel, waarin degene die zegt, het recht het best te verdedigen, het spel gebruikt om zijn macht te vergroten.

Is het een politieke fout van de minister geweest naar president Wijdenbosch te gaan? Daarover valt niets te zeggen zolang we de inhoud van hun gesprek niet kennen. De tonelen in Den Haag zowel als in Paramaribo bewijzen dat er fouten zijn gemaakt, en niet zo zuinig. Het zou een goed gegeven zijn voor een stukje absurd toneel. Droomt de heer De Hoop Scheffer al van een liberaal-christendemocratisch kabinet met de heer Bolkestein als minister-president? Mocht het zo ver komen: hoeveel hebben ze dan aan de inmiddels onvangbare heer Bouterse te danken?

    • H.J.A. Hofland