Hoe de familie Gümüs de Kamer haalde

Anderhalf jaar geleden werd een illegale Turkse kleermaker gesommeerd Nederland te verlaten. Vanmiddag zou de Tweede Kamer zich over zijn lot buigen.

DEN HAAG, 27 AUG. Achteraf bezien moeten het de kinderen zijn geweest die de familie Gümüs uiteindelijk tot ìn de Tweede Kamer hebben gebracht. Want de Turkse vader die zich vorig jaar maart op een Amsterdams schoolplein meldde om de rapporten van zijn kinderen op te halen, was nauwelijks bekend. Toch veranderde Anja Versnel (34) door zijn mededeling dat zijn gezin zou worden uitgezet van een assistent van de schoolleiding in een onverzettelijke actievoerder. “Het gaat om kinderen van je school. Daar moet iedereen van afblijven.”

Versnel begon met een brief aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Ramazan (toen 12) en Samet (toen 4) Gümüs hoorden meer thuis op de Amsterdamse Oscar Carré-school dan in Turkije, schreef zij. Daarna pleegde zij een telefoontje naar het ANP. En op 10 april 1996 verscheen in het Nieuws van de Dag het eerste bericht over de familie Gümüs.

Zonder discussie verliep dit niet. De Oscar Carré-school heeft veel leerlingen van buitenlandse afkomst. Sommige onderwijzers vreesden dat de kinderen onzeker zouden worden van alle aandacht voor de uitzetting. Maar de school wilde de twee leerlingen Gümüs ook niet in de steek laten. Zeker niet nadat Ramazan op zijn smeekbrief aan koningin Beatrix slechts het antwoord kreeg dat de koningin “geen handtekeningen uitdeelt”.

Van de vreemdelingenwetgeving had niemand veel verstand. Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning moest een illegaal aantonen zes jaar lang belastingen en premies te hebben afgedragen - 'wit werk'. “Gümüs zei vijf jaar te hebben gewerkt. Zo hebben we het ook naar buiten gebracht”, herinnert Versnel zich. Pas later bleek dat de kleermaker minder dan drie jaar legaal had gewerkt.

“Als je niet weet waar je precies moet zijn, ga je maar in het wilde weg op deuren timmeren”, verklaart Versnel de gevolgde strategie. Met collega's en buurtbewoners schreef zij brieven aan alle politici die zij kon bedenken. Met succes. Eén dag voor de aangekondigde uitzetting stelde het Tweede-Kamerlid Leonie Sipkes (GroenLinks) vragen aan staatssecretaris Schmitz (Justitie). In afwachting van de antwoorden mocht het gezin in Nederland blijven. “Ik doe dat wel vaker”, zegt Sipkes nu desgevraagd. “Het gevoerde beleid is er nu eenmaal niet één waar ik achter sta.”

De meeste politici reageerden minder welwillend. PvdA-Kamerlid Apostolou destijds in een telefoontje aan Versnel: “De PvdA kan het voortouw niet nemen. Dan wordt ons verweten geen illegalenbeleid te kunnen voeren.” Apostolou onderschrijft dit standpunt nog steeds. “De familie Gümüs heeft een zwak verhaal. Maar als de staatssecretaris het gezin uit humanitaire overwegingen wil laten blijven, zullen wij ons niet verzetten.” Wel vindt hij nu dat “op een moment dat je zo'n massaal protest ziet, de politiek niet ongevoelig moet zijn”. De vragen van Sipkes werden negatief beantwoord. Intussen hadden ook andere media aandacht besteed aan de hartekreten uit De Pijp.

Pagina 2: 'Gümüs wordt gek van alle verwarring'

Burgemeester Patijn van Amsterdam zei zich in te zetten voor de familie, hoewel zijn kabinetschef aanvankelijk per fax had laten weten dat “de burgemeester in deze helaas niets kan doen; uitzetting is geen gemeentelijke aangelegenheid”. Nu verklaart een woordvoerder: “Dat was een standaard-fax die de burgemeester zelf waarschijnlijk niet heeft gezien.”

Patijn heeft zich, behalve door humanitaire overwegingen, ook laten leiden door de gemeenteraad. Daar betoogde het CDA immers dat “hij anders beter het woord barmhartigheid uit het wapen van Amsterdam kon laten halen”. De leider van het Amsterdamse CDA, Frans Spit, zegt vanaf de eerste noodkreet te hebben gevonden “dat het te gek voor woorden is wanneer twee kinderen uit hun omgeving worden weggerukt”.

Ondertussen bleef de advocaat van Gümüs nieuwe procedures bedenken. En bleef de Oscar Carré-school de krant halen met ludieke protestacties. Op 22 januari dit jaar verscheen het eerste hoofdartikel - in de Volkskrant - waarin werd gepleit voor een 'soepele' toepassing van de regels. Burgemeester Patijn vatte de gemoederen samen in een nieuwe brief aan de staatssecretaris: “De vader heeft altijd zijn premies betaald, de kinderen zijn geïntegreerd in de buurt.” Ook PvdA-fractievoorzitter Wallage zou er later op wijzen dat Gümüs “op fatsoenlijke wijze zijn geld verdient”. Toen staatssecretaris Terpstra (Volksgezondheid) op 6 februari een werkbezoek aan De Pijp bracht, kreeg zoon Ramazan een schouderklopje van haar.

Desondanks ontving het gezin het 'definitieve' bericht dat het uiterlijk op 10 augustus het land moest verlaten. “We kiezen in dit soort gevallen met opzet voor de zomermaanden”, zo verklaarde een woordvoerder van de IND. “Anders moeten we de kinderen uit de klas plukken.” Versnel zegt hierover: “Ze wilden hem geruisloos in de zomer het land uit bonjouren. Ze waren alleen even vergeten dat het komkommertijd was.”

De stroom publicaties over de 'sympathieke familie' zwol inderdaad tot ongekende omvang aan. Naar aanleiding van het tumult deed Schmitz op 12 juli de ongebruikelijke stap in het openbaar op een individueel geval in te gaan. Ze had er een “dubbel gevoel” over, zei ze tegen Het Parool, vooral door de enorme steun die de buurt had gegeven. Helaas had ze nergens in een wetstekst aanleiding kunnen vinden om het gezin te laten blijven. Maar: “Als het gezin kenbaar maakt te willen vertrekken, maar misschien nog wat extra tijd nodig heeft om de zaak in Nederland goed af te wikkelen, wil ik daar niet streng in zijn.”

De ontboezingen van Schmitz waren voor partijgenoot Ed van Thijn reden om een kritisch ingezonden stuk in Het Parool te schrijven. Uitzetting was volgens de oud-burgemeester van Amsterdam een “slag in het gezicht van al diegenen die de multiculturele samenleving hebben verinnerlijkt”. Op de televisie - waarvoor hij onmiddelijk werd gevraagd - voegde Van Thijn nog toe dat, als de PvdA zich niet actiever zou inzetten voor de familie Gümüs, hij “niets meer in de partij te zoeken heeft”.

Hoe groot het gebrek aan overig nieuws was, bleek toen vader Gümüs een smeekbede aan het hek van paleis Noordeinde ging hangen. Het haalde alle journaals. En er kwam per kerende post antwoord. “In opdracht van Hare Majesteit de Koningin bevestig ik de ontvangst van uw brief. De Koningin heeft daarin aanleiding gevonden uw probleem nogmaals onder de aandacht te brengen van de staatssecretaris van justitie.” Was getekend: de directeur van het kabinet van de koningin, voor deze, mr. W. van Braam van Vloten.

Schmitz was inmiddels moe van alle beroepen op háár clementie. Op 17 juli tenslotte zei ze alsnog de mening van de Kamer te willen horen over mogelijke uitzonderingen op de 'witte illegalen'-regeling. Immers, juist de Kamer had in 1995 het tot dan toe ongeschreven 'witwas'-beleid willen aanscherpen. In afwachting - al weer - van het debat mocht Gümüs in Nederland blijven.

De positie van Nederlands bekendste 'witte illegaal' was steeds verwarrender geworden. Het kruispunt voor zijn huis werd het 'Gümüs-plein' gedoopt. De deelraad liet zelfs een officieel straatbord ophangen - een kruispunt vernoemd naar een illegaal. Post geadresseerd aan het Gümüsplein 1 komt ook echt aan. En de deelraad heeft het actiecomité inmiddels ook 1000 gulden subsidie verleend.

De verwarring nam niet af door de creatieve 'oplossingen' waarmee de ene na de andere politicus kwam. Zo opperde het VVD-Kamerlid Rijpstra dat de kleermaker misschien als zelfstandig ondernemer een werkvergunning kon krijgen. Hij wist niet dat de rechter een dergelijk verzoek al een jaar eerder had afgewezen. “U weet hoe het gaat”, verklaart Rijpstra. “Ik werd gebeld door de radio en had niet het hele dossier paraat.”

“Hij wordt er langzamerhand gek van”, zegt Versnel over het onderwerp van alle commotie. “Bij elke uitspraak van een politicus belt hij 's avonds weer op. 'Anja, heb ik nu een verblijfsvergunning', vraagt hij dan.” Het antwoord is nu aan de Kamer.