Het ouwevrijstermodel

Nederlanders staan bekend om hun arrogantie en niet zonder reden. Af en toe slaat in dit land de gekte toe, niet zelden met een behoorlijke kater achteraf. Lubbers geen voorzitter van de Europese Commissie of secretaris-generaal van de NAVO, het verdrag van Maastricht bijna mislukt, dergelijke dingen kunnen behoorlijk opbreken... Maar dan trekken de winsten van Philips weer bij, mag een Nederlander de Europese centrale bank gaan leiden en zijn we gerustgesteld. De wereld kent ons nog en we gaan weer over tot de orde van de dag.

Niet lang geleden gebeurde echter iets ongelooflijks. Middenin ons routinematig gezeur over de lange weg die nog af te leggen was, met het flitsende, flexibele en spannende Amerikaanse model voor ogen, bleken we zelf opeens het lichtend voorbeeld geworden te zijn. Het duurde dan ook een tijd voor het tot de Nederlanders doordrong dat dit buitenlandse verhaal niet alleen gemeend was, maar ook nog op feiten berustte: dat hier echt veel banen werden geschapen, dat de economie echt goed aantrok, dat echt méér mensen dan vroeger eigen ondernemingen begonnen. Niet dat het iets is om je overdreven mee op de borst te kloppen. De ligging van Nederland is nog steeds een van de meest strategische - de 'Gateway to Europe' is heus meer dan een PR-kreet. Sinds de Middeleeuwen vormt de Rijn nu eenmaal de economische ruggegraat van West-Europa.

Tel daar een zacht klimaat bij, een zeer vruchtbare bodem met een behoorlijke aardgasbel eronder, een arbeidzaam, commercieel en coöperatief ingesteld volk, wetenschap en techniek sinds lang op een hoog niveau, geen echt grote problemen... en u begrijpt dat men het hier heel slecht moet aanpakken om niet erg welvarend te zijn. Maar goed, af en toe moeten we er aan herinnerd worden dat deze lunch niet helemaal gratis is, dat we er ook iets voor moeten doen. Met die correctie zijn we in de jaren tachtig bezig geweest en daarvan plukken we nu de vruchten.

En nu zijn daar de loftuitingen van over de hele wereld en daar heeft dit arrogante volk het merkwaardig genoeg moeilijk mee. Het is natuurlijk wel ineens erg druk.

De NRC van 25 juli jongstleden bericht over conferenties tot in Finland, bezoeken van Stekelenburg tot in Griekenland, delegaties vanuit China, Scandinavië, Engeland, artikelen in alle grotere en kleinere kranten. Heel voorspelbaar is volgens minister Hans Wijers in The Washington Post zelfgenoegzaamheid nu ons grootste probleem: “Straks gaan de mensen het nog geloven” (!). Voor de woordvoerder van de SER opent de belangstelling uit het buitenland ons dan weer de ogen voor het feit dat we het hier aardig voor elkaar hebben in vergelijking met het buitenland: “Wij zijn bijvoorbeeld het enige land waar we het hebben over sociale partners.” Zijn onze beleidsmakers dan de enige Nederlanders die niet op reis gaan? Of doen ze dat met de gemiddelde talenkennis van de Nederlandse toerist? Wie een beetje reist, ook in de meer ontwikkelde landen van deze aardkloot, kan toch niet werkelijk verbaasd zijn over het succes van de Nederlandse economie?

Maar goed, die gêne van de Nederlanders over hun model. Waarom is er niets tussen arrogantie en valse bescheidenheid? Waarom moet het weer snel over zijn? Daar zal wel een oud-christelijke moraal achter zitten - hoogmoed komt voor de val - maar wellicht ook iets meer politiek-economisch: de marktideologen die vrezen dat de verdere flexibilisering stil zal vallen. Terwijl de kracht van het deltamodel juist in het hybride karakter ervan ligt.

Is Nederland dan af? Nee, natuurlijk niet, nooit; en in meer dan één richting niet. Overal ter wereld geloven ideologen natuurlijk alleen in de rechtlijnige uitvoering van hun leer, terwijl het steeds gaat om het balanceren tussen uitersten waarbij de gulden middenweg nooit gevonden wordt. Elke wat slimmere manager weet dat leren en experimenteren steeds corrigeren is. Dat is de sterkte van dit pragmatische landje, maar we houden blijkbaar niet van deze nuchtere waarheid.

Daarmee lopen we evenwel het risico dat de buitenlandse belangstelling niet productief benut wordt. Waarom de free publicity die Nederland krijgt niet omzetten in een zichzelf waarmakende voorspelling? Naast andere factoren die hierboven in herinnering zijn gebracht, maakt met name de pragmatische, 'platte', democratische cultuur dit land juist erg aantrekkelijk als vestigingsplaats, met name voor een nieuwe generatie managers die weet hoe moeilijk het is een experimenteer- en leercultuur tot stand te brengen. De beleidsmakers, Wijers voorop, lijken evenwel te kiezen voor de koele contra-act van de door velen aanbeden, maar ongenaakbare diva's. Dat verhoogt een tijdlang ontegensprekelijk hun aantrekkelijkheid. Ze gaan alleen maar voor de hoofdprijs. Maar niet zelden is die hoofdprijs een illusie, zodat ze alleen achterblijven. Echte ondernemers grijpen kansen en zitten niet te wachten op nieuwe gelegenheden om te zeuren.

    • Dany Jacobs