Het krediet van Plavšic: een Evita in Banja Luka

In Banja Luka slaat de anti-corruptieboodschap van Biljana Plavšic in de strijd tegen haar rivaal Radovan Karadzic aan. Veel inwoners van de Bosnisch-Servische stad geloven dat zij die strijd zal winnen.

BANJA LUKA, 27 AUG. De dominostenen vallen een voor een in de republiek der Bosnische Serviërs - en op het oog de goede kant op voor Biljana Plavšic. De president die de corrupte Republika Srpska (RS) wil schoonvegen, weet inmiddels de politie van Banja Luka en de plaatselijke journalisten die overliepen van de staatstelevisie SRT aan haar zijde. Wanneer ze hulp nodig heeft in de machtsstrijd met haar rivaal en voorganger Radovan Karadzic schiet de internationale gemeenschap te hulp, met geld of militair machtsvertoon als het moet. Zij is immers de enige garantie voor uitvoering van het Dayton-akkoord door de Servische republiek in Bosnië.

In Banja Luka, de zetel van Plavšic in het westelijk deel van de republiek in Bosnië, heeft het haar veel krediet onder de bevolking opgeleverd. De reguliere balkonscènes van het presidentieel paleis maken haar tot een soort Servische Evita. Ze wordt er toegejuicht door duizenden inwoners die genoeg hebben van de maffiapraktijken van Karadzic en de zijnen, die er in het oosten van Bosnië in Pale domicilie houden. Wie een gemiddeld inkomen van 50 mark in de maand verdient en de verrijking aan de top ziet gelooft in de anti-corruptieboodschap van Plavšic. “De strijd gaat niet tussen Plavšic en Pale, maar tussen de mensen en Pale”, zegt een Plavšic-aanhanger.

Waar Pale de indruk maakt van een in zichzelf gekeerd boerendorp, is Banja Luka een levendige provinciestad. De terrassen zitten vol en het is druk in de winkelstraten, alsof de oorlog hier nooit heeft gewoed. De bevolkingssamenstelling vertelt anders: de regeringszetel van de Bosnische Serviërs is vrijwel geheel gezuiverd van moslims en Kroaten. Voor de oorlog was het een gemengde stad, nu zijn alle moskeeën vernietigd. Op het plein voor het presidentieel paleis verrijst een nieuwe Servisch-orthodoxe kerk.

Daarover hebben de Serviërs in Banja Luka het niet - wèl over de dreigende scheuring in hun republiek, een van de twee delen van het naoorlogse Bosnië. Sinds Plavsic het parlement in Pale ontbond en nieuwe verkiezingen voor 12 oktober aankondigde, zijn de verhoudingen binnen de regerende ultra-nationalistische SDS gepolariseerd. Volgens waarnemers heeft meer dan vijftig procent van de leden de SDS in Banja Luka verlaten om Plavsic te volgen naar haar nieuwe partij, de SNS (Servische Volks Alliantie). Plavsic heeft het SDS-kantoor in het presidentiëel gebouw inmiddels gesloten. Toen een groepje oud-partijgenoten vervolgens demonstratief op het plein voor het gebouw ging vergaderen, werden ze door omstanders met eieren bekogeld.

Zeljko Kopanja, hoofdredacteur van de grootste onafhankelijke krant in Banja Luka, Nezavisne Novine, is ervan overtuigd dat Plavsic de strijd met de Pale-kliek gaat winnen. Hij verwacht dat binnen een paar dagen zeventig procent van de RS in haar handen zal vallen, want steeds meer gebieden en steden in het Servische deel van Bosnië zouden zich bij haar willen aansluiten. Het is een genoegdoening achteraf voor een journalist die wegens zijn opvattingen meermalen werd bedreigd, geïntimideerd en in elkaar geslagen door Servische nationalisten.

“Plavsic heeft uiteindelijk onze standpunten overgenomen. Ze zegt wat wij al sinds het einde van de oorlog zeggen: over de criminelen, het politieke isolement, de terreur van de staatsmedia en de fascistische atmosfeer in de RS. Karadzic dacht dat hij haar via het parlement kon controleren. Maar zij heeft de grondwet, die Karadzic voor zichzelf had geschreven, heel goed begrepen. Ze heeft nu volledige controle over de situatie.”

Dat is de positieve uitleg van de werkelijkheid. Er zijn in Pale echter ook tekenen dat het de macht van Plavsic nog aan fundament ontbreekt. SFOR-troepen bewaken nog steeds de vijf politiebureaus, die vorige week met internationale militaire hulp werden overgenomen door Plavsic-gezinde agenten. En toen de president gisteren de top van het Bosnisch-Servische leger in Banja Luka bij zich riep, bleef chef-staf Pero Cólic demonstratief weg. Cólic ondertekende eind vorige week een brief aan Plavsic waarin hij haar waarschuwde dat het leger zich 'met alle noodzakelijke middelen' zal verzetten tegen pogingen de republiek en haar strijdkrachten te splijten. De afwezigheid van de chef-staf leek de verdeeldheid in het leger juist te bewijzen.

Kopanja gelooft dat Plašic echter het merendeel van de bevolking achter zich zal krijgen. “De meesten hebben simpelweg genoeg van het isolement. Ze willen weer gewoon werken en leven. Dit deel van de Servische republiek is vanouds meer gericht op Kroatië; Zagreb is maar 2,5 uur rijden van hier. Dit is een rijk landbouwgebied, en we hebben een belangrijke afzetmarkt verloren.” De inwoners van Banja Luka kan het daarom weinig schelen of Karadzic zal worden gearresteerd en overgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, meent de hoofdredacteur. “Maar dat kan Plavsic om politieke redenen natuurlijk nooit in het openbaar zeggen.”

Plavsic, ooit de hardliner naast Karadzic wil de republiek als onderdeel van Bosnië niet splijten. Zij gokt op een overwinning in de parlementsverkiezingen, op de internationale steun en het groeiende isolement van Pale. Maar bij de voortgaande polarisatie doemt ook een ander scenario op, waaorver in Banja Luka wordt gesproken: een splitsing van de Servische republiek, waarbij het deel dat Plavsic regeert wordt opgenomen in de Moslim-Koratische Federatie. Dat is precies datgene waartegen de Bosnische Serviërs zich altijd hebben verzet. “Het kan mij weinig schelen”, zegt Kopanja. “De toekomst van de RS ligt in Bosnië-Herzegovina. Het probleem zijn de nationalistische partijen van alle bevolkingsgroepen. Ik mis Joegoslavië.”