Eric Stoltz

In een reeks korte profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Eric Stoltz, van wie deze zomer al vier recente films in Nederland in première gingen. In het op video uitgebrachte Don't Look Back is hij een inventieve junkie.

Kieskeurigheid valt de roodharige jonge ster Eric Stoltz (Whittier, Californië, 22 september 1961) niet bepaald te verwijten. Deze zomer dook hij in Nederland op in drie nieuwe bioscoopfilms (Anaconda, Two Days in the Valley en Kicking & Screaming) en een videorelease (Don't Look Back), die geen van alle artistieke zoden aan de dijk zetten. Ook de rest van Stoltz' filmografie bevat weinig A-titels. In zijn eerste grote rol (Mask van Peter Bogdanovich uit 1985) bleef het verminkte gezicht van Stoltz' personage buiten beeld, voor de hoofdrol in Back to the Future (1985) werd hij op het laatste moment vervangen door Michael J. Fox. En wie herinnert zich nog het kleine rolletje van de dealer in Stoltz' grootste hit Pulp Fiction (Quentin Tarantino, 1994)?

Stoltz heeft ofwel een slechte agent of hij doet werkelijk alleen maar de films waar hij om verre van opportunistische redenen zin in heeft. Zijn veelvuldige aanwezigheid in kleine, onafhankelijke films doet het laatste vermoeden. Een Stoltz-film is bijna per definitie cool, een hobby van cinefiele vriendenclubjes, zoals Sleep with Me, Bodies, Rest & Motion of Killing Zoe.

Juist omdat hij bijna niets lijkt te doen in zijn acteren, is Stoltz een hartenbreker voor alternatieve damessterren, zoals Winona Ryder in Little Women - die hem aanvankelijk 'dull as powder' noemt - of het drumstertje Mary Stuart Masterson in Some Kind of Wonderful. Juist die passiviteit en nonchalance vormen de grootste attractie.

Vanaf zijn debuut in de studentenfilm Fast Times at Ridgemont High (Amy Heckerling, 1982) belandde Stoltz moeiteloos op het juiste moment in de juiste marge. Zijn mede-debutanten heetten Nicolas Cage, Forest Whitaker en (na slechts één andere film) Sean Penn. Je zou Stoltz' quasi-onverschillige charme misschien het best kunnen vergelijken met die van een andere cultster als Peter Fonda. Het verschil tussen de generaties (Stoltz was meerdere keren de tegenspeler van Peters dochter Bridget Fonda) is de mate van mobiliteit. Je zult Stoltz niet snel in een road movie aantreffen, maar eerder uitgeteld op een Parijs' hotelbed (Killing Zoe) of als babbelzieke pantomimespeler (Singles). Langharige slungels met baardje leken even uit de mode, maar Stoltz maakt die favoriete uitmonstering van hem weer aanvaardbaar voor kittige meisjes van de jaren negentig. Zij zien hem graag als schrijver met grote aspiraties (Percy Shelley in het psychedelische Haunted Summer, Ivan Passer, 1988; een toneelschrijver in Naked in New York), maar het schattigst is hij als auteur in een rolstoel (The Waterdance). In Hollywood vindt zo iemand nu eenmaal weinig emplooi.