Deal NPM en 3i: 'mijlpaal'

AMSTERDAM, 27 AUG. Martin Dekker, algemeen directeur van kapitaalverschaffer Nederlandse Participatie Maatschappij (NPM) las in april, dat zijn Britse evenknie 3i Group het investeringsbeleid ging omgooien en hooguit twee professionele financiers zocht om mee samen te werken.

Hij pakte de telefoon, belde de 3i-manager die hij van de Europese vereniging van verschaffers van risicokapitaal kent en gistermiddag was de deal rond. De Britse 3i heeft een vergelijkbare achtergrond als de NPM: opgericht na de oorlog om vers kapitaal te investeren in bedrijven die niet op de effectenbeurs zijn genoteerd, zoals middelgrote ondernemingen en familiebedrijven, de ruggegraat van de economie.

“Een mijlpaal”, zei Dekker gisteren over de Britse deal, bij de presentatie van een 22 procent hoger operationeel resultaat (63,5 miljoen gulden). Uit deze winst betaalt de NPM het jaarlijkse dividend (1996: 2,80 gulden) dat dit jaar licht hoger zal zijn, terwijl boekwinsten op verkochte participaties op het niveau van vorig jaar (81 miljoen gulden) of hoger zullen uitkomen. Met 3i en een Brits pensioenfonds gaat de NPM investeren in verzelfstandigde kleinere bedrijven, een markt die de grote financiële partijen te klein en te bewerkelijk vinden. En met 3i gaat de NPM ook investeren in Duitsland. 3i heeft door heel Europa al kantoren geopend, waaronder vier in Duitsland, de meest enerverende markt voor verschaffers van risicokapitaal op dit moment.

Naast directe participaties in bedrijven verstrekt 3i ook leningen. Het financiële concern, dat als eerste grote verschaffer van risicokapitaal naar de effectenbeurs ging, is daarmee een combinatie van de NPM en de Nationale Investeringsbank, die na de oorlog werd opgericht om langlopende leningen aan de industrie te verstrekken, wat andere banken toen niet deden. De snelle actie om partner van 3i te worden is typerend voor Dekkers directe stijl van optreden. Als oud-topman van het familiebedrijf Zanen Verstoep (baggeraar) spreekt hij de taal van zijn klanten: familie-ondernemers die met opvolgingsproblemen zitten en managers van werkmaatschappijen die zich met financiers willen 'uitkopen' uit grote concerns. “Je moet eerst zaaien om te oogsten, maar dan kan het ook heel snel gaan”, zo zei Dekker over een participatie die negen maanden geleden werd genomen en nu wordt verkocht met een rendement van 80 procent.

De hoge winsten in het bedrijfsleven en de aanhoudende beurshausse kostten de NPM de afgelopen jaren klandizie. Bedrijven bulken van het geld en hebben niets extra's nodig van de NPM. Of zij gaan direct naar de beurs, in plaats van eerst een paar jaar bij de NPM te antichambreren. “Bij bedrijven die naar de beurs zijn gegaan gaat het in veel gevallen om de verkoop van bestaande aandelenbelangen. Men casht, om het oneerbiedig te zeggen. Vanuit de positie van de verkopende aandeelhouders is dat een hele verstandige zaak.”

Harde kritiek bewaarde Dekker voor de nieuwe startersbeurs, de zogeheten Nieuwe Markt Amsterdam (NMAX), waar dit jaar vier nieuwkomers een notering kregen (inclusief twee bedrijven waarin de NPM participeert). Dekker is niet onder de indruk vande animo voor deze beurs. “Zonder tent, geen kermis.”

“Je ziet de teleurstellingen al komen”, zo zei Dekker naar aanleiding van de tegenvallende resultaten van het automatiseringsbedrijf CSS, dat naar de beurs is gebracht door de Rabobank. Hij waarschuwde dat een gebrek aan belangstelling bij financiële analisten voor deze bedrijfjes op zijn beurt leidt tot gebrek aan interesse bij professionele beleggers, zodat de handel op de beurs niet van de grond komt.

De geringe nieuwe klandizie heeft de NPM opgezadeld met een stuwmeer aan geld, dat inmiddels 210 miljoen gulden groot is. Wordt het geen tijd dat de NPM wat overtollig kasgeld besteedt om eigen aandelen in te kopenen en daarmee de winst per aandeel te stimuleren doordat er minder aandelen rouleren?

Deze Angelsaksische trend is aan Dekker niet besteed. Door de samenwerking met 3i stijgt het investeringsniveau. “En ik heb liever nu een bom duiten dan nieuwe particiapties in bedrijven die bij een kentering van de beurskoersen een stuk van hun meerwaarde kwijtraken.”