De 'bekering' van de Afrikaner F.W. de Klerk

Oud-president F.W. de Klerk van Zuid-Afrika verlaat de politiek. Hij speelde een glansrol bij de afschaffing van de apartheid, maar wist zich geen plaats te veroveren in het nieuwe Zuid-Afrika. De apartheid, vond hij, was ooit 'goed bedoeld'.

KAAPSTAD, 27 AUG. Frederik Willem de Klerk (61) besloot gisteren dat zijn tijd als politicus na 25 jaar actieve dienst was gekomen. Hij stapte op als leider van de Nationale Partij (NP). De man die begin jaren negentig het einde van de apartheid inluidde, had niet genoeg inspiratie meer om zijn partij een nieuw gezicht te geven in het 'nieuwe Zuid-Afrika'. Het aftreden kwam onverwacht. Enkele weken geleden zei 'F.W.' nog enige tijd te zullen aanblijven, maar gisteren kondigde hij zijn politieke pensioen aan “in het belang van de partij en het land”.

Op 2 februari 1990 werd De Klerk onsterfelijk. Op die dag maakte hij in het parlement bekend dat de apartheid zou worden afgeschaft, dat Nelson Mandela vrij zou komen en het Afrikaans Nationaal Congres weer een legale partij mocht zijn. Het huidige democratische Zuid-Afrika is een uitvloeisel van die historische rede. De vreedzame overgang leverde De Klerk in 1993 samen met Mandela de Nobelprijs voor de Vrede op. Mandela, De Klerks opvolger als president in 1994, prees gisteren zijn politieke tegenstander. “Wat voor fouten hij ook heeft gemaakt, Zuid-Afrika mag de rol die hij heeft gespeeld niet vergeten”, aldus de 79-jarige president.

Frederik Willem de Klerk (geboren 18 maart 1936 in Johannesburg) stamt uit een geslacht van conservatieve Afrikaners, waarin het vak van politicus overging van vader op zoon. Overgrootvader en opa waren politieke ambtsdragers, vader Jan De Klerk was tussen 1954 en 1969 minister onder Verwoerd en Vorster. 'F.W.' studeerde rechten. In 1972 werd hij voor het eerst gekozen in het blanke parlement. Zes jaar later volgde zijn eerste ministerspost in het kabinet van P.W. Botha.

In elf jaar tijd diende De Klerk op zes verschillende ministeries. Hij kreeg nooit een sleutelpost, minister van Onderwijs was zijn zwaarste portefeuille. Steeds bewees hij een goed bestuurder te zijn, maar niets wees er op dat De Klerk een hervormer in de dop was.

Toen hij in 1989 Botha opvolgde als president was Zuid-Afrika politiek op een dieptepunt beland. Het verst doorgevoerde systeem van rassensegregatie had van Zuid-Afrika een internationale paria gemaakt en het land in chaos en ontreddering gestort. De Klerk omschreef apartheid als “een goed bedoeld, idealistisch systeem”, maar hij zag in dat een meerderheid daar anders over dacht. De Klerk realiseerde zich ook dat Zuid-Afrika op de rand van een gewelddadige omwenteling stond en op dat moment koos hij voor een vreedzame overgang naar democratie. Tegen een belangrijk deel van zijn eigen blanke achterban in besloot De Klerk tot afschaffing van de apartheid.

Hoewel het op het eerste gezicht een plotselinge verandering leek, omschreef De Klerk zijn 'bekering' naderhand als een proces van “diep nadenken, van spijt over foute politieke beslissingen die veel leed hadden berokkend”. Zijn diepe religiositeit, geënt op de calvinistische tradities uit de Hollandse polders, deed hem uiteindelijk kiezen voor gerechtigheid. “Ik wil de geschiedenis ingaan als een eerlijk, integer man, die op het juiste moment de koe bij de horens vatte.”

De Klerk maakte vorig jaar voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie, geleid door ex-aartsbisschop Desmond Tutu, zijn excuses voor het apartheidssysteem, maar weigerde voorgangers af te vallen. “In de context van hun tijd, omstandigheden en levensovertuigingen, waren het goede, eervolle mannen. Maar de geschiedenis heeft bewezen dat hun koers faliekant fout was”, aldus De Klerk. Hij verwees hiermee naar een bepaalde interpretatie van de bijbel, volgens welke de Afrikaners zichzelf als een uitverkoren volk zagen, verheven boven anderen in Zuid-Afrika. Dat denkbeeld leidde, zo ontdekte De Klerk pas toen hij het hoogste ambt op zich had genomen, tot onrecht.

Op grond van dezelfde overwegingen weigerde hij amnestie aan te vragen bij de Waarheidscommissie: de leiders van het apartheidsbewind beseften pas op het laatste moment dat het systeem verkeerd was. De Klerk heeft ook categorisch ontkend op de hoogte te zijn geweest van schendingen van de mensenrechten onder zijn regering. Het zijn deze twee kwesties die hem door het ANC niet in dank zijn afgenomen. In de optiek van het ANC heeft De Klerk tegen de afspraken in gehandeld. Alle politici zouden immers de waarheid vertellen over het verleden om zo verzoening te bewerkstelligen. Maar De Klerk heeft steeds vastgehouden aan zijn 'ik wist niet beter'.

De onderhandelingen tussen de regering De Klerk en het ANC die vanaf 1990 plaatshadden, mondden uit in de eerste vrije verkiezingen van Zuid-Afrika, die in april 1994 een grote overwinning (ruim 60 procent van de stemmen tegen 20 procent voor de NP) opleverden voor het ANC, waarna Nelson Mandela de eerste zwarte president werd.

Voor F.W. De Klerk viel er sindsdien weinig politieke eer meer te behalen. Hij werd in de regering van nationale eenheid vice-president onder Mandela, evenals Thabo Mbeki, maar dat bleek niet meer dan een ceremoniële functie te zijn. En al kreeg hij alle lof toegezwaaid voor zijn gedurfde beslissingen, De Klerk bleef ook de man die jarenlang uitvoerder was geweest van de apartheid. Hetzelfde gold voor de Nationale Partij: ondanks verwoede pogingen van haar leiders zich te presenteren als deel van het 'nieuwe Zuid-Afrika' bleef de kwalijke reuk van het verleden hangen.

Vorig jaar juni stapte De Klerk met zijn partij uit de regering-Mandela, omdat het land, zoals hij zei, een echte oppositie nodig had. Maar het was ook een aanwijzing dat de NP en haar leider zich geen houding wisten te geven. De Klerk moet zich, ondanks zijn grote bewondering voor Mandela, bepaald ongemakkelijk hebben gevoeld in een samenwerkingsverband met de man die mede door zijn toedoen 27 jaar in de gevangenis doorbracht.

Ondanks de lof die Mandela De Klerk altijd heeft toegezwaaid, had de ANC-leider ook veel kritiek. Waarom had de apartheid zo lang geduurd, waarom moesten er eerst zoveel mensen sterven en hoe kon De Klerk met een beroep op de bijbel de onderdrukking van mensen rechtvaardigen? Op deze vragen van Mandela moest De Klerk het antwoord schuldig blijven.

Sinds de NP in de oppositie ging, zocht De Klerk naar een geloofwaardige post-apartheidsrol; de partij zou afmoeten van haar blanke imago. Hij gaf zijn kroonprins Roelf Meyer begin dit jaar opdracht de mogelijkheden van een geheel nieuwe politieke formatie te onderzoeken, maar toen Meyer in zijn ogen te hard van stapel liep met een plan voor opheffing van de partij, zette De Klerk hem aan de kant. Meyer op zijn beurt keerde de NP de rug toe; hij zal volgende maand een nieuwe politieke partij lanceren. Veel vooruitstrevende leden volgden Meyer en verlieten de NP, die daardoor in een diepe crisis belandde.

Voor De Klerk was dit teveel. Na zijn glansrol bij de vreedzame omwenteling in Zuid-Afrika, wilde hij een ordinaire partijstrijd niet meer meemaken. De Klerk heeft een naam hoog te houden als baanbreker, als verzoener, een reputatie waarmee hij al enige jaren goede sier maakt in het internationale lezingen-circuit. De Nobelprijswinnaar spreekt er over vergevingsgezindheid en verzoening. Die missie viel niet meer te rijmen met het leiderschap van een stoffige, ruziënde partij.