Commodore: opstaan en vallen

AMSTERDAM, 27 AUG. Commodore is bankroet. Het uitspreken van het faillissement gisteren maakt - opnieuw - een einde aan de roerige geschiedenis van de computerfabrikant.

De van origine Amerikaanse onderneming Commodore vestigde begin jaren tachtig haar naam op de markt voor spelcomputers. Met succesvolle modellen als de Commodore 64 en de Vic-20 bereikte Commodore een aanzienlijke marktpositie. In 1988 had een op de tien gezinnen in Nederland een Commodore in de hobbykamer staan.

De onderneming kwam voor het eerst serieus in de problemen toen de markt voor hobbycomputers in het midden van de jaren tachtig inzakte. Toen het nieuwtje er af was, bleken de machines van Commodore eigenlijk beperkt in hun mogelijkheden. De consument wendde zich massaal tot meer functionele apparatuur. De Amerikaanse onderneming begon forse verliezen te lijden.

Aanvankelijk wist Commodore zich te herstellen door de markt te volgen. De focus van de onderneming verschoof van spelletjes- naar volwassen computers. In 1987 kreeg het jarenlange succesnummer Commodore 64 gezelschap van twee krachtiger zusjes: de Amiga 500 en, voor de zakelijke markt, de Amiga 2000. Hiermee leek de Amerikaanse computerfabrikant het tij te keren. In 1987 en 1988 werd weer winst gemaakt. Commodore was met name actief op de Europese markt, waar de onderneming tweederde van zijn omzet binnen haalde. Op de Duitse markt voor microcomputers wist het merk achter IBM een tweede plaats te veroveren.

Terwijl Commodore poogde een plaatsje op de zakelijke pc-markt te verwerven bleef de onderneming ook vasthouden aan haar positie op de markt voor de goedkope, eenvoudige pc's. De Commodore 64, waarvan de ontwikkelingskosten inmiddels waren terugverdiend, bleef een belangrijke melkkoe. Doordat concurrenten als Sony, Sinclair en Philips zich uit het marktsegment terugtrokken, wist Commodore haar marktaandeel nog te vergroten.

Op de zakelijke markt was de concurrentie een stuk feller. Naast IBM en Apple werd nieuwkomer Commodore als vroegere spelletjesmaker niet altijd serieus genomen. Toch wist de onderneming het hoofd boven water te houden. Tot 1991 werden mooie winstcijfers genoteerd.

In 1991 introduceerde Commodore CD-TV, dat de concurrentie met Philips' CDi aan zou moeten gaan. Maar het product sloeg niet aan. In 1992 viel de onderneming, als gevolg van mismanagement en een felle prijzenslag op de Europese markten, terug in de rode cijfers. Een jaar later gooide Commodore de handdoek in de ring.

Een deel van de boedel werd overgenomen door het Duitse Escom, een ander deel door de Nederlandse computerwinkelketen The Champ, onder leiding van de oud-directeur van Commodore Nederland, B. van Tienen. Een poging om beide ondernemingen door een fusie te versterken mislukte. Na de fusie ging het Escom in 1996 op de fles. De Nederlandse tak van de onderneming maakte een 'doorstart', gebruik makend van de merknaam Commodore.