Bouterse

DE BEOOGDE arrestatie van de voormalige Surinaamse legerleider Desi Bouterse om tot uitlevering aan Nederland wegens drugshandel te komen vormt onderdeel van een lastige driehoeksrelatie. Aangezien Suriname uitlevering van eigen onderdanen blokkeert, kan uitlevering alleen via een derde land worden gerealiseerd. Daarmee worden niet alleen de relaties tussen Nederland en dit derde land, maar ook die van dit land met Suriname belast.

Deze verhoudingen laten zich moeilijk vangen in de simpele tweedeling tussen justitie en politiek die het officiële discours over de affaire-B in Nederland tot dusver heeft beheerst. De verbinding tussen beide aspecten vormt de omstandigheid dat het arrestatieverzoek aan Brazilië niet een aangelegenheid is van een directe relatie tussen de justitiële autoriteiten van beide landen maar dat het dient te worden doorgeleid via diplomatieke kanalen. Daarmee wordt het een kwestie tussen twee regeringen - met alle politieke elementen van dien - ook al is er formeel een juridische uitleveringsbasis voorhanden in het VN-verdrag van Wenen over drugsbestrijding.

De justitiële lijn is inmiddels helder: arresteren. De heftigheid waarmee deze inzet de laatste dagen wordt uitgedragen, valt overigens niet los te zien van de lange en moeizame voorgeschiedenis van het internationale arrestatiebevel en de bijbehorende wrevel van de Nederlandse drugsjagers. Deze hebben lang moeten opboksen tegen allerlei twijfels van hun superieuren. Nu dachten zij, na drie missies naar Brazilië, de val voor Bouterse mooi te hebben opengezet. En dan steekt de minister van Buitenlandse Zaken er alsnog een stokje voor - nog wel vanuit zijn vakantieadres.

DAT IS BITTER. Maar Brazilië is een groot land met complexe verhoudingen. Dat diende te worden verdisconteerd in de Nederlandse afweging. Deze is dan ook bepaald verdedigbaar. Ook al verdient het resultaat geen schoonheidsprijs: Bouterse is voorlopig niet gepakt en de verhouding tussen de departementen van Justitie en Buitenlandse Zaken kan er nauwelijks beter op zijn geworden. Aan de andere kant is de internationale attentiewaarde van het Nederlandse signaleringsverzoek onmiskenbaar gestegen. Paramaribo is bovendien zelf in een politieke crisis geraakt, waarin de affaire-Bouterse mede een katalyserende rol lijkt te vervullen. Dat geeft aan dat het laatste woord over de verhouding tussen recht en politiek in het Surinamebeleid nog niet is gezegd.

In Den Haag doen nu vooral de interne politieke verhoudingen van zich spreken. Dat VVD en D66 rijp zouden zijn voor een fusie, zoals minister Van Aartsen (Landbouw) juist deze week in een weekbladvraaggesprek betoogt, is in het Bouterse-debat tot dusver bepaald niet gebleken.