Billy Bob Thornton: vervaarlijk provinciaal

Don't Look Back. Regie: Geoff Murphy. Met: Eric Stoltz, Billy Bob Thornton, Amanda Plummer. Uitgebracht op huurvideo door Still Entertainment.

Na zijn onverwachte Oscar eerder dit jaar voor het scenario van Sling Blade kon het niet uitblijven dat de eerdere, meer obscure prestaties van regisseur-scenarist-acteur Billy Bob Thornton opgerakeld zouden worden. Daartoe behoort het scenario van de intrigerende actiefilm One False Move (Carl Franklin, 1992), maar ook dat van Don't Look Back, in 1995 geregisseerd door het voormalige Nieuw-Zeelandse toptalent Geoff Murphy, dat in Hollywood weinig beters te doen krijgt dan Young Guns II en Under Siege 2.

Zowel One False Move als Don't Look Back gaan over voortvluchtige kruimeldieven uit de grote stad, die ontdekken dat het platteland minstens zo perfide is. Het is een stokpaardje van zuiderling Thornton, de Tarantino van de backlands, die in Don't Look Back met groot genoegen zelf een racistische en sadistische redneck from hell speelt.

Dat door Thornton, samen met Thom Epperson geschreven scenario, staat stijf van de moderne cliché's. Een laconieke junkie uit Los Angeles (Eric Stoltz) krijgt een koffer vol drugsgeld in de schoot geworpen en vlucht daarmee naar zijn geboorteplaats Galveston in Texas, achtervolgd door de woedende 'rechtmatige' eigenaar Thornton. Met hulp van twee jeugdvrienden is Stoltz de doeraks te slim af en rehabiliteert zichzelf daardoor.

En toch is Don't Look Back af en toe een onderhoudende en geestige film. Een hoogtepunt vormt de poging van Stoltz om een shotje te zetten op het toilet van een rodeo, die daarbij gesnapt wordt door een cowboy in fantasieoverhemd. Ook zijn er aardige gastrollen van Amanda Plummer als barfly en van Peter Fonda als weinig heldhaftige dealer. Thornton is een goed bestudeerde duivel, maar het is zorgwekkend dat ik na hem drie keer te hebben gezien al een beetje genoeg begin te krijgen van zijn verheerlijking van het provinciaalse schurkendom.